Vliegende pantoffels

Wat had Ernest van der Kwast met zo’n moeder anders kunnen worden dan schrijver? Ja, olympisch kampioen atletiek, had gekund. Dat atletische had hij immers óók van zijn moeder. Hij had kunnen uitkomen voor India – een kwestie van de Indiase nationaliteit aannemen, wat geen probleem was, want door zijn moeder was hij al een halve Indiër, geboren op 1 januari 1981 in Bombay. Maar toen de Indiase scout Mr. Kumar in Kralingen op de stoep stond om Ernest over te halen om het subcontinent met zijn 1,1 miljard inwoners aan zijn eerste gouden medaille in de geschiedenis van de Olympische Spelen te helpen, was het ook weer mevrouw Van der Kwast die de man de straat op joeg. Dat haar zoon zijn studie zou afmaken vond ze belangrijker dan de eer van haar geboorteland.

Toen hij aankondigde dat hij met zijn studie stopte om schrijver te worden, kon hij dan ook rekenen op een aframmeling met de deegroller die zijn moeder niet alleen gebruikte bij het bereiden van roti. Haar pantoffels had ze trouwens ook niet alleen om op te lopen: als haar iets niet zinde, vlogen ze door de lucht.

Heftig tiepje, mevrouw Van der Kwast, geboren Veena Ahluwalia. Als Mama Tandoori dendert ze scheldend en tierend in het Hindi de Nederlandse letteren binnen.

Ze kwam in 1969 als verpleegster naar Nederland en trouwde een paar jaar later ‘een onhandige man met flaporen, een typische Hollander’ die de vader werd van Ernest en zijn twee broers. Het gezin woonde op verschillende adressen in de Rotterdamse wijk Kralingen, in steeds grotere huizen, want mevrouw Van der Kwast had de gewoonte om afgedankte rommel te verzamelen. Met kapotte videorecorders kon je in India heel wat mensen gelukkig maken, maar meestal kwamen de voorwerpen niet verder dan de Jericholaan en later de Tiberiaslaan.

Het is fictie, haast de schrijver zich in zijn boek – zijn tweede onder eigen naam; eerder maakte Van der Kwast furore met de mystificatie Yusef el Halal – te benadrukken. Hij moet dat wel zeggen, want anders zwaaide er wat als zijn moeder, die nu met zijn vader in Toronto woont, dit boek zou lezen.

Ernest van der Kwast schetst een hilarisch portret van die moeder met al haar eigenaardigheden – en dat zijn er nogal wat, zo veel dat het niet anders kan of de schrijver heeft ze uitvergroot. Hij heeft zich de vrijheid gepermitteerd die een schrijver nodig heeft om waarachtig te zijn, hij zet karaktertrekken aan tot karikaturen, hij overdrijft de werkelijkheid tot absurde proporties en maakt daarbij dankbaar gebruik van de romanfiguren die zijn families van beide kanten hem in ruime mate aanleveren: uncle Sharma, oma Voorst, auntie Jasleen, oom Herbert. Het zijn allemaal nogal, eh… types. Maar de auteur beschrijft ze met liefde. Mama Tandoori smaakt nergens naar een afrekening met het ouderlijk milieu. Eerder doet Van der Kwast vrolijk verslag van de gekte waarmee hij als kind was omringd en die hij als schrijver naar zijn hand weet te zetten. Natuurlijk helpt het dat hij goed kan schrijven en dat hij ook nog geestig is.


Op het boek valt af te dingen dat het fragmentarisch is – misschien wordt het woord ‘roman’ om die reden wel zo angstvallig vermeden. Toch vertoont Mama Tandoori door de thematische samenhang eenheid. Juist door kleine observaties weet Ernest van der Kwast de verhalen over zijn familieleden met elkaar te verbinden. Maar het gekke is dat geen enkele van die personages zich ontwikkelt. Elk blijft wie hij is.

Daarom is Mama Tandoori behalve een geestig boek met ontroerende kantjes (op de laatste bladzijden, als de hoofdpersoon zelf vader is, zelfs neigend naar het sentimentele), eerst en vooral een belofte. Laat Van der Kwast nu maar komen met zijn Grote Roman.

Ernest van der Kwast: Mama Tandoori. Nijgh & Van Ditmar. €17,50. Ook verkrijgbaar via ako.nl.

Frank van Dijl