Missie mislukt

En weg is-ie, de voormalige wonderboy. Jaren was hij de succesvolle strateeg achter Balkenende, maar op Cohen hadden de trucs van Jack de Vries geen vat. Zelfs thuis werkte zijn ‘spin’ niet meer. Open brief aan een gevallen wonderkind, dat nu zijn zonden mag overdenken.

Beste Jack,

Dat was vorige week zeker het weekje wel? In de schaduw van de media-aandacht voor de vliegramp in Libië en de commotie rond Ruben, nam jij het besluit af te treden als minister van Defensie en je terug te trekken uit de actieve politiek. Een paar dagen eerder had je al een ‘stap terug’ gedaan uit de CDA-campagne. Op jouw eigen ministerie van Defensie had je ‘een relatie’ gehad met een adjudant van de vrouwelijke kunne – deftige perstaal voor vreemdgaan onder werktijd. Foto’s van jou en je maîtresse waren overal in de media te zien, de kranten en vakbonden riepen om je ontslag, je collega’s hielden zich op de vlakte. Hoewel de ranzig overkomende affaire uitnodigt tot nadere bestudering van jouw persoonlijke moraal en die van ‘familiepartij’ CDA, interesseert het hele gedoe me eigenlijk niet zoveel. De manier waarop jij je de afgelopen jaren gemanifesteerd hebt, was voor mij al veelzeggend genoeg. Je zult er niet bij zijn in het eindspel van de verkiezingen. Balkenende komt nóg eenzamer aan het front te staan en moet steun zoeken bij iemand van wie hij geen grote fan is: Maxime Verhagen. En het zal vergeefs blijken. Want Nederland maakt zich op voor het premierschap van Job Cohen.

Alles duidt erop dat de kiezer, naast de óók al zo statige koningin, nog een tweede symbool nodig heeft om zichzelf tot rust te brengen. Stemmen als kalmeringsritueel. Hoewel interview na interview duidelijker wordt dat Cohen eigenlijk nergens écht verstand van heeft, blijkt hij de slag op een ander vlak wel degelijk te winnen. Achter al dat theedrinken gaat een snibbig karaktermannetje schuil dat zijn blik strak gericht houdt op het even afgezaagde als onomstreden doel dat hij zichzelf gesteld heeft: het terugwinnen van het fatsoenlijke Nederland zoals dat in zijn ogen, en die van vele andere romantici, ooit bestaan heeft.


Voor de gebruikelijke manoeuvres van de pers – de insinuerende vragen, de zijdelingse schimpscheuten – betoont hij zich ongevoelig. Hij is daarin bijna Fortuynistisch zelfverzekerd en brutaal. Ook Pim had de verbale en mentale kracht om lastige journalisten op hun nummer te zetten en zijn eigen plan te trekken. Het grote publiek vond het prachtig! Job Cohen is, ook weer net als Pim, in hoge mate authentiek. En daardoor in staat om over de hoofden van het persvolk met kiezers te communiceren.

Dankzij die kracht heeft hij in principe geen spinnertjes zoals jij nodig. En ik vertel je niks nieuws, Jack, als ik zeg dat juist dat – en ik bedoel dan dat nuchtere – heel goed ligt bij de Nederlandse kiezer: een politicus die zijn eigen broek ophoudt en zich geen nieuw kapsel laat aanmeten omdat een zogenaamde ‘adviseur’ zoals jij daarop aandringt. Of was jij vergeten dat ‘spindoctor’, net als ‘journalist’, uit onderzoeken steevast tevoorschijn komt als een van de laagst gewaardeerde beroepen in dit land?

