‘Het kapitalisme is het grootste succes ter wereld’

Volgens de Amerikaanse mediamagnaat en vrijemarktideoloog Steve Forbes zit het kapitalisme ten onrechte in het verdomhoekje. De financiële crisis is niet veroorzaakt door een gebrek aan regulering en de hebzucht van Wall Street, maar door blunders van de overheid. Alan Greenspan heeft de vrije markt ondermijnd.’

Op de Forbes 400-lijst van rijkste mensen in de wereld is Bill Gates van de eerste plaats verstoten door een Mexicaan. Dat moet steken.

“Integendeel. Die eerste plaats toont juist de universele aantrekkingskracht van het kapitalisme aan. Het zijn niet alleen mensen uit de westerse wereld die dit soort rijkdom kunnen vergaren. Als je de juiste omgeving creëert, blijken ondernemers van allerlei achtergronden daarin mee te kunnen delen.”

Toch zijn de verschuivingen in de lijst dit jaar wel heel dramatisch. Van de 97 nieuwe miljardairs komen er bijvoorbeeld 62 uit Azië. Is Amerika over zijn hoogtepunt heen?

“Het klopt dat ontwikkelingslanden zich sneller herstellen van de economische crisis dan de geïndustrialiseerde wereld. Ik sprak onlangs met een fondsbelegger in New York en die zei niet helemaal voor de grap dat hij momenteel liever Indonesische dan Amerikaanse staatsobligaties bezit. Maar het Aziatische succes is relatief. Het continent is momenteel simpelweg met een inhaalslag bezig, net als Japan in de jaren vijftig en zestig. Dat neemt niet weg dat Amerika nog steeds veertig procent van de miljardairs in de wereld huisvest. Gemeten aan het aantal inwoners is dat nog steeds buitenproportioneel hoog.”

Toch signaleert u in de Verenigde Staten een probleem. U heeft uw nieuwe boek niet voor niets How Capitalism Will Save Us genoemd. Waarvan moeten we gered worden?

“Van economische stagnatie, het gebrek aan innovatie, dalende werkgelegenheid, verminderde perspectieven voor de lange termijn. Het verlies, om Abraham Lincoln aan te halen, van het recht om je eigen toekomst te verbeteren.”


Veel mensen zijn van mening dat het kapitalisme daar juist de oorzaak van is.

“Het kapitalisme heeft inderdaad een slechte reputatie. Volkomen onterecht, want het is het grootste economische succesverhaal ter wereld. Dankzij de vrije markt leven we langer en kwalitatief beter dan een eeuw geleden, is de kindersterfte in de westerse wereld met een factor tien afgenomen, zijn tal van dodelijke ziektes zo goed als uitgebannen, en is de productiviteit in de landbouw enorm gestegen. Het kapitalisme speelt daarnaast een cruciale rol in het ondermijnen van tirannie en de democratisering van de wereld. Het is zonder twijfel het meest ethische systeem dat er is.”

Toch is er de laatste jaren iets spectaculair misgegaan.

“Maar dat is meer vanwege overheidsfouten dan door inherente tekortkomingen van de vrije markt.”

Was die markt juist niet beter af geweest met wat minder vrijheid en meer regulering?

“De kredietcrisis had niets te maken met te weinig regulering. Het probleem was eerder dat bestaande regels verkeerd werden toegepast.”

Voor de handel in exotische kredietderivaten bestonden nauwelijks regels. Banken handelden met geleend geld in beleggingsproducten die zo complex waren dat bijna niemand ze begreep.

“Een derivaat is in principe hetzelfde als een termijncontract, in die zin dat je een transactie in de toekomst overeenkomt. Voor een future in bijvoorbeeld sojabonen gelden wel degelijk regels, bijvoorbeeld met betrekking tot transacties met geleend geld en de hoeveelheid kapitaal die je daarvoor moet aanhouden. Die voorwaarden hadden ook voor de kredietmarkt moeten gelden. Regelgevers hebben dat nagelaten, omdat ze hypotheekderivaten ten onrechte beschouwden als een compleet nieuw beleggingsproduct dat geen verdere regulering behoefde. Maar dat is niet de reden dat we in een crisis zijn beland.”


Wat was dan wel de reden?

“De echte reden was dat de centrale bankpresident Alan Greenspan aan het begin van de eeuw een veel te ruim monetair beleid heeft gevoerd. Het uit elkaar spatten van de internetzeepbel in 2000 leidde weliswaar tot een recessie, maar Greenspan heeft het economisch herstel vervolgens onderschat. Met als gevolg dat hij de rente te lang te laag hield en daarmee de vrije markten juist ondermijnde. Geld was zo makkelijk verkrijgbaar dat zelfs mensen zonder inkomen een hypotheek konden afsluiten.

