Vasco da Gama is fout

Welke Europeaan als eerste voet aan wal zette in Amerika lijkt een triviale vraag. Maar tijdens een pubquiz is het een kwestie van leven of dood. Over schoffelen, offensief spelen en stampvoeten in de kroeg.

De mensheid kan grofweg in drie categorieën worden verdeeld. Het onderscheid tussen die categorieën kan worden vastgesteld door een simpele vraag te stellen. Bijvoorbeeld: wat is de hoofdstad van Bolivia? Er zijn a.) mensen die geen idee hebben wat het antwoord op die vraag is. Er zijn b.) ook mensen die veronderstellen dat La Paz de hoofdstad van Bolivia is. En tot slot zijn er c.) mensen die het ‘beter’ weten. Zij zullen erop wijzen dat La Paz weliswaar de regeringszetel van Bolivia vormt, maar dat Sucre toch echt de officiële hoofdstad is. De kans is groot dat er een zelfgenoegzaam – zeg maar gerust hautain – trekje op hun gezicht verschijnt als ze dit vertellen. Onuitstaanbare types. Haarklovers.

Betweters. Dit artikel gaat over zulke mensen. Ik ben er één van.

Ik behoor tot de omvangrijke groep mensen die zich onweerstaanbaar aangetrokken voelt tot het verwerven van nutteloze kennis. Altijd zo geweest. Als kind mocht ik graag lijstjes aanleggen waarin indianenstammen alfabetisch werden gerangschikt. Het gevolg is dat ik nog altijd weet dat de Oglala-indianen een onderdeel vormden van de Sioux-stam terwijl de Mescalero deel uitmaakten van de Apaches. Ik zou niet durven beweren dat ik veel profijt van die kennis heb gehad. Dat ik weet dat Marengo het favoriete paard van Napoleon was, de Murray Darling de langste rivier is van Australië en dat autofabrikant Jaguar voor de Tweede Wereldoorlog de naam SS Cars voerde, heeft mij evenmin veel vooruit geholpen in het leven. Wel heb ik een beroep gekozen dat mij in staat stelt zo nu en dan met nutteloze kennis rond te strooien. Zo zag ik kans in mijn recensie van de film Die Another Day in dit blad terloops te vermelden waar de naam James Bond vandaan komt. Diens schepper Ian Fleming – een enthousiast ornitholoog – gebruikte simpelweg de naam van de auteur van het boek Birds of the West Indies.


Waar de aandrang tot het vergaren (en onthouden) van nutteloze kennis vandaan komt, weet ik niet. Misschien is er wel een lichamelijke verklaring voor te vinden. Fanatieke hardlopers worden rusteloos en chagrijnig zodra ze van hun routine afwijken en even geen kilometers kunnen vreten. Misschien heeft het brein (of liever: het geheugen) wel een vergelijkbare aandrang om beziggehouden dan wel ‘gevoed’ te worden. Dat veel mensen het leuk vinden onzinnige feitjes op te slaan en op afroep te produceren, moge blijken uit de populariteit van quizzen op televisie. Ze zijn er in de meest uiteenlopende soorten en maten. Met het mes op tafel, Lotto Weekend Miljonairs, Mastermind, Rad van Fortuin, Twee voor twaalf, Eén tegen honderd, Per seconde wijzer… En dan hebben we nog niet eens over de grens gekeken. Met name Engeland heeft op quizgebied een rijke traditie. Een van de populairste programma’s in het genre is The Eggheads. Een team van ‘gewone’ Britten moet het daarin opnemen tegen een clubje doorgewinterde quizfanaten. De BBC zendt die quiz uit op maandagavond. Ik heb het programma vrijwel nooit gezien. Mijn maandagavonden zijn namelijk gereserveerd voor deelname aan dé quiz in het café van Boom Chicago op het Leidseplein in Amsterdam. Dat zou natuurlijk ook best op een andere locatie kunnen zijn. Op (met name) maandagavond worden er immers in talloze Nederlandse kroegen quizzen georganiseerd. Op de ene plaats spreekt men over de pubquiz, elders houdt men het op een Trivia- of Kennisquiz. Dat die veelal op de ‘stille’ maandag worden georganiseerd, is natuurlijk geen toeval. Engelse kroegbazen ontdekten in de vorige eeuw dat ze meer reuring in hun zaak konden brengen door een quiz te organiseren. Het verschijnsel is vervolgens ook naar het Europese vasteland overgewaaid.


