Horrorhotels

De zomer nadert, tijd voor een weekeindje weg. Maar waar? Hier in elk geval niet: HP/De Tijd sliep een nachtje in zes van de slechtste hotels in Nederland. Over pregnante putlucht, peilloze matraskuilen en beddegoed met haar. Help!

* City Hotel *

Renbaanstraat 1-3, Den Haag

Tweepersoonskamer met ontbijt: €76

“Het hotel biedt haar gasten comfortabele kamers, een restaurant in Oud-Hollandse stijl, een bar en een terras” (http:/cityhotel-scheveningen.com)

“Ziet eruit als een gevangenis” (www.hotels.nl)

We storen een Chinees gezin bij de maaltijd wanneer we het hoekpand betreden waar de receptie van het City Hotel is gevestigd. Het eigenlijke hotel is een paar deuren verderop. Van de zoon des huizes krijgen we de sleutel mee. Onze kamer, zo wordt duidelijk wanneer we een steile houten wenteltrap naar beneden volgen, is gevestigd in het souterrain van het hotel. En dat is een mooi woord voor kelder. Kélder!

We openen de deur en staan in een met nepmarmeren tegels en witte plastic schrootjes beklede kamer van vier bij vier meter. Er zijn geen ramen. Nou ja, er zijn twee matglazen vensters van twintig centimeter hoog, die uitkomen op het trottoir. Er hangen bloemetjesgordijnen voor. We horen hakjes voorbij tikken, we vangen flarden van straatgesprekken op en ruiken uitlaatgassen van parkerende auto’s. En verder zien we niets. Een aparte deur geeft toegang tot een badkamertje. Ons oog valt op loszittende tegels en gaten in het sys-teemplafond. Ook hier is er geen verbinding met de buitenwereld.

Gelukkig zijn de voorzieningen verder gewéldig. In de la van een wankel bureautje ligt een telefoongids van 2001. Op het bureautje staat een flesje Spa blauw met twee plastic bekertjes: ziedaar onze minibar. Na te zijn doorgespoeld gorgelt het toilet nog vrolijk een halfuurtje door. De slaapkamer laat zich alleen indirect verwarmen: de knop zit in de badkamer, waarvan we de deur maar open laten staan om de warmte te laten doorstromen. De dekbedjes op de beide tegen elkaar geschoven metalen ledikanten zijn dun. Voor enig comfort moeten we diep onder de wol.


Om te ontbijten moeten we in de vroege ochtend terug naar het andere pand. We treffen er een zaaltje dat vooral is gevuld met Chinezen. Niemand lijkt het erg te vinden dat een serveerster alvast wat tafels aan het schoonmaken is met een luid zoemende kruimeldief. Er ontbijt ook een Duitse toerist met een ‘Free Tibet’-shirt aan: dát vinden we lef. Als we willen uitchecken staat zoonlief af te wassen achter de bar. Er is uiteraard geen reden om dat te onderbreken voor een vertrekkende gast: met een hoofdgebaar geeft hij aan dat we de sleutel op de bar kunnen leggen.

Bijna tachtig euro voor een onderaardse kerker: dan moet de locatie wel héél erg top zijn. Dat klopt. Het valt te vrezen dat menige bezoeker van het zeer nabij gelegen Circustheater zich laat verleiden tot een nacht in het City Hotel. En ja, ook de boulevard van Scheveningen ligt om de hoek. Onze suggestie is om daar zó dronken te worden dat die Chinese martel- kelder er nog wel bij kan.

* Beach Hotel *

Badhuisplein 2-4, Zandvoort

Tweepersoonskamer met ontbijt: €80

“Beach hotel Zandvoort is een 3-sterren-hotel met een 4-sterren service” (www.beachhotelesplanada.nl)

“We hebben niet gedoucht omdat we dan waarschijnlijk viezer werden dan niet douchen” (www.zoover.nl)

Het oogt niet verkeerd, dat Beach Hotel. Het zonnetje schijnt, de zee bruist op een minuutje lopen. Een winkelstraat zit om de hoek. Het venijn zit hem dan ook in de details. Zo moeten we aanbellen en doet niemand de deur open. Dan maar via het aanpalende restaurant (harde muziek, Engelssprekende serveerster) naar binnen. Via een smalle en steile trap gaat het naar de kamer. We passeren bakken met plastic palmbomen. Al het groen in het hotel, zo zal blijken, is nep.


