‘Eigenlijk is ’t wijvenmuziek, dacht ik’

Bij de grote platenmaatschappijen liep Caro Emerald (1981) blauwtjes: leuke muziek, maar het zou vast niet verkopen. Haar debuutalbum Deleted Scenes From The Cutting Room Floor kwam echter binnen op nummer één en bleef daar wekenlang staan

Wanneer een trompet de stilte breekt met een reeks huilende bluesnoten, lijkt De Helling even op Beale Street. Je moet dan wel snel even je ogen dicht doen, want de straat waar de dependance van het gerenommeerde Utrechtse poppodium Tivoli verborgen ligt, lijkt eerder op een troosteloos industrieterrein dan op het Amerikaanse home of the blues. De trompettist die de blues de vroege avondlucht in blies, is naast de ingang in de weer met een fotograaf en een paar meter verderop hangt een figuur rond in wie wij ons contact herkennen. Koen Schouten, voormalig jazzjournalist bij de Volkskrant, speelt baritonsax in de band van Caro Emerald en klust er vanwege zijn achtergrond wat bij als persbegeleider. “Caro is boven,” weet hij, en hij leidt het bezoek door de wirwar van gangetjes, die de ruimte achter ieder concert- of theaterpodium steevast tot een doolhof maakt.

De kleedkamer van Caroline Esmeralda van der Leeuw lijkt nog het meest op herberg De Zoete Inval: het is een komen en gaan van mensen die iets zoeken, een vraag hebben of gewoon even gezellig een babbeltje komen maken. De zangeres moet haar entourage er meerdere malen aan herinneren dat zij bezig is met een interview. Op zo’n moment gaat saxofonist Koen maar weer verder met het strijken van zijn overhemd en valt de discussie of bassist Martijn nu wel of niet een das moet dragen even stil. Het heiligdom van de chanteuse Caro Emerald lijkt dan ook in de verste verte niet op het boudoir dat de artiestennaam van de diva suggereert. Zonder exotische hairstyling, extravagante kleding en flashy make-up is Emerald gewoon Van der Leeuw: een zelfbewust maar sympathiek meisje dat eigenlijk nog niet precies weet wat haar in een jaar tijd nou allemaal overkomen is. Een kwartier geleden at zij samen met haar crew nog slavinken met kool en gebakken aardappelen in De Helling, de kantine van Tivoli. En nu, een uurtje voor showtime, neemt de zangeres zelf de lipsticks, poederdonsjes en mascaraborsteltjes ter hand om de metamorfose tot Caro Emerald te bewerkstelligen. Geen speciale make-up artist voor Emerald dus. Want net als bij het hele Deleted Scenes From The Cutting Room Floor-project houdt zij alles zo veel mogelijk in eigen hand.


“Gezellig rommeltje, hè?” vraagt de zangeres terwijl zij haar vingers door de beautycase laat gaan. Haar voorstel om het interview tijdens het opmaken te doen, blijkt een gouden, bijna symbolische greep te zijn. Het visuele equivalent van het antwoord op de alles overkoepelende vraag ‘Hoe veranderde Caroline Esmeralda van der Leeuw in Caro Emerald?’ brengt zij, kleur na kleur, met vaste hand op haar gelaat aan. Wat niet wil zeggen dat het succesvolste Nederlandse debuutalbum aller tijden zoals boze tongen nu al beweren, niet meer is dan uiterlijk vertoon of een doordachte marketingtruc van een paar uitgekookte producers. “Onzin!” pareert Emerald deze suggestie resoluut terwijl zij de poederkwast driftig over de wangen laat gaan. “Het album komt voort uit hobbyisme op een zoldertje in Amsterdam. En dat is, tot ons aller verbazing, ineens zo gaan groeien. Er zit zo veel liefde in. Er was namelijk geen geld. Er was alleen maar héél veel tijd. We zijn hier anderhalf jaar mee bezig geweest. Eerst hebben we onze baantjes gedeeltelijk opgezegd en in de laatste fase zelfs helemaal. In die periode hadden we helemaal geen inkomsten meer. We hebben namelijk niet alleen geïnvesteerd in tijd, maar ook in geld. We hebben zelfs extra leningen moeten sluiten om onze huur te kunnen betalen. Wanneer je bereid bent om dat te doen, dan ga je leven voor de muziek. Dat hoor je gewoon terug op die plaat. Dus wanneer we het nog een keer gaan doen, dan moeten we niet proberen om, heel berekenend, de kip nóg een keer gouden eieren te laten leggen. Dat randje liefde en passie moet er wel aan blijven zitten, want dat is wat het zo mooi maakt.”


