We willen de snor terug

Wat is er gebeurd met Peter R. de Vries? Vroeger was hij de man die misdaden écht oploste. Nu is hij de man die het bed deelde met Susan Smit, die waarschuwt voor Geert Wilders en die zichzelf boven de wet stelt door in de zaak-Koos H. een gerechtelijk uitzendverbod te negeren.

In de afgelopen twee weken heeft een rechter twee keer een vonnis uitgesproken in een zaak tegen jou. In het dubbele kort geding dat seriemoordenaar Koos H. aanspande, stond wat op het spel. De eerste drie uitzendingen van je nieuwe seizoen, maar misschien zelfs je eer. Afgelopen vrijdag floot de rechter je terug. De beelden die je een jeugdvriend van Koos H. in de tbs-instelling met een verborgen camera liet maken, mocht je niet uitzenden. De resultaten van ‘de grootste verborgen camera-actie ooit’, zoals je het zelf noemde, zouden we daardoor nooit zien. Maar jij besliste eigenhandig anders. Je reageerde cynisch dat dit ‘misschien het toppunt van beschaving’ was en nam een unieke stap: je zond de beelden afgelopen zondag tóch uit. Daarmee stelde je jezelf – letterlijk – boven de wet. Heb je één, maar dan ook maar één minuut aan jezelf getwijfeld?

Even terug naar 1995. Je debuteerde op de televisie. Het was een spannende tijd. Voor jou, maar ook voor mij, omdat ik als redacteur, samen met jou en regisseur Robert Jansen, verantwoordelijk was voor je eerste uitzendingen, toen nog op RTL 4. Ik herinner me hoe Robert en ik twee dagen voor de eerste uitzending samen tot half vijf ’s ochtends doorwerkten om het programma af te krijgen. De volgende ochtend verscheen ik geradbraakt op kantoor. Je riep me even bij je en zei: “Peet, er móet vanmiddag nog een klein item worden gedraaid. En jij bent de enige die dat kan doen.” Ik protesteerde, want ik kon nauwelijks op mijn benen staan. Maar je won het door een combinatie van jouw drammerigheid en mijn eergevoel. Je was onbetwistbaar de best ingevoerde misdaadverslaggever van Nederland en als die mij, specifiek mij, nodig had, moest het maar.


De volgende ochtend vond ik, als dank, een fles Johnny Walker Black Label op mijn bureau. Dat tekende je. Je eiste veel van de mensen om je heen, maar dat was niet erg, het was alleen wat je ook van jezelf vroeg. En je beloonde loyaliteit en stond voor je mensen. Meer dan eens sprong je in de bres voor mensen die voor je programma werkten en met John de Mol Producties, en later Endemol, in conflict kwamen over bijvoorbeeld hun salaris.

Dat was 1995. Seizoen één. Nederland kende je naam en zou binnenkort ook je gezicht, mét snor, leren kennen. Wij, in het kleine team om je heen, hadden je vrouw ook weleens gezien, maar daar hield het wel mee op. Van je politieke voorkeuren, je hobby’s, laat staan je seksleven, wisten we niets. Dat was ook nergens voor nodig. Misdaad was je vak. De R in je naam stond officieel misschien voor Rudolf, maar voor ons toch vooral voor relaties: je had een indrukwekkend netwerk als het ging om criminelen en slachtoffers, aanklagers en advocaten. Iedere topstrafpleiter stond in je mobiele telefoon. Je was nog de pure misdaadverslaggever, zeg ik met enige nostalgie.

