Bert Brussen

Het schijnt dat Jelle Brandt Corstius (zoon van, broer van) een begenadigd programma-maker is. Zijn reeks Van Moskou tot Moermansk trekt elke zondagavond 850.000 kijkers en Brandt Corstius zelf is steeds prominenter aanwezig in het publieke debat.

Helaas wordt Brandt Corstius nu slachtoffer van een publieke-omroep-syndroom. In de grenzeloze zucht naar iconen voor de ‘verschillige’ correctheidscultuur buitelen VARA- en NPS-mannetjes over elkaar heen om Brandt Corstius tot hun ridder van het fatsoenlijke televisie maken te slaan.

Afgelopen zondag benoemde Buitenhof-columniste Désanne van Brederode hem tot messias van De Goede Zaak. Volgens deze katholieke filosofe ‘laat Brandt Corstius zien wat voor misstanden er in Rusland plaatsvinden’. En als ‘we’ na het bekijken van deze televisiereeks uit Rusland niets doen aan deze misstanden, zullen ‘we’ straks beschaamd ‘wir haben es gewusst’ zeggen. Dé beproefde manier om gelijk te krijgen is nog altijd de Holocaust erbij halen.

Van jonge programmamaker tot moreel kompas in grachtengordeltelevisieland. Als zoon van een columnist die wetenschappers gerust ‘Mengele’ noemt, is Brandt Corstius vast wel wat gewend. Maar gebruikt worden als ijkpunt in het beperkte wereldbeeld van Désanne van Brederode, gaat ongetwijfeld ook hem te ver.

Hopelijk is hij niet te correct om deze absurde dweperij aan de kaak te stellen. Zoals hij in zijn programma’s telkens alles in Rusland aan de kaak stelt, ongeacht de morele boodschap.

import de kring