De troost van de Vincentiusvereniging

Ruim anderhalve eeuw oud en nog steeds nodig: de Vincentiusvereniging. Een stille wereld van armoe, onvermogen, tegenslag en ook troost. Reportage vanuit de marge. ‘Weet je hoe lang het geleden is dat iemand me een hand gaf?’

Op een doordeweekse middag scharrelt er een dozijn mensen door de ruime winkel van Vincentiusvereniging ’s-Hertogenbosch. De meerderheid, zo taxeert een vrijwilliger, bestaat uit sociale klanten; ze zoeken wat kleren of huisraad voor een habbekrats. Een Afrikaan heeft een brief van een hulpverlenende instantie bij zich, waarin Vincentius wordt gevraagd om hem wat gratis meubeltjes en keukenspullen te geven bij wijze van noodhulp. Zoals meestal snuffelt er ook een handelaar rond, op zoek naar bric à brac-waren. Een gelooide Roemeense muzikant, accordeon op de rug, inspecteert een stel gordijnen. Een kortgerokte dame met designkapsel en een zwoel parfum heeft een mooi oud lampje opgeduikeld.
In aparte ruimtes worden boeken en kleren gesorteerd. Nu en dan komt iemand een doorleefde televisie of vogelkooi afgeven in de hoop dat daar een ander nog eens blij mee zal zijn. Zo stroomt het hier af en aan met overtollige maar nog bruikbare strijkplanken, voorraadbussen, theelichtjes, grasmaaiers, schilderijtjes, schoenen, computers, kasten, bedden, snoeren, stekkers, sofa’s, groenteraspen en mantelpakjes. Vijf euro kost zo’n mantelpakje. Het doet me denken aan een oude vriendin, een berooide actrice die vaak de ravissantste kleren droeg, consequent voor een niemendal opgedoken in kringloopwinkels zoals deze.
Havenstraat 11a, ’s-Hertogenbosch, is een van die adressen waar de zelfkant van de samenleving zichtbaar wordt. Het is een wereld waar je in winkelcentra en woonerven niet veel van merkt, een stille wereld van armoe, onvermogen, tegenslag en en ook troost, bevolkt door mensen op de rand van de verzorgingstaat: illegalen, voor huiselijk geweld gevluchte moeders met kinderen, ex-bajesklanten, zwervers, gasten van sociale pensions, mannen en vrouwen met een psychiatrisch verleden of dito toekomst, mensen waar geen werkgever trek in heeft en die voor een deel door de mazen van het sociale net vallen.

Lees de rest van het artikel in HP/De Tijd van deze week

Matt Dings