De droom van Luns

Joseph Luns (1911-2002) is een van de bekendste en misschien ook wel beruchtste Nederlandse politici geweest. Hij begon zijn carrière als diplomaat, werd voor de KVP minister van Buitenlandse Zaken, bleef dat liefst negentien jaar lang (1952-1971), en werd daarna secretaris-generaal van de NAVO (1971-1984). Hij was bovendien een verschijning: lang, een tikkeltje ijdel en deftig, maar toch vooral ook een man van de bonhomie en de bons mots. Hij zat nooit om een passend woord verlegen, en was misschien wel de eerste Nederlandse politicus die van de camera hield en voor de verrekijk was geschapen.

Over een type als Luns verschenen tijdens zijn leven natuurlijk al boeken. Zo was er een boekje met de titel Gelooft u mij, het was een genoegen, en een boekje met ‘vrijmoedige herinneringen’ verteld aan journalist Michel van der Plas (Ik herinner mij). Het waren boekjes boordevol anekdotes en hilarische verhalen, moppenboeken bijna, waarin Luns zich bedoeld en onbedoeld als een conservatieve paljas afficheerde.

En dan is er nu de biografie van Luns door Albert Kersten, oud-hoogleraar diplomatieke geschiedenis aan de universiteit van Leiden. Zijn boek over Luns is ruim 700 pagina’s dik, stevig gedocumenteerd en in vrijwel alle opzichten het tegendeel van de eerdere boekjes. Kersten is nauwelijks in de mens Luns geïnteresseerd. Zijn boek is meer een geschiedenis van de Nederlandse diplomatie en buitenlandse politiek na de Tweede Wereldoorlog dan een biografie in eigenlijke zin. Over de vrouw van Luns en zijn kinderen komen we bijvoorbeeld nauwelijks iets te weten. En voor de mooie verhalen moeten we die vroegere boekjes blijven lezen.

De mooiste anekdote staat niet in het boek van Albert Kersten maar werd verteld door oud-premier Piet de Jong tijdens de presentatie van het boek in Nieuwspoort. De Jong vertelde dat hij en Luns samen over het Plein in Den Haag liepen, en dat Luns hem vertelde dat hij die nacht opnieuw zijn ‘speciale droom’ had gehad. In die droom liepen De Jong en Luns ook over het Plein en werd De Jong door een vrachtauto overreden.

Liggend op straat riep De Jong zijn minister van Buitenlandse Zaken nog toe: “Neem het over, Joseph! Neem het over!” Luns droomde ervan premier te worden, elke keer weer in elk kabinet waarvan hij deel uitmaakte.


Het is wel begrijpelijk dat Kersten een heel ander boek heeft willen schrijven. Zijn boek gaat over de memorabele momenten in de carrière van Luns, zoals de politieke strijd over de onafhankelijkheid van Nieuw-Guinea, zijn botsingen met de Franse president De Gaulle over de inrichting van Europa, zijn verzet tegen de geest van de jaren zestig (al bezocht Luns met een van zijn kinderen een concert van The Rolling Stones) en zijn verzet tegen de te ‘lage’ huwelijken van de meisjes van Oranje.

Kersten laat niet alleen zien dat achter de rijzige gestalte van de cabareteske Luns een onzekere persoon schuilging, die de druk van zijn werk nauwelijks aankon en aan flauwtes en depressies leed. Maar Luns is bovendien een persoon geweest die altijd ondergewaardeerd is. Hij was een vakman, met humor maar ook hard, die de Nederlandse verhoudingen in feite was ontgroeid en zijn levensavond doorbracht in zijn dubbele appartement in Brussel. Voor die man heeft Kersten een gepast monument opgericht.

Albert Kersten: Luns – Een politieke biografie. Boom. €39,90. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl

Bart Jan Spruyt