Scheppen met zand

Ver van zee worden met binnenlands zand veelvormige sculpturen vervaardigd. Van een gigantisch hoog niveau. U zou het moeten zien.

Zand in je schoenen, dat is bijna net zo’n gruwel als water in je mouw. Een boterham met smeerworst eten op het strand leidt meer dan eens tot ongewenst geknars tussen de malende kaken. En iemand zand in de ogen strooien is een handeling die een ereplek verdient op de martellijst van Amnesty International.

Maar soms kan zand ook iets heel moois zijn. Als je er sculpturen van boetseert, bijvoorbeeld. (Wat is dit voor akelig trage inleiding? Het lijkt wel een marathon in mul zand! – gevatte eindred.) De allermooiste zandkastelen en andersoortige bouwwerken die momenteel binnen onze landsgrenzen vallen te bewonderen, zijn samengebracht in… Nee, niet in Zandvoort – en ook niet in Scheveningen. En al evenmin in Egmond aan Zee, Noordwijk, Renesse en West-Terschelling. De imposante staaltjes korrelkunst zijn te aanschouwen in Garderen.

Op de Veluwe.

Honderd kilometer van de branding.

“Mooi toch?” glundert Adri van Ee, eigenaar van het stuk grond waarop tot en met 30 oktober (!) ’t Veluws Zandsculpturenfestijn 2010 wordt gehouden. “Oudere mensen vinden het hier geweldig. Op het strand komen ze toch maar vast te zitten met hun rollator.”

’t Veluws Zandsculpturenfestijn 2010 is het langstdurende evenement op het gebied van zandsculpturen, meldt een ronkend persbericht, en daarmee is een vermelding in het Guinness Book of Records verzekerd. Daar feliciteren wij de organisatoren van ’t Veluws Zandsculpturenfestijn 2010 van harte mee, al is het natuurlijk wel zo dat van alle zandsculpturenfestijnen op deze aardkloot er automatisch eentje de langstlopende is. Dat is op zich natuurlijk geen prestatie. Het zou eind oktober immers net zo goed de kolommen in kunnen gaan als het zandsculpturenevenement dat de meeste bejaarden trok van wie er de minsten met hun rollator vast kwamen te zitten.


Geheel in de geest van de recent opgebloeide liefde van Nederlanders voor hun eigen land, die zich vooral uit in het succes van een tijdschrift als 100% NL en de zaterdagavondspelshow Ik hou van Holland, luidt het thema van ’t Veluws Zandsculpturenfestijn 2010 Ontdek Nederland in één dag. Daartoe hebben 24 kunstenaars die de zandbak nooit écht zijn ontgroeid zich met ziel en zaligheid geworpen op het uitbeelden van de twaalf provincies. Van Ee: “Vorig jaar hadden we hier tien Gelderse kastelen. Dat herkenden de mensen niet.”

De twaalf afzonderlijke sculpturen zijn opgetrokken uit zand dat afkomstig is uit de Maas. Dat heeft een vierkante korrel, zo leert een plakkaat bij de ingang van De Beeldentuin, de Veluwse plek waar Van Ee gedurende het hele jaar betonnen fonteinen en zeemeerminnen, gietijzeren zonnewijzers en kunststof kikkers verkoopt. Door die vierkante korrel kunnen er ‘leuke vormen’ van het zand worden gemaakt, aldus het vlugschrift.

Tien dagen korrels rangschikken, maar dan héb je ook wat. Uit 1300 ton rivierzand ontstonden aldus abstracte werkstukken met levensechte elementen die zelfs de meest verstokte badgast er voorlopig van zullen weerhouden zelf ooit nog een schepje, zeefje en emmertje te hanteren. Het niveau van de afzonderlijke kunstwerken is namelijk niet hoog, het is gigántisch.

Namens Noord-Brabant creëerden Aylin Heijndijk (“Als begeleidster van verstandelijk gehandicapte dove mensen kan zij haar creativiteit met haar handen tot uiting brengen”) en interieurarchitect Sylvia van Beusekom, die het toch met ons eens moet zijn dat zand in een interieur allesbehalve een plezier is, een collage met Brabantse blikvangers als de Efteling en het Evoluon. Flevoland wordt geëerd met een sculptuur die is geïnspireerd op de bewoners van de voormalige eilanden Urk en Schokland, wier leven en de geboorte van de jongste provincie samensmelten in een gedicht van Jacques Perk: “Ik ben geboren zonnegloren/En een zucht van de ziedende zee/Die omhoog is gestegen, op wieken van regen/Gezwollen van wanhoop en wee” (ik weet het, het is niet bepaald rock-‘n-roll, maar ze hebben er prima koffie en de sculpturen zijn werkelijk van een oogverblindende schoonheid – niemand zal beweren dat zijn zusje van drie ‘dit ook kan’).