Job Cohen durft, in tegenstelling tot het CDA, wel degelijk in eigen vlees te snijden. Door eindelijk te benoemen dat de bureaucratie is doorgeschoten en de semi-publieke sector essentiële taken en verantwoordelijkheden van vakmensen (leraren, verpleegsters, dokters, ondernemers, ambachtslieden) ten onrechte heeft afgepakt. Zo durft hij de erfenis van zijn eigen partij diepgaand ter discussie te stellen. En ook al zou deze zelfmutilatie door kortademige, strategische overwegingen zijn ingegeven – het terugwinnen van de middenklasse, met Almere als kernachtig symbool – dan nog is het opmerkelijk dat de Partij van de Arbeid deze bron van onvrede eindelijk durft te benoemen, zich waagt aan het begin van een beetje ‘soul searching’, terwijl het CDA – hersenloos en zonder enige drang om achterom te kijken – op dit punt volstrekt afwezig is. Het is sowieso een heidens karwei iets opmerkelijks, onderscheidends of gewaagds in het CDA-programma te ontdekken. Het heeft er alle schijn van dat het net zo vlot en routineus in elkaar is gedraaid als de kandidatuur van Jan Peter Balkenende. Jij had de ondoenlijke taak er kiezers voor op te warmen.


Ondoenlijk. Een woord dat je niet snel in je vocabulaire zult toelaten. Jij, met je voorliefde voor het heldendom en de actiegerichtheid van het militaire bedrijf, was immers de spreekwoordelijke commandant die de manschappen zelfs vanuit het meest kansloze schuttersputje nog moed inpraat. In de overwinning laat geloven. Ook als de granaten je om de oren vliegen en het terrein door vijandige tanks is omsingeld, ben jij de man die, met je onafscheidelijke glimlach, iedereen nog eens oppept en oproept tot een extra dot strijdlust om hoe dan ook fier ten onder te gaan. Ik weet niet of ook die inmiddels illustere ‘VOC-mentaliteit’ ooit uit jouw koker is gekomen, of dat Balkenende er spontaan tijdens het Kamerdebat mee begon te schermen. Zeker is: jij was de VOC-mentaliteit in eigen persoon. Terwijl miljoenen Nederlanders aan de Prozac of andere antidepressiva zitten, ging jij met je blonde stekeltjeshaar en gebeitelde glimlach als een middelbare reïncarnatie van de polderjongens Sietse en Hielke (je weet wel, die kerngezonde tweeling uit de populaire kinderboekenserie Kameleon) door het leven.

Overdrijf ik? Schets ik een karikatuur? Als dat zo zou zijn, Jack, luidt mijn antwoord: je deed er zelf hartgrondig aan mee. Op Twitter was alles bij jou ‘een uitdaging’, ‘een aanrader’, ‘een leuk gesprek’, ‘een kadootje’ en een ‘geweldige ervaring’. Het pathologische optimisme droop er vanaf. Mee drummen met Bløf was ‘fantastisch’, bijpraten met Camiel Eurlings ‘gezellig’ en het over-leg met de altijd goed gehumeurde heren van de defensie-industrie was ‘nuttig’. En dan, zo lees ik, was je apetrots op het onverdraag- lijke geslijm tussen volksheld Jan Smit en onze troepen in Afghanistan; een vrijage die tot jouw grote vreugde door ‘de grootste familie van Nederland’, de TROS, tot in de onsmakelijkste de- tails werd vastgelegd. Terwijl onze jongens en meisjes hossend en lallend meedeinden met onderbroekenman Jan, en jijzelf volgens de geruchten al dan niet in een container je eigen vrijage had, noteerde jij: “Mooie beelden van gemotiveerde mensen bij goede missie.” En later: “Er komt een einde aan een geweldig bezoek van Jan Smit in Uruzgan.”