We ruiken natte verf, en dat is positief: het interieur kon wel een likje gebruiken. De kamer oogt fris, maar dat is bedrieglijk. Er liggen haren onder het laken en in het doucheputje. De gammele douchecabine is echt de állergoedkoopste die er bij de bouwmarkt te halen viel. Er hangt een onbestemde putlucht. De wc-bril zit maar half vast. De oranjegele gordijnen in de kamer hangen maar deels in de haakjes. Ze zijn te dun om het schijnsel van de straatlantaarns te weren: midden in de nacht kunnen we met al het licht uit HP/De Tijd lezen. Eén bedlampje is trouwens sowieso al kapot. De televisie toont vooral dichtbesneeuwde beelden.

Als we zachtjes de stang beroeren waaraan het achterbord van het bed is opgehangen, schiet hij los: knák. De stang zal in vervaarlijk gebogen toestand de hele nacht boven ons hoofd blijven hangen. We hebben overigens prima geslapen. Het onderstel van het bed maakte bij elke forse beweging weliswaar een knallend geluid, maar alla.

In de ochtend wordt er ontbeten. We stelden ons er niet te veel van voor, en dat blijkt terecht: er is keuze uit witte en bruine boterhammen. We delen het zaaltje met twee Duitse echtparen. Personeel laat zich gedurende het gehele ontbijt niet zien. Ook niet bij de receptie wanneer we willen uitchecken. De bel op de balie is kapot. We roepen ‘hallo!’ door de openstaande deur van het kantoortje, maar daar leeft alleen de radio. Betaald hadden we al: dat moest bij aankomst. We leggen de sleutel dan maar ergens neer. Tijd voor een wandelingetje over de boulevard om het Beach Hotel uit ons hoofd te laten waaien.


* Fletcher Het Veluwse Bos *

Arnhemseweg 520-524, Beekbergen

Tweepersoonskamer met ontbijt: €78

“Een uiterst servicevriendelijk budget hotel met een sfeervolle ambiance en verschillende faciliteiten” (www.hotelhetveluwsebos.nl)

“Met je ogen dicht was het nog net te doen” (www.zoover.nl)

Dat is een veelbelovend begin: een hotel met een frisse witte gevel en een vriendelijke receptioniste. Ze wijst ons de weg naar boven – een smalle en steile trap met een stoellift naar de eerste etage. De bovenste verdieping is voor minder validen onbereikbaar. Mensen langer dan 1 meter 80 moeten bovendien ietsje bukken in de gang die op de bovenste verdieping langs de kamers voert: we lopen onder het schuine dak van de zolder. Die bevindt zich overigens niet in het gebouw met de witte gevel; dat is het restaurant. Het hotel is de lelijke aanbouw die erachter staat. De website van het hotel belooft overigens een verbouwing in de toekomst. Wij zeggen: doe de prijs tot die tijd omlaag.

Want: de kamer is klein. Het bed noodgedwongen ook, het is eigenlijk een twijfelaar. Een krákende twijfelaar: geen beweging kan geluidloos geschieden. We zien, voelen en ruiken de onmiskenbare tekenen van vergane glorie: meubilair dat hopeloos uit de tijd is, vlekken in de vloerbedekking, vlekken in de gordijnen, loze spijkers in de wanden, een kapotte ventilator, een telefoon die er blijkens een stickertje al sinds februari 1991 staat. Het raam heeft enkel glas, waardoor de gordijnen bollen wanneer de wind stevig waait. In de badkamer met jarenzeventigtegeltjes vinden we geen zeep, wel vochtplekken in het plafond. Staand douchen is vrijwel onmogelijk; wie naar het toilet wil kan zich maar beter bewust blijven van een laaghangende balk in het schuine dak.


We logeren aan het uiteinde van de zoldergang, waardoor we gelukkig niet veel andere hotelgasten horen. Om zeven uur ’s ochtends worden we niettemin gewekt door geklop op de deur, maar dat blijkt bij de buren. En de hoestende meneer door wie we worden opgeschrikt, blijkt ook niet in ónze kamer te staan, maar aan de andere zijde van het dunne wandje. In de eetzaal lopen we, nog een tikje slaapdronken, langs het ontbijtbuffet. De broodjes, boterhammen en croissantjes liggen in rieten manden. Ze worden afgedekt met theedoeken. Theedoeken met vlekken. Grote vlekken. We denken gedurende het gehele ontbijt aan roze olifanten om dat maar te verdringen. We komen terug hoor, in Beekbergen. Ná de verbouwing.

* Hotel Benelux *

Beijerlandselaan 47a, Rotterdam

Tweepersoonskamer zonder ontbijt: €70

“Alles is geheel vernieuwd in 2007, één voor één berekend op de eisen van de eigentijdse reiziger. Hygiëne is een pre bij ons” (www.hotelbenelux.nl)

“Een blamage dat dit bedrijf zich hotel mag noemen” (www.hotels.nl)

We kregen goede moed door de foto’s op de website van het hotel. Ruime, frisse kamers, een receptiebalie met een vriendelijk lachende jongedame erachter. Maar wat troffen we aan toen we na binnenkomst een hoge, steile trap naar de eerste etage hadden beklommen? Een smoezelige ontvangstruimte met achter de balie een onophoudelijk telefonerende Turk in een glimmend trainingspak. En een grote hond, aangelijnd aan een haak in de muur. En twee Turkse mannen op een bank, wezenloos voor zich uit starend.

