Politiek Den Haag is digibeet

Obama schreef er geschiedenis mee: internet als campagnewapen. Hoe slim zijn de Nederlandse partijen bezig op het web? En is het wel zo belangrijk? ‘Tegen een slecht tv-debat kan geen geinig twitterbericht of YouTubefilmpje op.

Er zijn politieke partijen in Nederland die om de zoveel tijd roepen dat we hier ‘geen Amerikaanse toestanden’ moeten krijgen. Meestal doelen ze dan op afschuwwekkende verschijnselen als een gebrek aan onderlinge solidariteit, de grenzeloze macht van het geld, de schreeuwerige tv-cultuur en de misselijk makende drang van Amerikanen om in troosteloze vreetschuren enorme hompen vlees in hun mond te proppen. Heel lang heeft dit stereotype beeld van het barbaarse en snoeiharde Amerika kiezers hier te lande de stuipen op het lijf gejaagd. Maar sinds het presidentschap van Barack Obama, en zeker sinds zijn verbijsterende ‘Yes, we can’-campagne die de politiek onverslaanbaar geachte Hillary Clinton en de Republikeinen aan de kant zette, mag Amerika zo nu en dan ook weer als voorbeeld dienen.
En waarom ook niet? Hoewel passie en hartstocht in het oude Europa bijna verdachte emoties zijn, zeker als het over politiek gaat, kan niemand ontkennen dat de nu al legendarische Obama-campagne een jonge generatie kiezers niet alleen warm heeft doen lopen voor een bepaalde presidentskandidaat, maar ook voor een actievere rol in de samenleving. Je moet wel een ijskonijn zijn om dat niet als belangrijke winst te zien. De Amerikaanse zakenman en publicist Warren Feek herinnert ons er in zijn artikel ‘ChangeNet: The Lessons from Obama’s campaign for International Development Democracy and Governance Policy and Action’ aan dat Obama op een cruciaal moment in zijn geschiedenis – namelijk vlak na zijn overwinning – weerstand bood aan een aloude reflex: naar het spreekgestoelte lopen en zich, ongetwijfeld met weer een briljante speech, voorspelbaar laten bejubelen door zijn fans.

Lees de rest van het artikel in HP/De Tijd van deze week

Hans van Willigenburg