Terugblikkend op haar jeugd vertelt Caro Emerald dat zij tegen alle verwachtingen in niet uit een jazzgezin komt. “Ik groeide op in een gezin waar altijd de klassieke radiozender op stond. Mijn vader draaide altijd klassieke platen. Ik was nooit echt geïnteresseerd in wat hij precies op had staan, maar ik genoot er altijd wel erg van. En iedereen bij ons bespeelde wel een instrument. En we zongen altijd driestemmig bij de afwas samen. Wel muzikaal dus, maar niet op een actief niveau of zo. Uiteindelijk kwam ik er bij toeval achter dat ik heel goed jazz kon zingen. Dat was op de basisschool toen ik elf jaar was. Ik mocht toen een Nederlandse tekst op een jazzliedje zingen. Ik zong een Nederlandse bewerking van Dream A Little Dream of Me. En dat deed ik, hoewel ik mij dat niet realiseerde, meteen met een goede jazztiming. Ik had natuurlijk weleens een keer jazz gehoord, maar niet echt bewust. Dus dat die timing er al zo jong in zat, vond ik best wel grappig. Zo ben ik dus aan het zingen geslagen. Ik was daar meteen heel erg bezeten van. Ben meteen op de muziekschool op les gegaan. Ook daar bleek ik al heel fanatiek te zijn.”

Ze heeft ook een aantal andere genres verkend. “Ik was een vrij alternatieve puber, en dus luisterde ik naar hardrock. Maar gelijktijdig zong ik close harmony , zoals later in mijn groep Les Elles. Op zichzelf was dat natuurlijk een rare tegenstelling: close harmony en Guns N’ Roses. Voor mij was het ook eigenlijk een no go, maar ik genoot zelf nog het meest van al die truttige liedjes. Ik had toen al besloten dat ik jazz wilde gaan studeren. Iemand had dat ooit eens een keer tegen mij geroepen en ik vond dat eigenlijk wel een goed idee. Op het conservatorium heb ik geleerd wat jazz precies is. Toen ben ik pas naar al die platen gaan luisteren. De klassiekers, zal ik maar zeggen. Toen hoorde ik voor het eerst waar ik al die tijd nou zo gefascineerd door was. Maar er was niet één ding of één artiest waarvan ik zei: dat is het! Dát wil ik ook! Dat had ik wel toen ik de demo van de latere hit Back It Up – aanvankelijk bestemd voor de Japanse markt – voor de eerste maal hoorde. Toen viel ineens alles op z’n plaats: van die groove ging mijn hart pas écht kloppen.”


Emerald kan niet precies duiden wat het geheim van haar succes is. “Ik merk, nu ik veel interviews doe, dat ik wil uitleggen hoe het allemaal is ontstaan. Iedereen wil toch weten hoe het nou precies zit met dat meisje dat die jaren-vijftigliedjes zingt. Ik kan niet meer zeggen dan dat we nadat we Back It Up hadden gemaakt dachten: dit is tof! Nog meer! Nog meer! Het is muziek die in deze combinatie van mensen is ontstaan. Ik weet wel dat ik voor het eerst in mijn leven mensen heb ontmoet met wie ik toffe muziek kan maken. Ik ben niet de sturende invloed achter de band. Maar ze kijken wel erg naar wat ik wil en wie ik ben. De muziek wordt geschreven met mij in gedachten. Een liedje is toch altijd een beetje een bouwsel. Wanneer ik geïnspireerd raak door wat zij maken, ga ik weer anders zingen.”

Emerald maakte Deleted Scenes From The Cutting Room Floor met de Nederlandse producers Jan van Wieringen en David Schreurs en de Canadese tekstdichter Vincent Degiorgio. “Soms begon dat met een opzetje van mijzelf. Als ik bijvoorbeeld een zinnetje zong, dan zei David: maar probeer het nou eens zó. En zo ging het steeds heen en weer. En dan wordt het moeilijk om te zeggen wie nou precies de componist is. Vince heeft als tekstschrijver meer duidelijkheid nodig, maar als ik duidelijk was en hij mij begreep, dan maakte hij bijna in één keer het hele liedje af. Op die manier ben ik zeer nauw bij het hele proces betrokken geweest. Het was in eerste instantie gewoon een studioproject. Ze wisten niet of ik het live wel waar zou kunnen maken. Ze waren niet eens naar een optreden van mij geweest. Maar dat is het kenmerkende van dit project: alles blijkt steeds maar weer op zijn plaats te vallen. Dat heeft te maken met wat je idealen zijn en dat je bepaalde ideeën kennelijk deelt. Dat je dezelfde passie hebt over hoe je de dingen aan moet pakken. Passie voor het vak. En dat hebben we. Soms vind ik het bijna gevaarlijk wat er nu gebeurt.”


Emerald beseft eigenlijk nog niet wat haar komeetachtige carrière met haar heeft gedaan. “Ik zit er zo middenin,” verklaart zij, “dat ik niet eens zeker weet wat het met mij doet. Ik zit namelijk wel in een soort werkmodus: ik moet door, ik weet dat ik volgende week dat moet doen en zo ga ik maar door zodat ik op het moment zelf geestelijk eigenlijk niet aanwezig ben. Dat heeft het dus vooral met mij gedaan: ik heb heel veel moeite om stil te staan bij wat er gebeurt. Daar moet ik bewust mijn momenten voor pakken. Als er even rust is. Dan kan ik denken: wow, dit is zo fantastisch!

