Interview met Bram Moszkowicz

Advocaat Bram Moszkowicz (49) rekende al bekende namen als Cor van Hout, Desi Bouterse en Willem Holleeder tot zijn klantenkring. Maar de cliënt die voor de meeste commotie zorgt, is toch Geert Wilders. In gesprek over principes, de omgang met cliënten, en pseudo-intellectuele ophef. ‘Mijn Marokkaanse cliënten maken zich er niet druk om.’

Er ontstond commotie toen duidelijk werd dat u Geert Wilders juridisch zou bijstaan. Peter R. de Vries liet zich er bijvoorbeeld behoorlijk kritisch over uit. Heeft dat u verbaasd?
“Dat heeft me zéér verbaasd. Met name omdat de rode draad in de kritiek was dat ik dat met mijn joodse achtergrond niet zou kunnen doen. Maar wat gebeurde in de Tweede Wereldoorlog en wat nu aan de orde is, die situaties zijn natuurlijk volstrekt onvergelijkbaar. Wilders is geen oorlogsmisdadiger, maar een vooraanstaand Nederlands politicus die wordt vervolgd en in zijn recht van vrijheid van meningsuiting wordt beperkt.”
Uw collega Willem Anker suggereerde dat Wilders alleen maar voor u koos vanwege de publiciteit die de zaak dan zou krijgen. Daar reageerde u op televisie erg fel op.

“Vind u dat?”
U zei dat hij zat te ‘ouwehoeren’, u werd er ‘een beetje ziek van’.

“Dat vond ik en dat vind ik, ja. Anker maakte het echt bont door te zeggen dat Wilders naar mij kwam omdat ik de tamtam zou roeren en te suggereren dat hij eerst bij hem was geweest, wat niet klopte. Het is een fenomeen dat ik tegenkom in alle grote zaken die ik doe: stuurlui aan de wal die zich ermee gaan bemoeien. En De Vries zei zelfs dat ik het erfgoed van mijn vader zou verkwanselen.”
Daar wilde ik eigenlijk net heen. Ik had het idee dat uw felle reactie er ook mee te maken had dat uw vader erbij werd gesleept. Voor wie het niet weet: Max Moszkowicz, ook een zeer vooraanstaand advocaat, verloor zijn vader, moeder, broer en zus in Auschwitz en overleefde het kamp zelf ternauwernood.

“Juist De Vries moet beter weten, met zijn ervaring en de sfeer waarin hij leeft. Hij weet dat een advocaat een verdachte verdedigt en niet de daad. En dat Wilders niets te maken heeft met het gedachtengoed van mijn vader. De vergelijking met de NSB gaat volstrekt aan de feiten voorbij.”
U heeft er nooit een geheim van gemaakt dat u een groot fan bent van uw vader.

“Zeker. Hij was mijn leermeester, absoluut.”
Hij is nu 83 en het is erg stil rond hem. Hoe gaat het met hem?

“Mijn vader is al enige tijd ziek. Daar laat ik het bij.”
Goed. Terug naar die felle reacties. De Vries is niet de enige die indirect naar de oorlog verwees toen het over Wilders ging. Herman van Veen deed dat ook. En D66-leider Alexander Pechtold koos een andere term; hij noemde Wilders een racist. Wat drijft hen in die woordkeuze, denkt u?

“In het geval van Pechtold: politiek gewin. Als het gaat om Herman van Veen: een combinatie van aandacht vragen en pseudo-intellectueel doen. En bij Peter R. de Vries… ik weet eigenlijk niet wat zijn drijfveren waren. Hij kent me. Tenminste, ik dacht dat hij me kende.”
Heeft uw keuze Wilders te verdedigen gevolgen voor andere cliënten, moslims bijvoorbeeld?

“Nee. Ik heb heel veel Marokkaanse cliënten en die maken zich er niet druk om. Het is heel frappant dat de kritiek niet komt van Marokkaanse mensen, die ernaar zouden kúnnen vragen, maar van de bekendste misdaadverslaggever van het land.”
We leven in het Wikipedia-tijdperk. Op het internet wordt u honderd keer kort geïntroduceerd, en steeds met dezelfde tekst. Als uw bekende cliënten worden opgesomd, is het steeds dit rijtje: Cor van Hout, Desi Bouterse, Patty Brard, Willem Endstra, Willem Holleeder, Geert Wilders. Geeft dat een adequaat beeld van uw praktijk?
“Nee, ik heb natuurlijk heel veel anonieme cliënten. Misschien doe ik meer grote zaken, die aandacht trekken. Zaken die te maken hebben met namen die bekend zijn. En die bekende mensen meldden zich bij me omdat ze blijkbaar dachten dat ze door mij het best verdedigd zouden worden.”
Feit is wel dat die zaken vaak gepaard gaan met publiciteit.