Nu, vijftien jaar later, heb je min of meer geprobeerd premier van Nederland te worden en gesolliciteerd naar de functie van directeur van Ajax. Ik zie op je site dat je van spinning houdt en kon in de krant lezen dat je meer dan eens seks had met schrijfster Susan Smit, maar dat dat niet erg is omdat je een open huwelijk hebt. Op je site kan ik, na de informatie over spinning, kijken naar een slideshow met zes glamourfoto’s, waarin je met modieus pak en tandpastaglimlach verschillende poses aanneemt, of surfen naar het ‘Prijzenoverzicht Peter R. de Vries’. Je boekte in 2008 een absoluut record door in een tijdsbestek van vijf weken vier keer aan te schuiven bij Pauw & Witteman. Toen ging het nog over misdaad, maar in januari van dit jaar zat je zelfs bij hen aan tafel om te praten over Wilders als ‘na-oorlogs dieptepunt in de parlementaire geschiedenis’. En passant maakte je van de gelegenheid gebruik advocaat Bram Moszkowicz, ooit een goede vriend, frontaal aan te vallen omdat hij Wilders verdedigt. Diverse topadvocaten uiten kritiek op je werkwijze, vooral als het gaat om het afdwingen van bekentenissen. Ik sprak laatst een advocaat die je ‘megalomaan’ noemde. “Hij pleit beter dan ik en hij schrijft beter dan jij. Maar er is iets los geschoten in zijn hoofd.” Cabaretier Freek de Jonge ging, opnieuw bij Pauw & Witteman, nog veel verder toen hij zei dat je ‘over lijken’ gaat en alleen maar werkt voor kijkcijfers en je eigen eer. Je reactie: een blik richting de presentatoren en de woorden: “Moet ik hier nog serieus op ingaan? Of heeft hij zichzelf genoeg gediskwalificeerd?” Alsof kritiek op jou per definitie getuigde van een niet geheel naar behoren opererende geest.


In De Wereld Draait Door maakte je een tijdje geleden een scène omdat het gesprek niet lang genoeg ging over een door een vertrouweling geschreven boek dat de praktijken ‘achter de schermen bij Peter R. de Vries’ beschrijft en dat de lezer kennis laat maken met ‘de echte Peter R. de Vries’. Je had zwart op wit laten vastleggen hoelang het gesprek daarover moest gaan, zei je. Ik betwijfel geen seconde dat dat waar is. Maar hoe triest is het om zoiets schriftelijk vast te leggen en als voorwaarde te stellen voor een interview? En waarom is het van belang dat ik de echte Peter R. door een boek leer kennen? Peter, voor alle duidelijkheid: je politieke denkbeelden interesseren me niet. Je seksleven met Susan Smit en weet-ik-veel-wie nog meer ook niet. En ik lees liever een boek over de Heineken-ontvoerders dan eentje over de echte Peter R. Straks staat er nog een hoofdstuk in over spinning.

En je snor is ook al weg. Wat is er gebeurd?

Laten we eens teruggaan naar een tweede persoonlijke herinnering, zo’n zevenenhalf jaar oud, precies tussen het begin van je tv-carrière en de dag van vandaag dus. Rond 2002 was jij al een gevierd misdaadverslaggever, ook op tv. Ik was mijn eigen weg gegaan en had mijn eigen productiemaatschappij opgezet. Binnen dat bedrijf hadden we een enthousiast maar volkomen klunzig zaalvoetbalteam, dat mannen van allerlei andere mediabedrijven van harte uitnodigde om ons een lesje te komen leren. We verloren doorgaans, maar dat kon de pret niet drukken.

Die ploeg speelde op zeker moment een wedstrijdje tegen een team van jouw redactie. Je deed zelf mee, net als je zoon Royce, toen nota bene een jaar of dertien. Het werd een slachtpartij. Onder bezielende leiding van de twee De Vriezen liepen jullie uit naar een tussenstand van, pakweg, 18-0. Maar er kon méér gescoord worden, vond je, en dus móest het ook. In jullie enorme drang om in de laatste minuten de toch al vernederende score nog een stuk verder op te voeren, koos je team en masse de aanval. Zó en masse dat jullie doel leeg bleef. Het is ongetwijfeld een afgeketst schot van een van jullie geweest dat de bal naar mij bracht, maar evengoed produceerde ik vanaf eigen helft (want daar verkeerden we de hele wedstrijd) een schot op doel, dat akelig langzaam over de lijn hobbelde. Je schold. Ik zweer het je, je schold omdat het 18-1 was geworden. Het was het meest bejubelde doelpunt van de avond. Al verloren we uiteindelijk met 21-1, ik denk dat ik tevredener van het veld stapte dan jij. De volgende ochtend was het resultaat al uitgebreid terug te zien op je site, inclusief foto’s. Je wil om te winnen was er bepaald niet kleiner op geworden. Je bescheidenheid wel.


