Overgeleverd aan de zorg

Wat betekent het voor iemand om de rol van patiënt te moeten spelen? Hebben mensen die in een ziekenhuis terechtkomen greep op hun behandeling, en hoe staat het met het aldaar beleden adagium ‘de patiënt staat centraal’? Om deze vragen te beantwoorden voerde onderzoeksjournaliste Gonny ten Haaft uitgebreide gesprekken met een achttal ex-patiënten; allen waren zelf werkzaam in de zorg, voordat zij ziek werden. Onder haar respondenten bevonden zich artsen, verpleegkundigen, een ziekenhuismanager en een gezonde vrouw die een nier afstond ter transplantatie aan haar broer. Ten Haaft koos speciaal werkers in de zorg, omdat zij vanuit hun ervaring als zorgverstrekkers beter zouden kunnen beoordelen wat er goed gaat en wat niet. Twee van haar ondervraagden zijn intussen aan hun ziekte bezweken, de anderen zijn terug in de wereld der gezonden.

Het boek Dokter is ziek geeft een lichtelijk impressionistisch overzicht van patiëntbejegening en afhankelijkheidrelaties in de gezondheidszorg. Na lezing beklijft een beeld van goede bedoelingen en een toch vaak teleurstellende praktijk. Opvallend is dat ook zorgwerkers heel snel in de rol van patiënt schieten wanneer ze eenmaal in het ziekenhuis liggen. De wereld wordt klein, de patiënt voelt zich overgeleverd aan de medische machinerie die over hem heen rolt. Slechts een enkeling kan zijn eigen expertise mobiliseren en kritische vragen stellen bij een voorgestelde behandeling, of om een alternatief vragen.

De klachten van de zorggeschoolde patiënten zijn dezelfde als van de gewone patiënten: lange wachttijden (vooral op de uitslag van onderzoeken), slechte coördinatie tussen verschillende hulpverleners, te weinig aandacht van verplegend personeel bij concrete behoeften (een patiënte kon dagenlang niet eten omdat ze niet bij het dienblaadje kon en ook niet kon spreken), weinig echte compassie van zorgverleners. Vooral dit laatste punt geeft aanleiding tot zelfreflectie, omdat veel van deze patiënten tot hun schrik beseffen dat zij, toen ze nog gezond waren, precies dezelfde manier van doen hadden. ‘Ik kom straks’ is bijvoorbeeld een zinnetje dat een verpleegkundige zich heeft voorgenomen nooit meer tegen een patiënt te zeggen.

Hoge werkdruk en krappe budgetten dwingen artsen en verplegend personeel tot eeuwige haast. Patiënten voelen zich vaak een nummer in plaats van een mens met gevoelens en verlangens. Ze missen persoonlijke aandacht tijdens hun odyssee door het medische circuit, hoe professioneel en vriendelijk-beleefd de zorgverleners zich ook opstellen.


Kunnen ziekenhuizen lering trekken uit deze ervaringen en hun patiëntvriendelijkheid verhogen? Twee aanbevelingen lijken nuttig: het aanstellen van een zorgcoach als direct aanspreekpunt voor patiënten die met meerdere disciplines te maken hebben, en meer efficiency bij medische afspraken en uitslagen. Het verder personaliseren van de patiëntbejegening lijkt vooral onbegonnen werk, empathie is uiteindelijk een illusie. Het lot van de patiënt is lijden en geduld betrachten. Ook de liefste zorgverstrekker kan daar weinig aan verhelpen, omdat de macht nu eenmaal niet in bed ligt maar rechtop staat.

Gonny ten Haaft.

Dokter is ziek. Als patiënt zie je hoe zorg beter kan. Contact. €17,95.

Ook verkrijgbaar via ako.nl

Rokjesdag (2) – Martin Bril

Taal is zeg maar echt mijn ding (1) – Paulien Cornelisse

Dus ik ben (-) – Stine Jensen & Rob Wijnberg

Lucia de B. Levenslang en tbs (3) – Lucia de Berk

Grenzen aan de vrijheid (5) – Ian Buruma

De Liefde (7) – Gordon

Bernhard. Een verborgen geschiedenis (6) – Annejet van der Zijl

Waarom is de burger boos? (8) – Maarten van Rossem

De man en zijn lichaam (4) – Arie Boomsma & Stephan Sanders

De vastgoedfraude (9) – Vasco van der Boon & Gerben van der Marel

Tussen haakjes de klassering van vorige week. Deze non-fictietoptien is tot stand gekomen op basis van een selectie uit De Bestseller60 van de CPNB.

Beatrijs Ritsema