Troost

De twee blondjes op foto één zijn de zusjes Charlotte en Antoinnette Scheulderman. Charlotte (Frans voor ‘taart met vingers’) is 1 meter 86 zonder torenhoge hakken, maar dat laatste hebben slechts weinigen mogen waarnemen. Antoinnette is de aantrekkelijkste bidsprinkhaan die Nieuwe Revu in de aanbieding heeft. In onder meer dat blad interviewt ze BN’ers, die traditioneel en reflexmatig geheel leeglopen. De dubbele n in haar voornaam is omdat papa aan grote verwarring ten prooi was toen hij de geboorteaangifte deed. Samenvattend: reeds in de wieg maakte Scheulderman de mannen gek. Een collega als Robert Vuijsje is er terecht trots op dat hij met de getalenteerde Antoinnette op incidentele basis de bloemetjes mag buiten zetten, zonder dat na afloop zijn koppetje eraf wordt geknaagd. En dat Scheulderman getalenteerd is, verzinnen we uiteraard niet zelf: onlangs werd zij genomineerd voor De Journalistieke Luis, waar zij het opneemt tegen professionele villers als Steffie Kouters, Coen Verbraak en Henny de Lange. Hors concours is Nieuwe Revu-collega Frénk van der Linden, die evenals alle genoemden aanwezig was op de presentatie van De mama’s en de papa’s, een bundeling van interviews van Scheulderman met BN’ers.

De bundel is een geweldig bloedbad geworden, want Scheulderman neemt geen genoegen met het gemiddelde geslijm waarmee de roddelbladen zich wekelijks laten wegsturen. De mama’s en de papa’s is een boek over en opvoeden en opgroeien, en dat gaat als bekend niet zonder frustraties. Het resultaat is een hoeveelheid leed waarin je niet zonder lieslaarzen kunt waden, en naarmate de geïnterviewde dieper in de misère wegzakt, word je als lezer steeds enthousiaster.

Tot de types die schoon aan de haak werden gehangen, horen onder meer Anita Witzier en Bridget Maasland, beiden aanwezig op de presentatie. Anita kreeg het eerste exemplaar en was de schaamte totaal voorbij. Niets vrolijkt zo op als de sores van de ander, omdat je eigen problemen daardoor een bagatel lijken. Het is de formule van het roddelblad, en het fenomeen wordt in deze bundel tot grote hoogte verheven.

Hans Klok werd eveneens ondervraagd te behoeve van de bundel, en was achteraf wat minder tevreden. We kunnen ons er wel iets bij voorstellen. Zelf werden we ooit een keer ondervraagd door La Scheulderman ten behoeve van een portret over Susan Smit in de Nieuwe Revu, en dat schattige hockeymeisje, die Scheulderman dus, met haar stralende blauwe oogopslag en blonde lokken, schreef in één zinnetje de scherpste karakterisering die op Google over ons te vinden is. De tweehonderdplus overige beledigingen aan ons adres zijn van meelijwekkende amateurs en laten ons derhalve siberisch. De truc is tweeledig: de juiste woorden, achteloos in de juiste volgorde. En Scheulderman beheerst het.

Jan Zandbergen