U kunt aanschuiven in Venlo (De Splinter), Eibergen (De Stier), Apeldoorn (Kierewiet), Groningen (De Toeter), Lunteren (De Peperbus) en op honderden andere plaatsen in Nederland. Er zijn fanaten die het land doorkruisen om op zo veel mogelijk plaatsen te kunnen spelen. Ik beperk me tot het Leidseplein. Lekker dichtbij. Er is nóg een reden om voor de quiz in Boom Chicago te kiezen. Hier is een ongewoon hoge concentratie aan doorgewinterde veteranen, desperado’s en diehards te vinden. Types die zich – individueel dan wel in teamverband – laten gelden op internationale quiztoernooien, die een wereldtitel op zak hebben of die deel uitmaken van quizredacties op radio of tv.

Zij vormen De Vijand. Week na week ondernemen wij manhaftige pogingen De Vijand te verslaan. De schaarse keren dat ons dat daadwerkelijk is gelukt, worden gekoesterd als momenten van extatisch geluk.

Op rustige avonden doen er zo’n tien à twaalf teams mee (maximaal vijf personen). Op drukke avonden kan het aantal oplopen tot boven de twintig en puilt het café uit z’n voegen. Maar de ‘harde kern’ van het deelnemersveld wordt eigenlijk steeds weer gevormd door dezelfde zeven à acht teams. En de winnaar komt in de regel uit deze routiniers voort.

Nieuwe teams zijn herkenbaar aan de bravoure en jolige luidruchtigheid die ze bij binnenkomst etaleren. Bij het voorlezen van de antwoorden begroeten ze elk punt met enthousiast gejuich. De oudgedienden zien het meewarig aan. Routiniers juichen niet. Bij een goed antwoord geven ze hooguit een summier knikje met het hoofd. Tegelijkertijd wordt het aantal goede antwoorden nauwgezet geturfd voor het geval de organisatie het gore lef mocht hebben een punt te weinig in rekening te brengen. Vreugdekreten zijn voorbehouden aan bijzondere vragen. Vragen waarop pas na verhitte meningsverschillen en koortsachtig overleg een antwoord is geformuleerd. Als zo’n (voor de hellepoorten weggesleept) antwoord goed blijkt te zijn, kan er – heel even – een korte dierlijke vreugdekreet vanaf. Verder wordt er bij het voorlezen van de antwoorden vooral intens geluisterd, hier en daar afgewisseld met wat gegrom en gezucht. De teams die het hardst hebben gejuicht, blijken na afloop steevast onder aan de ranglijst te bungelen.


Het gros van de quizzen in Nederland wordt georganiseerd onder de paraplu van Murphy’s. Dat is een Iers biermerk (van het Heineken-concern) dat vreemd genoeg amper op Nederlandse bodem verkrijgbaar is. De vragen zijn gemaakt door een gespecialiseerd bedrijfje met de curieuze naam Spacejunk. Ze gaan er prat op te beschikken over een database met meer dan 700.000 vragen. Een duizelingwekkend aantal. De kans dat een vraag in opeenvolgende quizzen herhaald wordt, zou verwaarloosbaar klein moeten zijn. Een quiz telt tachtig vragen (verdeeld over acht rondes). Een rekensom leert ons dat Spacejunk genoeg vragen heeft om 8750 achtereenvolgende quizzen te maken zonder ook maar één keer een vraag te hoeven herhalen. Anders gezegd: wij zouden de eerstkomende 175 jaar wekelijks verzekerd moeten zijn van ‘verse’ vragen. In de praktijk wemelt het van de herhalingen. Reden voor fanatieke quizzers om aantekeningen te maken. De kans bestaat immers dat zo’n vraag over een paar weken wéér wordt gesteld. Bezwaarlijker is dat de vragen die op maandag in plaats A. gesteld worden soms doodleuk twee dagen later in plaats B. herhaald worden. Het is dus mogelijk om voorkennis te verwerven en vals te spelen. Dat leidt in toenemende mate tot gemor onder de ‘harde kern’. Die roepen op tot een boycot van Murphy’s en het steunen van cafés die de moeite nemen een ‘eigen’ quiz te maken.

Nu hebben quizzers een ingebakken aandrang tot mopperen. Voor er ook maar één vraag is gesteld, voelen ze zich eigenlijk al tekortgedaan. De vragen zijn verkeerd geformuleerd. De vragen deugen niet. De vragen zijn niet divers genoeg. De vragen zijn misleidend. En – veel erger – de antwoorden zijn fout! Slordige vragen en/of foute antwoorden leiden regelmatig tot grote consternatie onder de deelnemers. Bij tijdschriften geldt dat over de uitslag ‘niet gecorrespondeerd’ wordt. Maar in de kroeg gaat het er anders aan toe. Verongelijkte quizzers stuiven met rood aangelopen koppen richting quizmaster – zwaaiend met BlackBerry’s waarop de hulp van Wikipedia is ingeroepen. Wat blijkt: Vasco da Gama wás helemaal niet de eerste ontdekkingsreiziger die om Kaap de Goede Hoop heen is gevaren.