“Ik ben niet op zoek naar publiciteit, maar die is vaak wel inherent aan de zaken die ik doe. Je kunt Wilders niet verdedigen zonder publiciteit. Ik initieer niets. Dat hoef ik ook niet. Ik word gebeld.”
Maar u gebruikt de media wel degelijk.

“Als het in het belang is van mijn cliënt.”
En uw frequente optredens in RTL Boulevard
dan?
Boulevard vind ik leuk. Ik werd ervoor gevraagd, en ik vind het wel prettig om vooroordelen over de strafrechtadvocaat, of over het recht, het systeem, op een eenvoudige wijze weg te nemen. Dat lukt aardig, geloof ik, want ik krijg er veel leuke reacties op.”
En dan gaat het ineens over het nieuwe jurkje van Yolanthe…

“Tja, dan kijk ik alleen naar dat jurkje en zeg ik vermoedelijk niks. Hoewel ik soms ook wel commentaar geef op dingen die niets met strafrecht te maken hebben, hoor. Laatst nog. Toen ging het erover dat allerlei politici de politiek verlieten voor hun gezin. Toen heb ik gezegd dat ze dat vast niet zouden hebben gedaan als ze bij de verkiezingen gewonnen zouden hebben.”
Terug naar de zaak-Wilders. U wilde achttien getuigen oproepen. De rechters hebben vijftien van die achttien verzoeken afgewezen.
“Ja, dat is onbegrijpelijk. En dat zeg ik niet alleen, maar een heleboel rechtsgeleerden ook. Als één zaak zich leent om en plein public te worden uitgekristalliseerd, is het deze wel. Hoe kan de rechtbank voorbijgaan aan mijn verzoek me te laten informeren? Het was niet querulanterig of zo. Het wordt niet begrepen. Door mij, door mijn cliënt, maar ook door veel andere juristen. En daar kun je niets tegen doen, hè? Je kunt er niet tegen in beroep.”
Wat was de reden voor die weigering?

“Dat zou je aan die specifieke rechters moeten vragen. In een huis-tuin-en-keuken politierechterzaakje is het makkelijker om getuigen te krijgen. Wacht, ik laat het een collega even nakijken…”
Terwijl we daar op wachten: heeft u het idee dat het een tendens is om wensen van de verdediging niet in te willigen? Dat het dus steeds moeilijker wordt?

“In het algemeen: ja. Het is een mankement in het systeem dat je als verdediging aan de officier moet vragen welke getuigen je mag hebben. Dat is ridicuul. Ik doe dit werk nu 25 jaar, en je legt je bij bepaalde dingen neer, maar hier blijf ik moeite mee hebben.”
Ik hoor de laatste tijd veel advocaten klagen over het feit dat de equality of arms
tussen verdediging en Openbaar Ministerie dreigt te verdwijnen. Is dat gewoon eigen aan de beroepsgroep of zit er wat in?
“Er is nooit equality of arms geweest, dus dat is niks nieuws. Wat me wel zorgen baart, is dit. Rechters in Nederland werken onder grote tijdsdruk. Ze moeten naar ik heb begrepen zelfs een bepaald aantal zaken per jaar afhandelen. Dan wordt het afwijzen van getuigen aantrekkelijk. Getuigen kosten tijd, dus geld, dus punten. We moeten uitkijken dat de kwaliteit van de rechtspraak niet te veel te lijden heeft onder de efficiency. Daar ben ik niet optimistisch over.”
Ah, daar is uw collega met het antwoord…

