De dood of de gladiolen

Matt Damon lijkt dit jaar een geschikte kandidaat voor het predicaat ‘hardst werkende man van Hollywood’. Er draaien momenteel twee Damon-films in de bioscoop, en later dit jaar worden er nog eens vier (!) verwacht. Ik heb Damon twee keer mogen interviewen. Hoewel tussen die gesprekken een periode van tien jaar lag, leek hij geen spat veranderd. Bij beide gelegenheden maakte Damon een gedreven en bescheiden indruk. Anno 2009 leek hij zich nog even oprecht over zijn sterrenstatus te verwonderen als tien jaar tevoren. Die deemoedigheid komt wellicht voort uit de lange jaren van sappelen. Als (meestal) werkloos acteur ploeterde hij samen met zijn jeugdvriend Ben Affleck vijf jaar lang aan een scenario (voor Good Will Hunting). Die inspanningen leverden het duo in 1998 een Oscar op. Sindsdien heeft Damon elke kans die hem geboden werd met beide handen aangegrepen en alles uit z’n carrière weten te peuren wat er in zit. Misschien zelfs wel méér. Ik was althans verbaasd dat hij dit jaar een Oscarnominatie in de wacht sleepte voor zijn rol in Invictus. Géén Tobey Maguire (Brothers), géén Viggo Mortensen (The Road) maar wél Damon in een tamelijk voorspelbare rol als doorzetter. De ernstige, vastberaden blik die hij in Invictus (als aanvoerder van het Zuid-Afrikaanse rugbyteam) tentoonspreidt, kende ik al uit het gros van zijn vorige films. Damon speelt namelijk – met kleine variaties – steeds weer dezelfde rol. Matt laat het er niet bij zitten. Matt zet door. Matt krabbelt op. Matt zet zich schrap. In wielertermen zou je zijn oeuvre kunnen samenvatten met ‘De dood of de gladiolen’. Voor de goede orde: hij doet dat met veel overtuigingskracht. Damon was dan ook prima gecast als de taaie Jason Bourne in drie thrillers (The Bourne Identity, The Bourne Supremacy en The Bourne Ultimatum) naar de boeken van Robert Ludlum. De laatste twee Bourne-films werden geregisseerd door de Brit Paul Greengrass. Regisseur en acteur hebben de samenwerking nu voortgezet met Green Zone, een thriller die zich anno 2003 in Bagdad afspeelt. Terwijl president Bush in een tv-speech victorie kraait, zijn Amerikaanse militairen naarstig op zoek naar de massavernietigingswapens die de oorlog moesten rechtvaardigen. Als de eenheid van officier Roy Miller (Damon) keer op keer bot vangt, begint hij hinderlijke vragen te stellen. Miller vertrouwt zijn superieuren niet meer en besluit op eigen houtje op onderzoek uit te gaan. Of, zoals de filmposter het formuleert: “Roy Miller is done following orders.” Het geeft Damon weer eens de gelegenheid om de gebruikelijke onverzettelijkheid te etaleren. Want Miller rust natuurlijk niet voor hij de onderste steen boven heeft gehaald. Green Zone is losjes gebaseerd op het boek Imperial Life in the Emerald City van Rajiv Chandrasekaran, die als correspondent anderhalf jaar in Bagdad gestationeerd was. Dat boek bevat felle (en terechte) kritiek op de lichtzinnige manier waarop de VS de oorlog met Irak begonnen. Helaas is die kritiek in Green Zone ingekapseld in een thriller die van toevalligheden, klunzige dialogen en absurde plotwendingen aan elkaar hangt. Gemiste kans.

Green Zone. Regie: Paul Greengrass. Vanaf 15 april in de bioscoop.

Erik Spaans