De toekomst van gisteren

Tijdens de Koude Oorlog waren wapenakkoorden tussen Washington en Moskou de thermometer voor de betrekkingen tussen Oost en West, maar tegenwoordig wordt niemand er nog warm of koud van. Dat Barack Obama en Dmitri Medvedev speciaal naar Praag, het hart van Europa, waren gereisd om daar hun strategische kernkoppen tot een aantal van 1550 voor elke partij te beperken, was de uitkomst van de belofte van een jaar eerder, toen de Amerikaanse president in navolging van Ronald Reagan en Michail Gorbatsjov het visioen van ‘een wereld zonder kernwapens’ schetste. Weliswaar blijft er na dit akkoord nog vernietigingskracht genoeg over, waardoor de nucleaire afschrikking – nog steeds de basis voor de vrede tussen de grote mogendheden – intact blijft, maar het is een mooie geste als Amerika en Rusland af en toe eens wat aan nucleaire opruiming doen.

Veranderen aan de strategische verhoudingen doet dit wapenakkoord niets, anders zou het ook niet mogelijk zijn geweest. Wapenakkoorden leggen altijd een status-quo vast, in dit geval dat Amerika en Rusland elkaar nog steeds als belangrijkste kernwapenmogendheden erkennen, waaraan Moskou van oudsher grote waarde hecht. Op zijn beurt kan Obama zeggen dat zo’n wapenakkoord past in de ‘nieuwe start’ in de betrekkingen met Rusland die hem voor ogen staat. Het idee daarachter is dat de Russen nodig zijn bij het onder druk zetten van Iran, dat net als Noord-Korea aan een nucleair programma werkt, en bij een keur aan andere kwesties, van het Midden-Oosten tot aan veiligheid voor vroegere Sovjetrepublieken als Oekraïne en Georgië. Amerikaanse conservatieven zullen daar minder blij mee zijn. Zij willen voorkomen dat Moskou in zulke aangelegenheden een veto krijgt en zien een Obama die de hand uitsteekt naar Amerika’s vijanden en Amerika’s vrienden (Israël) de rug toekeert. Om het nieuwe START-akkoord door de Senaat te krijgen, heeft Obama overigens de steun nodig van ten minste acht Republikeinen. Ratificering staat nog geenszins vast.

Het heeft allemaal iets van een déjà vu. Wapenakkoorden tussen Moskou en Washington doen denken aan de toekomst van gisteren, toen we nog bang waren voor een Derde Wereldoorlog en de nucleaire holocaust. Het oude zeer dat er nog is, zit voor- al tussen het Kremlin en zijn voormalige satellietstaten. Wat dat betreft was het bezoek van Vladimir Poetin samen met zijn Poolse collega Donald Tusk aan Katyn (waar in 1940 20.000 Poolse officieren en burgers door de Sovjets werden vermoord, een misdaad die door Moskou tot in de jaren negentig aan de nazi’s werd toegeschreven) een grotere doorbraak. Hoewel de Russische leiding het verleden onder ogen wil zien, klonk daar niet echt een verzoenende geest. Poetin gaf toe dat Stalin opdracht tot deze executies had gegeven, maar dat zou uit ‘wraak’ zijn geweest voor de moord door de Polen op Sovjetsoldaten twintig jaar eerder, waaruit nog steeds een vergeldingslogica spreekt. En na het vliegtuigongeluk van zaterdag, waarbij de Poolse president en een deel van de elite van het land om het leven kwam, ligt er een nog grotere vloek op Katyn. Het wantrouwen tussen Russen en Polen zit diep, en als het aan de Polen zou liggen, plaatsen de Amerikanen liefst vandaag nog een anti-raketschild.


Ondertussen blijft het moeilijk te volgen waarom we blij moeten zijn met het vooruitzicht van een wereld zonder kernwapens, terwijl de Amerikaanse nucleaire veiligheidsgarantie in het verleden zo’n grote bijdrage heeft geleverd aan de NAVO-strategie en het behoud van de vrede in Europa. Daarbij spreekt uit de gedragingen van Washington en Moskou niet de bereidheid om die helemaal te willen opgeven. De technologie van kernwapens laat zich niet ongedaan maken, en de nucleaire ‘haves’ houden hun clubje het liefst zo exclusief mogelijk. Het idee dat zij hun arsenalen reduceren om op non-proliferatiegebied het goede voorbeeld te geven aan de nucleaire ‘have-nots’ zal op nucleaire drempellanden als Iran weinig indruk maken. Sterker, als Amerika en Rusland op kernwapengebied de lakens willen blijven uitdelen, dan zullen zij hun nucleaire overwicht moeten vasthouden. En wie de geschiedenis van de wapenbeheersing een beetje kent, weet dat wapenakkoorden vaak valse verwachtingen wekten en dat er de hand mee werd gelicht.

Er zit iets tegenstrijdigs in de kernwapenverdragen. Enerzijds houden ze ons een toekomst voor van een leven zonder angst, waarvan iedereen weet dat het utopisch is en achterhaald. Anderzijds bracht de nucleaire afschrikking misschien niet de eeuwige wereldvrede, maar wel een gewapende status-quo tussen Oost en West die uiteindelijk de voorwaarden schiep om een totalitair dwangsysteem met geduld, vasthoudendheid en overleg te ontmantelen. Dat was hope en change die Obama eerst maar eens moet zien waar te maken.

import dirk jan van baar