Heimwee naar Wouter Bos

Eventjes leek Job Cohen de ideale kandidaat-premier voor de PvdA. Maar zijn ster verbleekt snel. Dat is onvermijdelijk en volkomen terecht.

Het was onthutsende televisie: Job Cohen, beoogd vader des vaderlands, die vorige week in NOVA zat te schutteren als een beginneling.
Cohen zat raar, dat ten eerste. Hij had zijn stoel naar presentator Twan Huys toegedraaid, terwijl hij gewoon recht had moeten zitten. Huys wenste, zoals dat hoort, de nieren van de nieuwbakken PvdA-lijsttrekker te proeven, en probeerde hem te raken waar hij dacht dat zijn gesprekspartner het kwetsbaarst was: op het terrein van de economie.
Wist Cohen wat de totale hypotheekschuld in Nederland is?
Cohen had geen flauw benul.
Wist Cohen hoeveel werklozen er maandelijks bijkomen?
“Te veel,” bromde Cohen slechts.
Dat de voormalige burgemeester van Amsterdam wel wist hoeveel een brood kost, waren wij, de kijkers, de kiezers, toen allang vergeten. We vroegen ons af: moet déze man ons land door een loodzware economische crisis heen loodsen?
Ja en nee. Ja, want de PvdA heeft Cohen nu eenmaal tot lijsttrekker gebombardeerd en dus zal Cohen met elk dossier moeten dealen dat er onder zijn neus wordt geschoven, óók als het over economie gaat. Nee, want deze campagne had helemaal niet over de economie moeten gáán.
De vraag die dit weekblad half maart stelde aan Jeroen Dijsselbloem, vice-fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer, was deze: wat wordt volgens u het belangrijkste thema in de aanloop naar 9 juni?
Antwoord van Dijsselbloem: “Wederom integratie. Want dat is wat de samenleving onder spanning zet. Over de economische crisis zal het – helaas, zeg ik als PvdA’er – veel minder gaan.”

Lees de rest van het artikel in HP/De Tijd van deze week

Boudewijn Geels en Roelof Bouwman