Arme quizmaster. Aan hem (of haar) de taak de gemoederen tot bedaren te brengen en zich tegelijkertijd toch ook autoritair en standvastig te betonen. Het vereist vaardigheden die wel wat gemeen hebben met die van de scheidsrechter bij een beladen voetbalwedstrijd.

Dat er geregeld dingen misgaan, komt omdat het bedenken van een goede quizvraag nog niet zo eenvoudig is. Vragen naar de hoofdrolspeler van Ben Hur kan bijvoorbeeld niet zonder daar een jaartal bij te leveren. Er zijn immers drie verfilmingen van Ben Hur gemaakt met evenzovele hoofdrolspelers. Ook riskant: vragen welk land de grootste producent is van grondstoffen, edelmetalen, fruitsoorten of specerijen. De marges zijn gering, de opbrengsten schommelen van jaar tot jaar en landen streven elkaar voortdurend voorbij. Wie heibel op de quizvloer wil hebben, zou voor de aardigheid eens moeten vragen welke Europeaan als eerste voet aan wal zette in Noord-Amerika. Dat resulteert ongetwijfeld in een bierbemorste Historikerstreit waarbij traditionele kandidaten als Columbus en Leif Eriksson worden aangevuld met uiteenlopende andere gegadigden.

Het zou natuurlijk mooi zijn als ik op deze plaats kon verzekeren niet aan dergelijk gekrakeel deel te nemen. Dat ik erboven zou staan en het met een minzame glimlach van me af liet glijden. Helaas is dat niet het geval. Vorige week nog heb ik me stampvoetend beklaagd dat Catharina de Grote níét de echtgenote van Peter de Grote kon zijn geweest omdat hij al was overleden vóór zij was geboren.

Tevergeefs uiteraard.

Een wijdverbreid misverstand over quizzen in de kroeg is dat het een ‘gezellige’ bezigheid zou zijn. Wie ‘gezellig’ probeert te doen, wordt rigoureus uit ons quiz- team gezet en mag zich gelukkig prijzen geen klappen op te lopen. De communicatie blijft beperkt tot het uitwisselen van beleefdheden en korte zinnetjes. Na afloop wordt de schade weliswaar ingehaald en kwetteren we er vrolijk op los, maar tijdens de quiz zelve geldt de onverbiddelijke mantra ‘FOCUS!’ Inderdaad, dat is een Engels woord. Maar de communicatie verloopt dan ook voor een aanzienlijk deel in het Engels. Van de acht reguliere spelers in ons team hebben er welgeteld twee een Nederlands paspoort. Het simultane gebruik van Engels en Nederlands heeft overigens geleid tot het ontstaan van allerlei nieuwe woorden die een eigen leven zijn gaan leiden zoals ‘verflopt’, ‘geblaseerd’, ‘predikament’ en ‘weggepletterd’.


Zoals het woord ‘trivia’ suggereert, gaat een aanzienlijk deel van de vragen over uitgesproken triviale onderwerpen. Wie goed is onderlegd in de wondere wereld van Dallas, Dynasty of Falcon Crest kan incidenteel triomfen vieren. Een gedegen kennis van Teletubbies, Muppets, Sesamstraat, Simpsons, Bob de Bouwer en Sponge Bob behoort eveneens tot het curriculum van de zichzelf serieus nemende quizzer. Populaire tv-series als 24, Lost, Friends, CSI, Cheers, Hill Street Blues, Roseanne of Sex and the City komen ook regelmatig aan bod. Daarbij dringt de vraag zich soms op of je bepaalde zaken eigenlijk wel moet willen weten.

Onlangs incasseerde ik schouderklopjes nadat ik het antwoord had geleverd op de vraag wat de naam is van het aapje in de tv-serie Friends (antwoord: Marcel). Ik glom van trots. Eigenlijk is dat nogal pathetisch. Waarom zou je trots zijn op nutteloze kennis? Weten hoe je een slagaderlijke bloeding stelpt: dát is kennis waar je wat aan hebt. Je in het donker kunnen oriënteren met behulp van de sterren. Weten welke bessen en paddestoelen je moet eten als je onverhoopt in de wildernis bent verdwaald. Of desnoods wat de beste bereidingswijze is van boeuf bourgignon. Ik beschik over geen van deze vaardigheden, en dat deert me niet. De gedachte dat ik niet zou weten wie een hit had met Sealed With a Kiss, wat de hoofdstad is van Ivoorkust of wat de enige twee Bijbelboeken zijn die genoemd zijn naar een vrouw, is daarentegen onverdraaglijk.