“Daarnaast hebben de semi-particuliere hypotheekverstrekkers Fannie Mae en Freddie Mac olie op het vuur gegooid door gezamenlijk meer dan duizend miljard dollar aan slechte leningen aan te nemen. De Amerikaanse belastingbetaler stond hier vervolgens garant voor, waarmee de vastgoed-bubble alleen nog maar groter werd. En toen de zeepbel barstte, maakte de overheid de situatie nog erger door banken te verplichten tot de zogeheten mark-to-market-regel. Daarmee werden instellingen gedwongen om een inschatting te maken van wat hun activa waard zouden zijn als ze die op dat moment zouden moeten verkopen. Het effect daarvan was ronduit catastrofaal. De meerderheid van de verliezen op Wall Street werd niet veroorzaakt door afschrijvingen op toxische hypotheken, maar doordat de bezittingen van banken op papier door een kelderende beurs mee naar beneden werden getrokken.”

Valt de financiële wereld dan helemaal niets te verwijten? Wall Street kon per slot van rekening niet eens zijn eigen risico’s inschatten.

“Ik zal niet zeggen dat er geen fouten zijn gemaakt. Maar de vraag is wie het klimaat heeft geschapen waarin die fouten überhaupt gemaakt konden worden. Banken dachten dat ze hun derivatenportefeuilles onder controle hadden omdat hun modellen gebaseerd waren op aantoonbare resultaten uit het verleden. Ze waren zich er niet van bewust dat ze te veel risico namen, omdat ze verzekeringen hadden afgesloten en ervan uitgingen dat die afdoende waren. Ten onrechte, zo bleek inderdaad. Maar het was de overheid die het speelveld heeft veranderd. De banken hadden nooit in de positie kunnen zijn om met zoveel geleend geld te handelen als de Federal Reserve dat geld niet zo makkelijk verkrijgbaar had gemaakt.”


De financiële wereld voer met andere woorden blind op wat de overheid haar voorschotelde. Is dat niet wat makkelijk gedacht? Hebben bedrijven niet de verantwoordelijkheid om hun eigen afwegingen te maken?

“Op het moment dat deze dingen gebeurden, dachten mensen dat dit de nieuwe realiteit was. Amerikaanse banken waren niet de enige die ervan uitgingen dat de huizenprijzen altijd zouden blijven stijgen. De hele wereld dacht er zo over. Zonder een zwakke en instabiele dollar was de zeepbel nooit zo groot geworden. Zonder staatsbedrijven die het systeem ontwrichtten evenmin. Maar als de overheid dit soort fouten maakt, dan kun je vooraf niet inschatten welke sector in de economie daar de dupe van zal worden.”

Desalniettemin heeft het westerse kapitalisme tussen de Tweede Wereldoorlog en 2008 geen bankencrisis meer meegemaakt. Volgens economen komt dat onder meer door de Glass-Steagall-wet uit 1933, die het zakenbanken en commerciële banken verbood om te fuseren. Die wet is in 1999 echter afgeschaft, waarna commerciële banken steeds meer risico’s zijn gaan nemen.

“Glass-Steagall was sowieso al een dode letter, omdat commerciële banken door financiële innovaties steeds meer de mogelijkheid kregen om zich te gedragen als een zakenbank. Maar de lange periode van voorspoed sinds de Tweede Wereldoorlog komt niet door regulering, maar door andere goede dingen die overheden aanvankelijk hebben gedaan. Organisaties als Bretton Woods, de NAVO en de Wereldhandelsorganisatie hebben de voorwaarden geschapen waarmee landen zich konden concentreren op het scheppen van welvaart. Dat hing nauw samen met het fiscale klimaat: naarmate de overheidsuitgaven omlaag gingen, daalde de werkloosheid en gingen de beurzen omhoog. Vanaf de jaren tachtig hebben we een periode van uitzonderlijke innovatie meegemaakt. De Dow Jones is sindsdien bijna vertwaalfvoudigd. De werkloosheid daalde op een gegeven moment tot zo’n vier procent, terwijl die voorheen nooit onder de 6,5 procent uitkwam.”


De realiteit van nu is echter een werkloosheid van bijna tien procent. Bovendien is er geen garantie dat een dergelijke crisis zich niet zal herhalen. Noodlijdende banken die niet failliet mochten gaan omdat ze te groot waren, zijn alleen nog maar groter geworden.

“We moeten inderdaad af van banken die te groot zijn om om te vallen. Die destabiliseren de markt doordat ze vanwege hun impliciete staatssteun goedkoper geld kunnen aantrekken dan kleinere banken die wél bankroet kunnen gaan. De overheid heeft dat probleem helaas nog niet aangepakt. Een wetsvoorstel in de Senaat doet zelfs het tegenovergestelde door een speciaal fonds te creëren waarop banken in geval van nood kunnen terugvallen.”