Zoek ik opzichtig naar vuile was? Of ben je inderdaad, domweg, zo’n naargeestige christen die de jeugd zelfs anno 2010 het liefst zo onwetend mogelijk houdt? En enthousiast aanmoedigde zich voor een paar duizend rottige euro’s kapot te laten schieten voor God, Koningin en Vaderland? Met de bierlucht en de zweetgeur van een avondje Jan Smit nog half in je vechthemd, boem!, op een bermbom knallen. Dat was in jouw ogen vast een benijdenswaardig heldenafscheid. Ja, een ‘geweldige opoffering’ die ‘het diepste respect’ verdiende en waar je, als het eenmaal zover was, ongetwijfeld met ‘intense treurnis’ kennis van had genomen. Om vervolgens bij de generale staf aan te schuiven voor weer een ‘goede meeting’, die de glorieuze voortgang van ‘een geweldige missie’ moest waarborgen. Neem me niet kwalijk, Jack, maar als ik mezelf, in het kader van deze brief, dwing naar de complete TROS-registratie van de Afghaanse Jan Smit-orgie te kijken en ik zie jou, zonnebril op je haargrens, goedkeurend glimmend achter die andere schuinsmarcheerder, dan bekruipt me opeens een heel onsmakelijke gedachte.

Want was jij niet de eeuwige souffleur van Balkenende? Agendeerde jij niet steeds het buikgevoel bij de hoofdmens Jan Peter? Ja toch? Welnu, dan is er een gerede kans, Jack, dat jij degene was die Jan Peter heeft aangemoedigd zijn wekelijkse persconferentie te besmeuren met een uiting van droefenis over de stukgelopen relatie tussen Jantje en Yolanthje. Met een sip gezicht vond Jan Peter het ‘jammer’ dat het sprookjespaar uit elkaar was gegaan. De toon was bijna die van een nationale ramp en de parlementaire pers, tja, die knipperde even met de ogen. Hield dit de premier uit zijn slaap? Moesten zorgen over de staatsfinanciën, de vergrijzing en de toekomst van de gezondheidszorg wijken voor twee tv-sterretjes die CDA-onwaardig vlot op elkaar uitgekeken waren? Was dat de nieuwe prioriteitstelling van de christen-democratie? De RTL Boulevard-isering van JP? Ik vermoed, Jack, dat jij de ‘menselijke kant’ van de premier weer eens voor het voetlicht wilde brengen. Zijn gevoelige oog voor familiezaken. En dat je in een slimme, populistische dubbelslag poogde zijn imago bij de jeugd even in de boenwas te zetten: “Kijk! Onze premier! Hij denkt ook aan jullie, hoor! Hij maakt zich zorgen over Jan en Yolanthe!” Ach, ach, de altijd zo gezellige koffietafel van het CDA. We zijn weer thuis! “Vaak zijn we tuttig, soms zelfs truttig,” zei CDA-senator Hans Hillen laatst over de ware aard van de partij. “Maar we zijn er altijd. Mensen kunnen altijd op ons rekenen.”


Ik weet hoe één opmerking, één woordje zelfs, beeldvorming ingrijpend kan beïnvloeden. Net als jij. Om het CDA uit de wurggreep van continuïteit en irrelevantie te trekken – eigenschappen waarmee je nu eenmaal weinig media-aandacht krijgt – deed je recentelijk nog verwoede pogingen het vuurtje rond de tv-debatten op te stoken. Tegenstander Cohen neer te zetten als een ‘lafaard’ die niet één op één met Balkenende het strijdperk zou willen betreden. Ik vond dat onder de gordel, maar wel slim. Toch ben ik er tegelijkertijd van overtuigd dat deze desperate plaagstoten onderdeel waren van een campagne die amper nog vlees op de botten had. Hoe is het anders te verklaren dat jij – tot je verhuizing naar de kazerne tenminste – om de haverklap bij DWDD verscheen? Om het miezerige vuurtje van de CDA-campagne brandend te houden? Zelf sprak je nota bene de wijze woorden dat een goede spindoctor voornamelijk achter de schermen functioneert. En dat hij het beste anoniem, dus thuis vanaf zijn inklapbed, kan kijken naar de kandidaat die zijn eigen gloedvolle vondsten in de microfoonkop blaast. Waarom gooide jij die wijsheid overboord? Waarom moesten we bij DWDD naar de doorzichtige opzetjes kijken waarmee je PvdA en VVD verdacht wilde maken en tegen elkaar op wilt zetten? Is JP ineens niet mans genoeg meer? Hoe zwak staat het CDA als het al weken voor de verkiezingen vooral negatieve ‘spin’ bedrijft?