Dat is het noodlot van de quizverslaafde. De honger naar nutteloze weetjes laat zich moeilijk stillen. Het dagelijks leven wordt er een stuk ingewikkelder door. Bij de berichtgeving over de ongeregeldheden in Kirgizië neem ik mij voor de naam van president Koermanbek Bakijev te onthouden (tevergeefs overigens, ik heb ‘m zojuist weer op moeten zoeken). En als ik op de radio het liedje Reach Out, I’ll Be There hoor, kan ik er slecht tegen als ik niet op de naam van de band (The Four Tops) kan komen. Die zou immers aan bod kunnen komen in de ‘audio round’ (tien muziekfragmenten).


Uitputtende kennis over een onderwerp vormt nog geen garantie dat je er eenvoudige quizvragen over kunt beantwoorden. Hier treedt de wet van de remmende voorsprong knarsend en piepend in werking. Te veel kennis van zaken belemmert het zicht op een antwoord. Met name vragen over het internet leiden steevast tot grote opwinding. Enkele leden van ons team die veel over dat onderwerp weten, zijn gewend klapwiekend te betogen dat de vraag niet deugt of dat er minstens zestien antwoorden mogelijk zijn. De overige leden knikken dan begripvol en trekken een ernstig gezicht. Voorzichtig informeren we daarna of ze het antwoord willen noteren dat vermoedelijk bedoeld wordt.

Hier doet de groepsdynamiek zich op een leuke manier gelden. De beschikbare kennis wordt op tafel gelegd. De opties worden gewogen. Dan wordt er een knoop doorgehakt en een antwoord geformuleerd. In dat warrige, delicate groepsproces schuilt de schoonheid van het quizzen. Het lijkt wel sport.

Je kunt het bijbehorende jargon ook moeiteloos loslaten op de dynamiek van een quizteam. Inkoppertjes. Voorzetjes. Lijnen uitzetten. Defensief/offensief spelen. Schoffelen. Positie kiezen. Missen voor open doel. Een ‘brede’ reservebank hebben. Dimmen. Aanzetten. Momenten kiezen. Het speelveld breed houden.

Het mooiste zijn de een-tweetjes. De antwoorden die je stapsgewijs op het spoor komt door informatie uit te wisselen.

De vraag luidt: Wie had in 1971 een hit met Is This the Way to Amarillo?

We zwijgen bedremmeld.

“Is het Albert West?”

“Nee, da’s véééél later.”

“Volgens mij is het een Engelsman.” “Tony Bennett?” “Da’s een Amerikaan. Maar het is wel zo’n soort naam.” “Wacht eens. Je had in 1971 twee hits van artiesten met een bijna identieke naam! De ene was The Way to Amarillo. De andere was Yellow River.”


“Yellow River? Dat is een hit van Christie. Maar dat is een bandje. Geen zanger.” “Volgens mij was Christie z’n achternaam.” “Tony… Christie?”

“Tony Christie!!!”

Uit de diepste droesem van ons geheugen is een antwoord tevoorschijn getrokken. Collectieve prestatie. Mooi moment. U zou ons moeten zien glunderen.

Schrijf uw antwoorden op papier alvorens ze met teamgenoten te overleggen. Dat heeft twee voordelen. U voorkomt dat concurrerende teams profijt trekken van uw ingevingen. Het voorkomt tevens dat u zich vroegtijdig blind staart op één antwoord.

Stel een team samen met mensen van uiteenlopende pluimage. De vragen bestrijken immers een breed terrein en zo kunt u elkaars lacunes aanvullen.

Schijnbaar onmogelijke vragen hebben niet zelden een logisch (of alleszins redelijk) antwoord.

Beantwoord elke vraag. Wanhoopspogingen leveren meer punten op dan u denkt.

Hecht niet te veel waarde aan de luide verzekering dat iemand iets ‘zeker’ weet.

Vergeet vooral niet aandachtig te luisteren naar de aarzelend gefluisterde suggesties van een minder mondige teamgenoot.

Bij twijfel tussen een ingewikkeld antwoord en een eenvoudig antwoord: kies voor simpel.

En mocht u de behoefte voelen kennis bij te spijkeren: veel gevraagde onderwerpen zijn hoofdsteden (en ‘tweede’ steden), de tafel van periodieke elementen, Oscarwinnaars van de laatste 25 jaar, echte namen van beroemdheden (Paul Hewson = Bono), het NAVO-alfabet en de Bijbel.

De samenstellers van de Murphy’s quiz hebben een merkwaardige fascinatie voor obscure fobieën (voorbeeld: pagofobie = de angst voor ijs). U komt een heel eind met een beetje Latijn.

Erik Spaans