Thomas Claus

Thomas Claus (Gent, 1963) is schrijver. Zijn debuutroman Lucas Somath werd vorig jaar afgewezen door De Bezige Bij, de uitgever van zijn vader, Hugo Claus. De roman is onlangs verschenen bij Meulenhoff/Manteau.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Redelijk euforisch. Omdat ik mijn eerste roman heb geschreven. Die heeft tegenstrijdige reacties losgemaakt. Van onbevangen lezers zijn het vooral positieve reacties, waarvan ik de mooiste op internet las van een vrouw die mijn boek een ‘potsierlijk meesterwerk’ noemde. Van recensenten heb ik meermaals het voor de hand liggende commentaar gehoord dat ik in navolging van mijn vader nu ook zo nodig een roman moest schrijven. Zij zijn in mijn optiek niet objectief. Ik ben zelf mijn meest kritische lezer, en sta voor honderd procent achter mijn debuut.

Wie zijn uw helden?

Op het literaire vlak mensen als Kafka, Pessoa, Virginia Woolf en Thomas Bernhard. Schrijvers die met hun taal een eigen universum scheppen, waardoor je als lezer een nieuwe perceptie van de werkelijkheid krijgt.

Wat is uw grootste angst?

Dat ik mijn inspiratie en mijn verbeelding verlies.

Lijkt u op uw moeder?

Ja. Wij hebben beiden een koele, analytische blik op de wereld, die wordt omfloerst door zwartgallige humor. Van mijn vader heb ik zijn argwaan jegens de menselijke soort geërfd, en toch ook wel zijn gevoel voor humor. Hij had een blijmoedige levensinstelling. Die heb ik ook.

Wat zijn uw dagdromen?

Dat ik een onbekommerd bestaan leid op de Fiji-eilanden, met mijn geliefde en een wijnkelder op wieltjes.

Bidt u weleens?

Nooit. En ik geloof niet in God.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?

Ja. Nadat ik een keer een overdosis gegratineerde uien gevuld met lamsgehakt en maanzaad heb gegeten, kreeg ik ’s nachts bezoek van een overleden boezemvriend. Hij kwam door het raam mijn kamer binnen, waar hij enige tijd met mij doorbracht. Ik denk dat die ervaring voornamelijk aan de hallucinerende werking van het maanzaad te danken is. Misschien speelden de joint en de alcoholische versnaperingen die ik had genuttigd ook een rol.


Aan wie ergert u zich?

Aan bekrompen mensen, neuroten en droogstoppels .

Bent u aantrekkelijk?

Die vraag kan alleen mijn vriendin beantwoorden, en die zal vermoedelijk ‘ja’ zeggen. Dat is dan vooral gebaseerd op mijn paradoxale karakter, mijn humor en mijn ironische blik op het leven. Het zal in mindere mate komen door mijn grote neus, mijn buikje en mijn platte achterwerk. Ik had vroeger flaporen, maar die zijn in mijn puberteit rechtgezet.

Bent u monogaam?

Ja. Maar dat wil niet zeggen dat ik er een blind geloof aan hecht. Ik zie mij ook zo omringd door een schare onstuimige amazones.

Wat is uw definitie van geluk?

Onvoorwaardelijke liefde die levenslang duurt.

Waar schaamt u zich voor?

Voor mijn buik(je).

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?

De laatste keer was toen ik de film A Single Man zag van regisseur Tom Ford. Echte mannen schijnen niet te huilen, maar ik sta mezelf soms gerust wat tranen toe.

Lijkt u op uw vrienden?

Helemaal niet. Maar ik heb wel een hechte groep vrienden die allemaal van flink tafelen houden. Soms trekken we daarna een projectiescherm naar beneden en bekijken we filmklassiekers.

Als u iets aan uzelf zou kunnen veranderen, wat zou dat dan zijn?

Dat ik mezelf een hoger werk ritme kon opleggen en nóg groter geschapen zou zijn.

Wie is uw grootste liefde?

Mijn huidige vriendin met wie ik nu een jaar samen ben.

Hoe moedig bent u?

Moedig genoeg om te schrijven.

Van wie heeft u het meest geleerd?

Van mijn ouders. Doorzettingsvermogen, koppigheid, zelfstandigheid en intellectuele eerlijkheid.


Wanneer was u het gelukkigst?

Tijdens mijn kinderjaren op de ouderlijke hoeve in de Vlaamse Ardennen. Dat was tot rond mijn zevende, toen mijn ouders scheidden. Doordat mijn moeder voor haar werk veel in het buitenland zat, heb ik daarna een aantal jaren met tegenzin op een internaat gezeten.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?

Dezelfde als in een man: humor, intelligentie, en empathie, aangevuld met charme.

Wat is uw dierbaarste bezit?

Mijn bibliotheek. Die bestaat vooral uit literatuur, filosofisch werk en veel kunstboeken. De collectie beslaat inmiddels twee muren van een kamer van drie bij vier.

Wat is uw grootste prestatie?

Dat mijn debuut is verschenen. Het was een zware bevalling. Ik heb er zes jaar aan gewerkt.

Wat is uw grootste mislukking?

Dat mijn carrière als beeldend kunstenaar niet van de grond is gekomen. Ik heb nooit echt een solide basis kunnen vinden om een oeuvre op te bouwen.

Wat is de beste plek om te wonen?

Arcadië.

Welk leed heeft u anderen berokkend?

Zonder mezelf als een heilige af te willen schilderen, vermoed ik dat ik nog nooit iemand bewust leed heb berokkend. Dat ligt ook niet in mijn aard.

Hoe ontspant u zich?

Door veelvuldig te vrijen.

Hoe is ongeluk te vermijden?

Dat is onvermijdelijk en wellicht inherent aan het leven. Je kunt enkel hopen dat je er niet te vaak mee wordt geconfronteerd.

Wat is uw devies?

Always look on the bright side of life.

Ernest Marx, foto Jos Lammers