“Het is natuurlijk ook één grote leerschool. Er is een hoop dat ik nog wil en moet leren. Maar in het tempo waarin het nu gaat, heb ik iets al geleerd voordat ik er bij stil kan staan dat ik het wíl leren. Het is een rijdende trein waar we op zijn gesprongen. Er is de laatste maanden zo veel gebeurd, en het wordt met de week heftiger. Ik vind het heel intimiderend.”

Emerald is erg bang dat zij haar vrijheid kwijtraakt, omdat iedereen wel iets van haar wil. “Ik wil niet geleefd worden,” zegt ze stellig. “Je krijgt wel een korter lontje als er zoveel druk op je staat. De spanning komt er aan een andere kant, bijvoorbeeld in mijn privéleven, dan toch weer uit. Ik kan gewoon veel minder hebben. De dingen die ik doe, wil ik gewoon heel erg goed doen. Daar moeten andere dingen soms een beetje voor wijken. Ik heb wel heel erg het gevoel dat ik het waar moet maken. Dat er toch mensen zijn die even komen kijken wat ik nou precies helemaal waard ben. Tot nu toe valt het erg mee. Ik trek toch voornamelijk mensen aan die heel erg relaxed en positief zijn. Het publiek dat wij hebben bestaat toch vooral uit mensen die het mij gunnen. Die staan in de zaal gewoon te stralen. De lezers van het voetbalblad zijn er, maar ook de mensen van de Viva en de Opzij en de Libelle. Geslacht maakt ook niet uit. ’t Is eigenlijk wijvenmuziek, dacht ik, maar dat blijkt dus toch niet zo te zijn. Er komen ook zo veel mannen op af. Ook die band bestaat alleen maar uit leuke, lieve jongens die gewoon sfeer maken en dan heeft ook weer zijn weerslag op hoe het publiek daar weer op reageert. Beleefd en lief.”


Later, in de afgeladen zaal, zien we wat Emerald bedoelt: het publiek is een evenwichtige dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolking. Een boomlange, grijzende vader geniet met een nog langere puberzoon en verderop danst een moeder met haar dochter. Maar er zijn ook alto’s, skaters en rockers in het publiek, om nog maar te zwijgen van keurige, stemmig geklede dames en heren. Sommigen uit die laatste categorie verlaten het concert voortijdig omdat de relaxte feel van het album live een beetje kapot wordt gebeukt door de wat al te enthousiaste beats van de deejay. De vernuftige arrangementen gaan daardoor soms schuil achter een bonkende klanksluier en zelfs Emerald heeft af en toe moeite om zich verstaanbaar te maken. Jammer, maar niet iets waar een geluidstechnicus met oren aan zijn hoofd niets aan kan doen.

Caro Emerald signaleert en passant ook nog een nieuwe trend in platenland: het blijkt nu ineens dat de mensen helemaal niet te beroerd zijn om naar de cd-winkel te lopen en daar een cd te kopen. “Ik ben een nieuwe artiest, niemand kent mij, en er zit geen grote marketingstrategie achter dit succes. Het kom echt allemaal uit een klein hoekje in Amsterdam. Alle grote labels waren wel enthousiast over de muziek, maar hielden meteen een grote slag om de arm. Kunnen we dit wel verkopen? We kregen dus niet echt fantastische aanbiedingen. Terughoudendheid. Niemand durft. Er zullen wel heel wat mensen zijn die zich nu achter de oren krabben. Dus toen dachten we: dan gaan we het toch lekker zelf doen. David zei steeds: deze muziek verkoopt zichzelf. Daar hoeven we geen ingewikkelde dingen voor te doen. Het is muziek die je hoort en onthoudt. Dan is al die onzin eromheen niet meer nodig. Dat je het op een strategisch moment in de markt moet zetten… Wij hebben beide singles op heel ongunstige momenten uitgebracht. Iedereen zei: je moet geen single in juli uitbrengen en je moet geen single in december uitbrengen. Wij hebben het wel gedaan en het zijn allebei heel grote hits geworden. We hebben alle regels met voeten getreden. Dat is dus het tegenovergestelde van wat de sceptici beweren, namelijk dat er te veel is nagedacht over onze muziek. Natuurlijk: we hebben wel nagedacht hoe we onze muziek zo goed mogelijk in de markt konden zetten. Het moest wel een duidelijk plaatje worden. En daarom is er gekozen voor die artiestennaam, bepaalde kledij en make-up, maar dat was alleen maar omdat we de muziek duidelijk naar voren wilden schuiven. Meer dan dat is het echt maar dan ook écht niet. Het is bijna per ongeluk gegaan.”

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Ruud Meijer