‘Ik geloof niet in control freaks’

Hij begon met twee stoelen, een tafel en een typemachine. Inmiddels loopt de omzet van reisconcern BCD Holdings in de miljarden. Na jaren ondernemen weet John Fentener van Vlissingen (1939) hoe hij hard moet zijn. ‘Een vriend zei eens: John is een betonnen blok met een matras eromheen.’

Op mijn zestiende ben ik van school afgegooid en door mijn vader naar een kostschool in Engeland ge- stuurd. Hij had me al gewaarschuwd dat ik het wat serieuzer moest aanpakken met school. Want ik ging naar allerlei feestjes en had plezier in mijn leven. Ik dacht dat het zo’n vaart niet zou lopen met die waarschuwing van mijn vriendelijke vader. Toen kwam hij een keer echt naar mijn kamer met de boodschap dat hij een kostschool had geregeld. Ik protesteerde nog, maar dat had natuurlijk geen zin. Kwam ik daar in Engeland in mijn eentje om acht uur ’s avonds aan met mijn enorme koffer. Ze hadden nog een les, Shakespeare vertalen. Ik kon meteen aanschuiven. En ik moest ook meteen een uur nablijven omdat ik aan mijn buurman vroeg hoe de school was. Om tien uur kon ik op zoek naar mijn bed, maar toen gingen de lichten al uit. Niemand had me verteld waar ik sliep. Ik moest echt op deuren gaan kloppen en zeggen: “Mijn naam is John van Vlissingen, is er hier een bed voor me?” Dan kom je ergens bij zaal vier. Daar blijkt het dan te zijn, moest ik in het donker mijn bed vinden. Nou, dan heb je wel bijna een huilbui.

Dat ik uit een geslacht van industriëlen kom, heeft mijn leven wel bepaald. Rond mijn twintigste voelde ik het misschien als een verplichting om te slagen. Later relativeer je dat. Mijn vader was teleurgesteld dat ik als enige van zijn drie zonen niet het familiebedrijf, Steenkolen Handels Vereniging, in wilde. Wel was ik sinds mijn 32ste commissaris bij SHV. Mijn twee broers en ik hadden zes keer per jaar een bespreking in een kroegje in de buurt. Fantastische gesprekken waren dat, we waren het soms totáál oneens. Vijfendertig jaar hebben we dat gedaan. Het is heel uniek in Nederland dat drie broers met zoveel ondernemingen te maken hebben gehad. Er waren tientallen beursfondsen en honderden bedrijven waar we invloed hadden. In dat bistrootje zijn heel veel grote besluiten genomen.


Ik wilde in de bankwereld werken. Twaalf jaar lang ben ik bankier geweest, ook in Amerika en Duitsland. Een fantastische tijd had ik daar, maar het ging toch kriebelen. Dat zit misschien in de genen, de drang om een eigen bedrijf te beginnen. Ik mag mezelf alleen niet vergelijken met een ondernemer die echt risico neemt bij de start, want ik had altijd de luxe dat er geld was. Gebruikt heb ik het niet, maar het was er wel. En ik wist: als het niet lukt met mijn eigen bedrijf, leef ik ook wel verder. Ik heb heel veel respect voor de garagehouder om de hoek met vijf man personeel die ’s nachts wakker moet liggen hoe hij de salarissen kan betalen, en die het toch redt. Geregeld heb ik besprekingen met jonge ondernemers om met ze mee te denken. Laatst sprak ik zo’n jongen die zijn geld verdient door kunstjes op een fiets te doen. Liet hij me zo’n filmpje zien waar hij terecht trots op was. En ik kreeg een tijdje geleden ongelofelijk veel brieven in reactie op een artikel; die probeer ik allemaal te beantwoorden. Een mevrouw met een wasserij schreef mij bijvoorbeeld over haar problemen. Dan kan ik het niet laten haar persoonlijk terug te schrijven met raad, ook al heb ik daar eigenlijk geen tijd voor.

Ik ben met bijna niks begonnen; een tafel, twee stoelen en een typemachine. Dat was de kick, om vanaf nul een bedrijf op te bouwen. Mijn zakenreisbedrijf BCD Travel groeide hard, van twee naar dertig naar honderd mensen. Ik kon mijn eigen succes niet bijbenen. Met zo’n snelle groei gaat de kwaliteit natuurlijk omlaag. Ik had meer op de rem moeten trappen en me moeten richten op een groei van vijftien procent per jaar, maar we verdubbelden. Dat was te veel, en daar kwam ik te laat achter. Na een jaar of tien was dat breekpunt. Ik heb het rechtgetrokken, en inmiddels heb ik 14.000 man personeel in dertig landen.


Het afgelopen jaar zijn we echt door een crisis heen gegaan. Ik heb duizend mensen moeten ontslaan. En ik zag de totale omzet, die in 2008 nog ruim vijftien miljard dollar was, met twintig procent afnemen. Er waren klanten die voorheen voor een omzet zorgden van dertig miljoen, en dat liep terug naar twee! Eigenlijk was ik gestopt in het bedrijf, maar het afgelopen jaar waren er klanten die zeiden dat ze toch wel even de eigenaar wilden zien. Dus moest ik opeens ietsje harder rennen. Hopelijk is dat nu weer voorbij en kan ik echt een stap terug doen.

Ik heb door de jaren heen geleerd dat ik meer moet luisteren naar anderen. Dat ik anderen de vrijheid moet geven hun beslissingen te nemen, binnen de grote lijnen die ik uitzet. Ik geloof niet in controlfreaks. Stel dat iemand van mijn bedrijf me belt uit India, zo’n gecompliceerd land. En die zegt: “We hebben een probleempje, wat moeten we daaraan doen?” Tja, weet ik veel. Dat moet iemand daar oplossen, dan wil ik niet de controlfreak zijn want dan neem ik de verkeerde beslissing. Daar ben ik van overtuigd. Druk heb ik het altijd gehad, ook al ben ik een levensgenieter gebleven. Ik probeer altijd 48 uur in 24 uur te stoppen. En zo efficiënt mogelijk vergaderen hè, dat weten ze allemaal hier. Een bespreking van meer dan een uur is geen goede vergadering.

Het werk kan ik totaal loslaten, daar ben ik zelf weleens verbaasd over. Als ik in Legoland ben met een kleinkind, denk ik echt niet aan BCD. En pas was ik bijvoorbeeld op vakantie in Zuid-Afrika. Dan gaat de knop om en ben ik alleen nog bezig met de leeuwen en de olifanten; dan ben ik het bedrijf helemaal kwijt, hoor. Ik durf het nauwelijks te zeggen, maar het is wel zo. En ik weet dat áls er iets belangrijk is, dat ze me dan kunnen vinden, want ik ben wel altijd bereikbaar voor mijn secretaresse.


Ik hoor weleens dat ik zachtaardig oog maar een onverbiddelijke kant heb. Een vriend zei eens: “John is een betonnen blok met een matras eromheen.” Dat komt door de kostschool, denk ik, daar ben ik hard geworden. Ik heb mijn grenzen, ik waarschuw iemand één keer en dat moet genoeg zijn. Net als mijn vader met mij deed toen hij me na één waarschuwing naar de kostschool stuurde. Dus ja, ik heb een keer een manager ontslagen toen ik hem toevallig tegenkwam in het vliegtuig en zag dat hij businessclass vloog. Dat is niet volgens de regels van BCD Travel. En een manager heeft een voorbeeldfunctie. Als mijn vertrouwen wordt misbruikt, is het einde oefening.

Sara van Gorp, foto Jos Lammers