Dat komt wellicht doordat de overheid niet in een vacuüm opereert. Wall Street verzet zich bijvoorbeeld met hand en tand tegen alles wat naar regulering ruikt. Zou lobbyen niet verboden moeten worden?

“Het verbieden van lobbyen is als het uitbannen van muggen in een moeras: wenselijk misschien, maar onbegonnen werk. Zolang de overheid controle heeft over het bedrijfsleven zullen ondernemingen altijd blijven zoeken naar een manier om dat te beïnvloeden. In plaats daarvan moet je het moeras droogleggen. Als de federale overheid niet te veel geld drukt, dan krijg je dit soort excessen niet. De Centrale Bank had daarnaast van het Congres de middelen kunnen krijgen om banken in ieder geval te dwingen tot hogere kapitaalvoorzieningen. Bankpresident Greenspan koos er echter voor om dat niet te doen.”

In dat opzicht lijkt ook het droogleggen van het moeras onbegonnen werk.

“Als de regering niets doet tegen agressieve lobby’s, dan laat ze zien dat ze financiële hervormingen niet serieus neemt. Je moet af en toe door de zure appel heen bijten. President Barack Obama moet leiderschap tonen. Dit is de kans om te laten zien uit welk hout hij is gesneden.”


Obama zou kunnen beginnen met het aanpakken van bonussen op Wall Street.

“Het is makkelijk om de bankiers daarop aan te kijken, maar het zou terechter zijn om de Federal Reserve daarvan de schuld te geven. Het ruime geldbeleid van Alan Greenspan had ook gevolgen voor de Amerikaanse munt. Bonussen die werden uitgekeerd in dollars waren daardoor in feite aan inflatie onderhevig. Met een sterke en stabiele dollar had Wall Street bovendien een kleinere prikkel gehad om te speculeren op valutakoersen. Dat geld had gebruikt kunnen worden voor innovatie en investeringen in het midden- en kleinbedrijf.”

Dat neemt niet weg dat banken die vorig jaar nog staatssteun ontvingen momenteel recordbonussen uitkeren. Dat botst met het rechtvaardigheidsgevoel van veel Amerikanen. Moeten kleine beleggers meer zeggenschap krijgen in het beloningssysteem van beursgenoteerde bedrijven?

“Daarmee suggereer je dat de grote beleggers mínder stemrecht zouden moeten krijgen. Dat lijkt me niet rechtvaardig. Amerikanen kunnen toch ook gewoon hun volksvertegenwoordiger bellen? Dat is per slot van rekening de essentie van het politieke proces.”

Wat kan een volksvertegenwoordiger doen?

“Meewerken aan een klimaat waarin ondernemers kunnen bloeien. Met andere woorden: vrije markten zonder protectionisme, een juridisch systeem dat eigendomsrechten respecteert, een monetair beleid dat een harde munt garandeert. En natuurlijk lage belastingen.”

Ook voor de rijken?

“Juist ook voor de rijken, want die zijn overbelast. De tien procent hoogste Amerikaanse inkomens is verantwoordelijk voor 71 procent van de federale belastingen.”


Voor sommigen is dat niet genoeg.

Superbelegger en raskapitalist Warren Buffett vindt het bijvoorbeeld absurd dat hij over zijn salaris van 46 miljoen dollar nog geen achttien procent belasting hoeft te betalen, terwijl zijn secretaresse met zestigduizend dollar in een schaal van dertig procent zit.

“Buffetts kritiek is niet helemaal terecht. Zijn salaris is afkomstig van het rendement op zijn beleggingsportefeuille, dat inderdaad lager belast wordt dan het loonstrookje van zijn secretaresse. Maar daar is een reden voor. Buffetts secretaresse krijgt elke maand een vast salaris, ongeacht of de beleggingen van haar baas succesvol zijn of niet. Buffett krijgt echter pas betaald nadat hij zijn kapitaal heeft blootgesteld aan risico’s. Het kan ook fout gaan. In 2008 verloor hij 25 miljard dollar.”

Uw boek bevat genoeg stof voor een politiek programma. U heeft twee keer een gooi naar het presidentschap gedaan. Voelt u zich geroepen om dat opnieuw te doen?

“Nee, ik maak me tegenwoordig alleen nog maar sterk voor een vlaktaks. Het politieke spel laat ik aan anderen over.”

Steve Forbes en Elizabeth Ames: How Capitalism Will Save Us. Why Free People and Free Markets Are the Best Answer in Today’s Economy. Random House, 2009. €22,99. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl

Jeroen Ansink