Dat bleek een paar jaar later helemaal, toen je de politieke partij PRDV oprichtte, samen met Jan Nagel en oud-politievoorlichter Klaas Wilting. De Partij voor Rechtvaardigheid, Daadkracht en Vooruitgang, heette ze officieel. Je wilde de misdaadjournalistiek verruilen voor de politiek en toog met 55 stellingen naar het Binnenhof, om ze daar, à la Maarten Luther zo’n vijf eeuwen eerder, aan de deur te spijkeren. Maar je stelde je gang naar Den Haag afhankelijk van een zelf geformuleerde eis: in een peiling in december 2005 moest minstens 41 procent van de ondervraagden de stelling ‘Peter R. de Vries is een aanwinst voor de politiek’ onderschrijven. Dat deed slechts 31 procent. Maurice de Hond merkte nog op dat je het jezelf erg moeilijk had gemaakt met het woord ‘aanwinst’. Daarmee vraag je haast of mensen bereid zijn op je te stemmen. Een stelling als ‘Het is goed dat Peter R. de Vries in de politiek gaat’ had je een hoger percentage opgeleverd. Maar jij hield je aan je woord en ging weer doen waar je goed in bent: misdaadprogramma’s maken.

Achteraf zul je geen spijt hebben gehad van die beslissing, want je grootste slag als misdaadverslaggever moest nog komen. Gek genoeg was het niet het nieuwe licht dat je naar eigen zeggen wierp op de moord op John F. Kennedy, in 2006. Nee, je Amerikaanse doorbraak kwam met Joran van der Sloot, verdachte in de verdwijning van Natalee Holloway. Op 3 februari 2008 scoorde je uitzending waarin Van der Sloot een verklaring afleg- de zeven miljoen kijkers, een unicum voor een programma van een commerciële omroep in Nederland.

Het leverde je uitnodigingen op van Larry King en Oprah Winfrey. Op de laatste ging je niet in omdat ze te veel eiste op het gebied van exclusi-viteit.


Bij Pauw & Witteman – daar heb je ze weer – glom je van trots. “De zaak is opgelost,” zei je letterlijk. En jij had dat gedaan, samen met je team en de met een verborgen camera gewapende Patrick van der Eem. Ik keek met stijgende verbazing. Niet omdat het je zou zijn gelukt een grote zaak op te lossen, wel omdat de zaak-Holloway totaal niet opgelost wás. Je had een beroepsleugenaar een verklaring ontfutseld, afgelegd tegenover een vermeende vriend, onder invloed van drugs, gefilmd met een verborgen camera. Misschien een aanknopingspunt om verder te rechercheren, maar op zichzelf juridisch geen cent waard. En zoals de bekende rechtspsycholoog Willem Wagenaar kort daarop zei: dat weet Peter R. de Vries als geen ander. Als alleen een bekentenis een zaak oplost, wat heb je dan zitten doen in de Puttense Moordzaak? Ook topadvocaat Gerard Spong viel je er rechtstreeks op aan. Toen Joran van der Sloot vervolgens niet opnieuw werd opgepakt, erkende je niet je fout, maar zei je dat het mysterie ‘journalistiek opgelost’ was en dat de zaak tegen Van der Sloot heus niet was gesloten. Meer dan twee jaar later loopt diezelfde Van der Sloot nog gewoon vrij rond.