We moeten nóg twee steile trappen omhoog naar onze kamer. Die is niet ruim en fris, zoals we al traplopend waren gaan vermoeden. Het is de spreekwoordelijke bezemkast waarin we zijn terechtgekomen. Er staat een tweepersoonsbed ingebouwd in een hoek. Aan één kant is nog drie vierkante meter loopruimte. Een deur geeft toegang tot een piepkleine badkamer met douche. We zien een grote bruine vochtplek in het systeemplafond. Op een plateautje staan twee glazen met zó veel aanslag op de bodem dat je er niet meer doorheen kunt kijken. We horen onszelf een diepe, diepe zucht slaken.


We hebben een kamer aan de achterkant van het gebouw. Dat moet veel lawaai schelen; het hotel staat midden in een lange, drukke winkelstraat met een hoog gehalte aan islamitische slagerijen, belwinkels en textielsupers. De keerzijde van de locatie is dat we nu het gezelschap mogen genieten van enkele luid koerende duiven in de dakgoot. Waarbij we meteen kunnen vermelden dat het bruine gordijn voor het raam amper licht tegenhoudt: het hangt een paar decimeter te ver naar voren. Er zijn meer ontwerpfoutjes: zo is er geen nachtlampje bij het bed, waardoor we ’s avonds de keuze hebben tussen het lichtbad van de TL-buizen aan het plafond en het flikkerende schijnsel van de televisie. Een televisie waarvan de kanalen overigens in volstrekt willekeurige volgorde zijn ingesteld – Nederland 1 vinden we achter knopje 16.

De nacht in het Beneluxhotel wordt een, ehm, bijzondere ervaring. Door het bed, waarvan de springveren steeds nadrukkelijker tegen onze ribbenkast drukken. Door de verwarming, die urenlang dood blijft maar laat op de avond ineens aanslaat. Door het gestommel op de trap, de krakende vloeren, de slaande deuren en de Turkse medemensen die in het piepkleine halletje op luide toon ongetwijfeld uiterst belangrijke zaken bespreken. En door het stelletje aan de andere zijde van het flinterdunne wandje, dat geen enkele poging doet het liefdesspel met enige terughoudendheid te bedrijven (de luid ingeleide climax volgde om 00.50 uur).

Na vier uur effectieve slaap dalen we de volgende ochtend in brakke toestand de trap af, na de sleutel te hebben ingeleverd bij de Turk in trainingspak. We treffen een wat verdwaasde jongedame die we inschatten als zijn dochter. Ze begint meteen te vragen. Waar we vandaan komen. Wat we vannacht deden.


Wat we vannacht deden? Slapen. Stil zijn. Wíj tenminste wel.

Die hint was duidelijk.

“Ah joh, dat geeft niet, het is toch maar Rotterdhm joh.”

Ja, dat is dan ook wel weer zo.

* Hotel Palanka *

Walramplein 9, Valkenburg aan de Geul

Tweepersoonskamer met ontbijt: €80

“Alle kamers zijn erg comfortabel en voorzien van tv en telefoon” (www.hotelpalanka.nl)

“Gewoon een oud gebouw waarin mijn oma in de jaren 30 haar huwelijksreis zou kunnen hebben gevierd” (www.zoover.nl)

Het moet gezegd: het Palanka-hotel is perfect gesitueerd. Alle winkels, hotels en restaurants van Valkenburg bevinden zich op loopafstand. Maar ook weer niet té dichtbij, zodat de overlast van dronkelappen op de stoep van het hotel zal meevallen. Ook positief: de mevrouw die ons bij de receptie ontvangt, is zeer vriendelijk. We worden met onze sleutel naar de tweede etage gestuurd.

Zodra we de deur naar het trappenhuis hebben geopend, wanen we ons in een hotel dat we nog kennen uit de voormalige DDR. We zien afgetrapte vloerbedekking van een onbestemde kleur, veel houtwerk, crèmekleurig reliëfbehang, afgebladderde verf, vloeren die zó scheef lopen dat we soms zelfs even uit balans raken. Palanka vonden we sowieso al wat oostblokkerig klinken, maar dit voelt als een paleontologisch museum in Sofia, of een KGB-kantoor in een buitenwijk van Novosibirsk. Het is er donker, het ruikt er muf en zuur. In hoeken staan met vaalgroen fluweel beklede stoelen waar nooit iemand op zit. Hier kan zelfs een geblinddoekte Jan des Bouvrie alleen nog maar goed doen.