Persoonlijk walg ik van de militaire ondertoon van jouw beeldspraak. ‘Lafaard’. ‘Eén-op-één’. Alsof je pas rijp bent voor het premierschap als je je tegenstander in een voorwereldlijk knotsengevecht bloedend en wel laat afdruipen. In wat voor wereld leef jij? Oké, je hoeft geen helderziende te zijn om te concluderen dat jij liever een uniform aantrekt dan een boek openslaat. Rennen, fietsen, stoeien, voetballen – dat is jouw wereld. En dat mag. Maar zou het kunnen, Jack, dat we de komende jaren iemand nodig hebben die amper weet wie Jan Smit en Yolanthe Cabau van Kasbergen zijn? Iemand die de dossiers beter kent dan de roddelbladen? En zich meer zorgen maakt over het onderwijsniveau van onze jeugd dan over het type gevechtsvliegtuigen dat Nederland moet aanschaffen?


Als ik jouw taalgebruik in ogenschouw neem, slaat de schrik me om het hart. En weet ik bijna zeker dat jij, behalve een vermom- de krijger, een uitgesproken sympathisant was van de onderwijsmaffia die de afgelopen decennia, onder het motto ‘praktijk- en competentiegericht leren’, een verwoestend spoor door onderwijsland heeft getrokken. Op de site van de NHL Hogeschool, alweer zo’n gefuseerde leerfabriek, lees ik dat jij voor een groep communicatiestudenten adviseerde de begrippen ‘waarheid’ en ‘manipulatie’ in de prullenbak te gooien. Die werpen maar een negatief licht op het vak van spindoctor. Zelf zou je het doctoren liever als volgt definiëren: “Een pro-actieve benadering van de media met als doel het publieke handelen toe te lichten en te duiden, dusdanig dat daarmee het belang van de eigen organisatie wordt gediend.”

Wie dergelijke taal uitslaat, schaart zich aan de kant van de leeghoofdigheid. En doet mijns inziens een serieuze poging het denken in de kiem te smoren; mensen levenslang afhankelijk te maken van TROS-, MTV- en TMF-programma’s, waar volksmenners als jij hun zendtijd inkopen om de beeldvorming te stroomlijnen en verse soldaten naar het front – excusez le mot! – te manipuleren. Wat moet je sowieso denken van een christen die het begrip ‘waarheid’ wil weggooien?

Ik mag dan onpasselijk van je worden, ik onderschat je niet. ‘Jack de Vries’ zal, ook na je tragische val, een heus merk blijven in voorlichters- en communicatieland. En wat voor één! Er is voorlopig nog geen effectievere verschijning denkbaar dan jij, zodra er weer doden te betreuren zijn tijdens nieuwe missies in verre buitenlanden. Wie anders kon een serie gesneuvelden zo gladjes en pro-actief onder het vloerkleed schuiven? Wie anders was in staat ons voor een zoveelste keer een kansloze missie in te praten? Als jij burgemeester van Amsterdam was geweest, had je het drama van de Noord/Zuidlijn als een glorieuze overwinning weten te verkopen. Die kwaliteiten dicht ik je toe. Jij had dat financiële rampproject als een ‘prachtige voorsprong op alle andere wereldsteden’ pro-actief in de markt gezet. Jij had gezegd: “Alle grote steden in de wereld verslikken zich vroeg of laat in hun eigen ambities. Amsterdam zit in de kopgroep. Daar moeten we trots op zijn. Lang leve de hoofdstad!”


Regelmatig hoorde ik een magisch gefluister om me heen, in de trant van: Jack heeft ’t weer geflikt! Vooral jouw introductie van de BlackBerry als campagnewapen dwong in vakkringen respect af. Als eerste zag jij de ver reikende mogelijkheden van deze gadget en wist je de gehele CDA-fractie in 2006, met minieme nagelbewegingen, tot een eenkoppig en eensgezind personage te boetseren. Een personage dat de kernzinnen en meest actuele standpunten van de partij draadloos kreeg aangeleverd en mede daardoor van Delfzijl tot Terneuzen overtuigend met één mond sprak, terwijl de troepen van Wouter Bos voor de draaiende camera’s van ‘De Wouter Tapes’ uiteen vielen, oeverloos discussiërend over ‘wie Wouter was’ en hoe dat ‘gecommuniceerd’ moest worden. Wat heb jij de PvdA toen te pakken gehad, Jack! Militaire helderheid versus democratische chaos.