Je hebt meer dan eens gezegd dat je mogelijk zou stoppen: in 2005 natuurlijk, maar ook in 2008. Je wilde een ander soort programma maken, een talkshow, en nam daar zelfs een pilot van op. Het ging (vooralsnog) niet door. Maar in 2010 ben je, inmiddels 53, weer overal in beeld. In februari liet je in het blad LINDA. weten het stom te vinden als vrouwen op een tweekamerflatje gaan zitten nadat hun man is vreemdgegaan. Een paar weken eerder was je opgevallen door duidelijk stelling te nemen tegen Geert Wilders en indirect te refereren aan de Tweede Wereldoorlog: “Bij Geert W. kun je niet onderduiken, nog even en voor Geert W. moet je onderduiken.” Je noemde het onbegrijpelijk dat uitgerekend Bram Moszkowicz, gezien zijn achtergrond, hem verdedigde. De verwijzing naar zijn vader Max Moszkowicz, die in Auschwitz zijn hele familie verloor, maakte Bram woedend. En ook hier gold hetzelfde als in de zaak-Holloway: juridisch sneed wat je zei geen hout. Iedereen heeft recht op verdediging en Wilders vergelijken met iets of iemand uit de Tweede Wereldoorlog is feitelijk krom. Bovendien was de aanval op Moszkowicz onder de gordel. Begrijp me niet verkeerd, ik emigreer op de dag dat Geert Wilders premier wordt en dat je na zo’n uitspraak dreigmails ontvangt is van de gekke, maar dat neemt niet weg dat Wilders recht heeft op de best mogelijke advocaat en dat dat prima een joodse kan zijn. En ook hier geldt: dat weet jij als geen ander. Er zitten overigens twee saillante details aan deze kwestie. Het eerste is dat je juist in kringen van Wilders-fans heel populair bent. In april 2009 onderzocht Motivaction wie PVV-aanhangers beschouwen als een ‘aansprekend persoon’. Geert Wilders stond met 62 procent op de tweede plaats. Jij scoorde een procentje hoger. Het tweede opmerkelijke gegeven is wat meer vergezocht, maar toch: als je wel had meegedaan aan de woelige Kamerverkiezingen van 2006, had je aan 26,5 procent van de stemmen genoeg gehad om de grootste partij te worden en de premier te leveren. Dan had je het hele Wilders-electoraat voor zijn neus weggesnoept en zijn opkomst eigenhandig kunnen voorkomen.


Gelukkig ben je niet alleen actief als politiek analist en deskundige in relatiezaken, maar ook weer als misdaadverslaggever. Je eerste uitzending over Koos H. mocht doorgaan van de rechter, ook omdat er nog geen verborgen-camerabeelden in te zien waren. Zelf zat je er prominent in, onder andere met foto’s van jou als beginnend journalist, omdat je dat was in de tijd dat Koos H. zijn moorden pleegde. Zeg eens eerlijk: heeft de zaak-H. ook iets van revanche op Joran van der Sloot en de critici van destijds? Weer gaat een vriend met een verborgen camera op bezoek bij een aartsleugenaar, weer wordt er verklaard over moorden die wel of niet gepleegd zijn. Maar weer zal de volledige waarheid nooit duidelijk worden, is de juridische waarde minimaal en kun je je dus afvragen wie er nou echt mee is geholpen.

Peter, ik wil je een voorstel doen, voortkomend uit respect en goede herinneringen. Vergeet talkshows. Vraag je maîtresses hun mond te houden over jullie affaires. Als je echt iets tegen Wilders wilt doen, blaas de PRDV dan nieuw leven in en ga deelnemen aan de verkiezingen. Zo niet, ga dan nog jaren door met je misdaadprogramma, maar liever zonder beste vrienden met verborgen camera’s. Leg de nadruk weer wat meer op ‘misdaadverslaggever’ en wat minder op ‘Peter R. de Vries’.

En als symbolische uiting van die omslag: laat je snor staan.

Peter Smolders