Geen fijne mensen

Het onderhouden van relaties is niet het fort van de personages die de drie verhalen in de bundel Lastmens van Elke Geurts bevolken. Wat dat betreft is de titel, die ook de titel is van het eerste verhaal, veelzeggend. Lastmens klinkt als: mens van wie je last hebt, maar bovenal is er de associatie met lastdier. Lastig zijn de vrouwen van Geurts vooral voor zichzelf. Dat ze zo zijn, heeft te maken met het verleden dat zij als een lastdier torsen, hoewel het knappe van Geurts is dat ze het verleden waar haar personages onder gebukt gaan, eigenlijk alleen maar suggereert.

Alleen in het derde, laatste, verhaal van de bundel, ‘Retour Carboon’, gaat de schrijfster expliciet in op het verleden van de hoofdfiguur. Angelique Derksen heeft alle reden om zich af te zetten tegen het milieu waaraan zij ontsproot. Ze groeide op bij haar oma omdat haar moeder het te druk had met haar pedicurepraktijk. Anders dan alle andere bewoners van Carboon – sommige hebben het gat nooit verlaten – vestigt Angelique zich in ‘de beschaving’, ‘de civilisatie’.

Deze zo scherp aangezette tegenstelling werpt de familie die zij achterlaat in Carboon enkele honderden miljoenen jaren terug in de tijd. Dit is de kloof die zij overbrugt als zij oom Cedric op zijn sterfbed bezoekt, die als jongen aan eczeem leed, daarom familiair ‘eczeemhond’ werd genoemd en op een bepaald moment wraak nam door met een bitch van een wijf aan te komen en zich meester te maken van het ouderlijk huis. Door dagelijks alle spullen te verplaatsen, slaagden zij erin de mening te doen postvatten dat de moeder dementeerde – niet in de laatste plaats bij de moeder zelf.

Van alle treurige familieverhalen die er op de wereld bestaan, is dit waarschijnlijk het treurigste. Maar voor Elke Geurts is dat niet genoeg. Haar ‘Retour Carboon’ krijgt de allure van een griezelverhaal als Angelique beestachtige kwaliteiten krijgt toe- gemeten, compleet met enge tanden. In dit verhaal slaagt de schrijfster erin om de lezer op het puntje van zijn stoel te krijgen; het lijkt haast als- of zij het Kwaad, in de per-soon van oom Cedric, tast- baar maakt, iemand die als kind al dode dieren liet aanrukken om ze op te zetten, een man met korsten maar zonder geweten.


Lastmens is pas het tweede boek van Elke Geurts, maar je hoeft haar niets te vertellen over timing en dosering. Ze schrijft korte zinnen, to the point, kaal bijna. Ze sleept je mee naar de beklemmende wereld die achter die alledaagse zinnen schuilgaat.

De beide andere verhalen zijn wat betreft het levens-trauma van de personages schetsmatiger, zij het niet minder hevig. In ‘Grote voorspoed’ is de ik-figuur de man van Peggy. Zij valt soms weg en hij heeft haar beloofd om haar altijd te vertellen dat ze er even niet was. Dat geeft hem macht over haar en omdat hij de verteller is, krijg je als lezer op zijn zachtst gezegd een ongemakkelijk gevoel. Erger wordt het als hij, politieman, haar schaduwt en er in politiejargon verslag van doet. Als ze weer een wegtrekker heeft, maakt hij haar zwanger.

Ook het titelverhaal, waarmee de bundel opent, doet een sterk beroep op het vermogen van de lezer tot walging. Een vrouw, ten langen leste getrouwd met een welgestelde oudere man, maakt zich vrij van haar moederschap door zich voor te doen als au pair van haar eigen kind. “Opa?” vraagt het kind dat nog geen Frans spreekt de ‘au pair’ hartverscheurend om aandacht.

Gevoelsarmoede overheerst, tot op het misdadige af, maar dat geldt voor alle verhalen in deze bundel. Beschadigden die beschadigden voortbrengen – het zijn geen fijne mensen die Elke Geurts zo raak beschrijft.

import fictie