Maar nu? Ai! Nu zijn de rollen omgedraaid. Het electoraat is misschien helemaal niet op zoek meer naar de krachtigste leider, het lekkerste plaatje en de handigste soundbite. Het kijkt wel graag naar DWDD, maar doorziet het spel, herkent het als entertainment en zal zijn of haar stem niet langer laten afhan- gen van wat, in essentie, vlotte kroeggesprekken zijn. Misschien is de kiezer wel op zoek naar iets, of iemand, die kan uitleggen wat de kiezer werkelijk verlangt. Want als er één ding blijkt uit al die onderzoeken, enqutes en rondvragen, is het wel dat kiezers zelf de weg volledig kwijt zijn. Job Cohen is gewoon, door zijn verschijning alleen al, het antwoord waar de Nederlandse kiezer op zit te wachten. Niet door wat hij zegt, niet door wat hij inbrengt aan ideeën, niet door zijn vermogen tegenstanders op hun nummer te zetten, maar, integendeel, door zijn gebrek aan dat vermogen. Cohen is de man die woordloos uitstraalt dat hij even genoeg heeft van al het gezeik en geruzie en gevit en geraas en getier. En waarschijnlijk hoeft hij die afkeer, die uit zijn binnenste komt en volstrekt naturel is, slechts te tonen om op 9 juni de winst op te strijken. Dan kunnen al jouw collegedictaten over het ‘pro-actief benaderen van de media’ de prullenbak in.


Tjonge, wat een treurigheid daar bij het CDA. Pas geleden las ik nog hoe Balkenende een paar verdwaalde Erasmus-studenten trachtte binnen te hengelen door te waarschuwen voor een nieuw Paars kabinet. Drie keer raden wat zijn bangmaker was? Juist: de basisbeurs. Die zou alleen bij het CDA in goede handen zijn. Zou dat dan jouw voorlopig laatste ‘meesterzet’ zijn geweest, Jack? Studenten paaien met een zak geld? Een nieuwe ronde in het kortetermijndenken en de hersenloosheid, die jij onophoudelijk hebt gepropageerd? God, wat hoop ik dat jij heel veel en heel diep zit na te denken. En dat je de begrippen ‘waarheid’ en ‘manipulatie’ in ere zult herstellen.

Jacob Gabe de Vries (25 juli, 1968) studeerde politicologie aan de Vrije Universiteit en werd in 1992 voorzitter van het CDJA. Zijn voorliefde voor het militaire bedrijf kwam onder meer tot uiting in zijn tijd als BBT’er (Beroeps Bepaalde Tijd) en voorlichter/journalist bij de Landmacht. In 1997 werd hij voorlichter van de CDA-fractie en, na een korte onderbreking in 2001, groeide hij door tot persoonlijk adviseur van Jan Peter Balkenende. Met slim, slagvaardig en succesvol optreden verwierf hij status in het perskorps, al kon dat niet voorkomen dat hij de schertsende bijnaam ‘Jack het Lek’ kreeg opgeplakt, verwijzend naar zijn gewoonte om kranten en tv-programma’s te voorzien van ‘informatie uit betrouwbare bron’. Na succesvolle campagnes in 2006 en 2007 leek hij af te zwaaien naar een baan bij communicatiebureau Boer & Croon. Maar binnen de kortste keren werd hij teruggevraagd op het Binnenhof als staatssecretaris van Defensie, een functie die hij sinds december 2007 bekleedde en waarin hij zich een geharnast voorstander van de JSF heeft betoond.

Hans van Willigenburg