De kamer valt mee. Hij oogt redelijk modern en is een balzaal vergeleken met de bezemkasten die ons elders zijn gegund. Er ligt laminaat op de vloer. Ons oog wordt wel meteen getrokken naar de poster die boven het bed hangt. Het is een foto van het achterwerk van een dame in een zwart leren pakje. Er priemen enkele metalen pinnen in haar derrière. Het is kunst, zo leiden we af uit de prominent vermelde naam van de fotograaf. Het is in elk geval wat anders dan de eeuwige geaquarelleerde landschappen die we elders aantreffen, dat dan weer wel.


Het bed is het aangenaamste dat we deze week troffen. Wel zien we een fiks gat in een van de handdoeken: slijtage. ’s Nachts horen we knallen – dat moet de ongetwijfeld ook zeer gedateerde verwarming zijn. Belangrijker: in de badkamer hangt een pregnante putlucht. Geen wonder dat het raampje bij aankomst al wijd open stond. Zo zijn we uiteindelijk toch weer blij dat we maar één nacht zijn gebleven.

* Fletcher Du Commerce *

Loskade 1, Middelburg

Tweepersoonskamer met ontbijt: €93

“De karakteristieke kamers zorgen voor een ontspannen verblijf, waarin onze gasten zich al meer dan 100 jaar heerlijk thuisvoelen” (www.hotelducommerce.nl)

“Het hotel had al 30 jaar geleden een opknapbeurt moeten hebben” (www.hotels.nl)

Het Du Commerce hotel is al oud, getuige de zwart-witfoto die boven de receptie hangt. Het hotel stond er al toen er nog met paard en wagen door Middelburg werd gereden. Nadat we ons in de piepkleine lift hebben geperst en in een slakkengangetje naar onze etage zijn getakeld, belanden we inderdaad diep in de vorige eeuw. Alleen de televisie op de kamer is jonger dan twintig jaar. Het meubilair – twee nachtkastjes, twee stoelen en een bureautje, meer past écht niet naast het bed – kan zó naar de kringloopwinkel. Aan de bovenrand van de deur gaapt een brede spleet, alsof iemand is uitgeschoten met de zaag maar dat verder wel oké vond. Het raam kan niet helemaal dicht: ook daar moeten we een kier op de koop toe nemen. Wie de gordijnen probeert dicht te trekken, ziet ze prompt terugschieten. Alleen grof geweld biedt soelaas. Een lamp is kapot.

Plotseling horen we achter ons praten. Als we ons omdraaien, zien we niemand. Het blijken de buren te zijn aan de andere kant van de muur. Zelf moeten we nog even bellen; dat zullen we héél stilletjes moeten doen om te voorkomen dat zij alles kunnen volgen. De hele avond horen we stemmen op de gang, krakende vloeren en dichtslaande deuren. De nacht blijft gelukkig redelijk stil. We zijn vroeg gaan slapen omdat het televisietje aan de muur zodanig is vastgemaakt dat het onmogelijk is om er zonder nekverrekking op bed naar te kijken. En ook omdat de kuil in het bed zo diep is dat we elk uurtje nachtrust goed zullen kunnen gebruiken.


De volgende ochtend laten we ons niet ontmoedigen door het gemis aan badkamerzeep en het eigen leven dat de warm- en koudwatertoevoer van de douche leidt. We werpen een blik door het raam en genieten van een panoramazicht over het oude centrum van Middelburg. Ach, als je van binnen naar buiten kijkt, valt dat Du Commerce-hotel eigenlijk best mee.

Er zijn natuurlijk veel meer slechte hotels dan deze zes. Wie alle Nederlandse hotels zou gaan inspecteren, vindt ongetwijfeld slechtere. De zes hotels in dit artikel hebben met elkaar gemeen dat ze allemaal uiterst beroerd scoren op verschillende Nederlandse beoordelingswebsites (zoals zoover.nl en hotels.nl) die door bezoekers zélf zijn ingevuld. Ze staan onder aan alle ranglijsten. We gingen daarbij niet af op enkele recensies, maar op minstens tientallen van recente datum. Verder kozen we niet voor motels, pensions en jeugdherberg-achtige onderkomens waar een gebrek aan comfort gezien de prijs en de aard van het onderkomen te verwachten is. De zes gekozen hotels vragen relatief veel geld (70 euro plus) voor minimale luxe (to put it mildly). We boekten steeds een tweepersoons standaardkamer. De gekozen hotels hebben verder met elkaar gemeen dat ze zichzelf op hun website op een manier roemen die, om het zachtjes uit te drukken, geen recht doet aan de werkelijkheid.

Mark Traa