Overijssel wordt gevisualiseerd middels de Deventer Boekenmarkt en de kanalen in het dorp Giethoorn, dat ook wel ‘het Venetië van het Noorden’ wordt genoemd. Waar ze zich in Venetië, het Giethoorn van het Zuiden, overigens helemaal slap om lachen. Utrecht combineert de expressionele talenten van Gerrit Rietveld, Piet Mondriaan en Dick Bruna met het spoorwegmuseum, een oude turfsteker, kasteel Drakensteyn en de Utrechtse heuvelrug. U zou het moeten zien.

Aan ’t Veluws Zandsculpturenfestijn 2010 was ook een wedstrijd verbonden, die uiteraard draaide om de vraag wie van de carvers in de ogen van een deskundige jury het beste kunstwerk uit de grond had weten te stampen. Die vraag is inmiddels beantwoord. De derde prijs, schrijft u even mee, is een prooi geworden voor Lip Ferwerda (zoals de voornaam reeds doet vermoeden een vrouw), die ‘wereldwijd te vinden is bij wedstrijden in zand, ijs en sneeuw’, en Sikke-Bart Frieling, ‘een afgestudeerd bouwhistoricus die aan de wieg heeft gestaan van het zandfestival in Scheveningen’. Samen tekenden ze voor de inzending van de provincie Gelderland, ‘met zijn roerige geschiedenis en verhalen over ridders en hertogen’. Dat werd dus een Gelders kasteel. Hopelijk herkennen de mensen het dit jaar wél. (De eerlijkheid gebiedt trouwens te zeggen dat het land van Maas en Waal, Flipje van de Betuwe en de vaste bewoners van het Dolfinarium Harderwijk ook niet zijn vergeten. En het kasteel is eigenlijk maar een klein onderdeel. Nou ja, het chargeerde gewoon even lekker.)

Zilver was er voor een absoluut meesterwerk van Wilfred Stijger en Edith van de Wetering. Als eerbetoon aan de provincie Groningen kwamen zij met een gevaarte waarin te zien is hoe streekgenoten als Jan Mulder, Ronald Koeman en Marianne Timmer uit volle borst het Groningse volkslied zingen (waarbij die borst dan weer niet is gevisualiseerd). “Ain pronkjewaail in golden raand/Is Grönnen, Stad en Ommelaand.” Aan de keerzijde van het verbluffend fraaie stilleven prijken de notoire pestkoppen Freek de Jonge en Ede Staal die stadgenoot Loeks Broekman beschimpen om het verdriet dat deze heeft om zijn veel te vroeg overleden paard (wie hier nog aan het lezen is, mag zich een echte zandsculpturenfanaat noemen). Om ‘het peerd van ome Loeks’ worden zó veel tranen geplengd, dat de zeehondjes van Lenie ’t Hart er naar hartelust in kunnen rondspartelen. Zoals gezegd een absoluut meesterwerk, met als allermooiste detail een kijkgat met de Martinitoren. De dingen die sommige mensen met zand kunnen doen, ongelooflijk…


En dan vond de organisatie van het festijn, dat natuurlijk had moeten worden verslagen door mijn collega Jan Zandbergen, dat de inzending van Groningen nog niet eens de allerbeste was! En dan blijken ze daar best nog eens gelijk in te kunnen hebben ook! Want wat Susanne Ruseler (“Het leukste vindt zij om met een blok te beginnen. Susanne is altijd benieuwd naar het eindresultaat”) en Arianne van Rosmalen (“Wat haar zo boeit? Het tegenkomen van haar grenzen, maar vooral groei”) voor Zuid-Holland hebben gefabriceerd, is helemáál een aanslag op het bevattingsvermogen. Hun sculptuur, gedomineerd door twee kolossale, sensueel gebogen vrouwenvoeten, verbeeldt de balans tussen rust en ruimte (de molens van de Kinderdijk, het groene hart) en drukte en vertier, met het Scheveningse strand als duidelijkste exponent.

IJs en weder dienende blijven de meer dan levensgrote beeldhouwwerken tot eind oktober intact. En dan? “Dan gaan we twee dagen open voor de blinden,” zegt organisator Van Ee onbewogen. “Ach, het moet uiteindelijk toch kapot.”

www.zandsculpturenfestijn.nl

Michiel Blijboom