“De motivatie van de rechtbank om de getuigen niet te horen, is ten eerste dat dit bij uitstek rechters zouden zijn die over dit soort vragen beslissen. Maar dat kan niet, vind ik, want dit is volkomen onontgonnen gebied. En de tweede reden zou zijn dat ik te veel getuigen had gevraagd.”
Helder. U heeft in Zomergasten
ooit gezegd dat één van de grondbeginselen van het recht is dat een advocaat op zijn woord geloofd moet worden. Is dat niet wat veel gevraagd?
“Ik redeneer vanuit mijn eigen optiek, en ik lieg niet bij de rechtbank. Het is eigenlijk al absurd dat een advocaat bij de rechtbank door een detectiepoortje moet. En dat we niet meer in de kantine mogen eten, bij de officier en de rechter. Het gaat me niet om dat broodje, dat was toch al nooit te eten, maar het zegt iets over de houding tegenover advocaten. En hebben we niet genoeg gevallen meegemaakt van officieren van justitie die logen? Daar zijn aantoonbaar meer gevallen van dan van liegende advocaten.
“Overigens acht ik het niveau van de rechters en het OM hoger dan dat van de strafpleiters in Nederland. Als iemand zich bij mij meldt met een vraag over zeerecht, verwijs ik hem door. Dat gebeurt in het strafrecht naar mijn idee veel te weinig. Grote kantoren doen het erbij. Je hoeft ook niet veel te hebben om het te mogen doen. Maar er is meer dan een cursusje strafrecht voor nodig om het goed te kúnnen doen.”
Maar u liegt dus niet voor een cliënt?

“Nee. Je zult me niet vaak horen zeggen: mijn cliënt heeft het niet gedaan. Dat vind ik ook niet relevant. Er is bewijs of dat is er niet. Dat bekijk ik heel sec.”
De laatste keer dat hij wordt aangehaald, maar Peter R. de Vries schreef, naar aanleiding van het feit dat u Wilders verdedigt: wiens brood men eet, diens woord men spreekt.

“Ik ken mijn grenzen van de verdediging. Eén ervan is dat ik niet lieg. Dus als De Vries bedoelt dat advocaten alles doen en zeggen wat hun cliënt wil, dan is dat al niet op mij van toepassing.”
Ik vatte het heel anders op, namelijk als een volslagen dooddoener. U bent er toch voor uw cliënt?

“Ja, als je het zo bekijkt heb je gelijk. Advocaten zijn partijdig. Dat móeten ze ook zijn natuurlijk. Ik moet mijn cliënt verdedigen, en alleen mijn cliënt.  Als De Vries het zo bedoeld heeft, spreekt het volledig voor zich. Bedoelde hij het met die kwade ondertoon, dan voel ik me niet aangesproken. Eén van de dingen waarom rechters je serieus nemen, is dat ze weten dat je niet uit je nek lult.”
Zijn sommige cliënten vrienden geworden?
“Er is een aantal cliënten die ik persoonlijk mag, waar ik sympathie voor heb. Maar ik ga niet gezellig met ze eten, of naar hun verjaardag. Ik heb sowieso niet veel vrienden. Nooit gehad ook. Ik ga ook niet naar recepties, of naar lunches om te acquireren. Ik ben geen allemansvriend. Als je mijn vriend bent, ga ik voor je staan, bijna letterlijk. Maar je kunt het ook snel kapot maken.”
Zijn er eigenlijk redenen waarom u een cliënt zou weigeren?

“Mijn enige reden om een cliënt, of eigenlijk een zaak, te weigeren ligt op het persoonlijke vlak, bijvoorbeeld omdat ik het slachtoffer ken. Slaat iemand morgen Peter Smolders met een hamer op zijn kop, dan moet ik die zaak niet aannemen, omdat ik Peter Smolders ken. Dat is het.”
Uw vader heeft destijds geweigerd oorlogsmisdadiger Pieter Menten te verdedigen.

“Ja. Collega Gerard Spong heeft hem toen verdedigd. Dat heb ik hem niet kwalijk genomen. Andersom heeft hij mij wel even kwalijk genomen dat ik Bouterse verdedigde, maar dat vond ik niet terecht. Mijn vader heeft er altijd bij gezegd dat ook Menten recht had op verdediging. Dat onderschrijf ik volledig. Iedereen heeft dat recht.”
Zou u Menten, of een soortgelijke zaak, aannemen?

“Nee. Ik kan niet iemand verdedigen die heel veel joden de dood heeft ingejaagd. Daarvoor zit ik daarin te diep geworteld. Ik heb daar wel een klap van meegekregen.”
Dus eigenlijk weer omdat u de slachtoffers kent.

“Ja, zo zou je het kunnen zeggen.”
Nog één keer terug naar Wilders. Is het een boeiende zaak eigenlijk? En wanneer kunnen we een vonnis verwachten?

“Ik vind hem juridisch bijzonder interessant. In mei worden de getuigen gehoord bij de rechter-commissaris. Ik denk dat de zaak inhoudelijk wordt behandeld rond september. Dan weten we waarschijnlijk al of hij minister-president is.”  |

Peter Smolders