Relax mens!

Het wordt aangeprezen als de ideale manier om te ontstressen: floaten. En het werkt nog ook. Je zou er alleen wél iets bij te doen moeten hebben.

Drukdrukdruk! Stress hier, stress daar. Telefoontje, sms’je, nog een telefoontje, voicemail, twitterbericht, e-mail, e-mail, e-mail… “Kan dit snel af?” “Hebben we dat al?” “Waar blijf je met je spullen?” “Je zou gisteren toch al geleverd hebben?” “Kunnen we het alsnog binnen tien minuten krijgen?” Jagen, jachten, rennen, vliegen… Haastige hap, brandend maagzuur… Tot je op een gegeven moment het punt bereikt waarop je zou willen schreeuwen: “OPZOUTEN ALLEMAAL!!!”

Maar dat krijg je nooit voor elkaar.

Dus wat doe je dan?

Je zout zelf op.

Aan de Amsterdamse Herengracht, om precies te zijn. Bij Koan Float, een ontspanningsgelegenheid waar naar hartelust kan worden gefloat. Floaten, ofwel de Floa- tation Restricted Environmental Stimulation Therapy, is volgens de brochure ‘een van oorsprong medisch-therapeutisch middel dat een werkelijk unieke ervaring van gewichtloosheid geeft, waarbij alle spieren en organen zich maximaal ontspannen’. En: “De rust en warmte in de floatcabine zorgt ervoor dat het lichaam de kans krijgt om zijn natuurlijke, optimale balans, waarin alle delen en systemen van het lichaam met elkaar samenwerken, weer op te zoeken. Zo wordt bijvoorbeeld de synchronisatie van de linker en de rechter hersenhelft gestimuleerd. Dit heeft als gevolg dat uw productiviteit, prestaties en efficiency evenals uw zelfvertrouwen en gevoelens van welbehagen positief beïnvloed worden.”

Goed nieuws, dat van die productiviteit en efficiency, want mijn artikel voor volgende week had uiteraard vorige week alweer af moeten zijn. Nog meer goed nieuws: “Floaten werkt bij iedereen. Er is geen oefening voor nodig, geen kennis en geen discipline.” Op mijn lijf geschreven, concludeer ik, terwijl ik in de modern vormgegeven wachtkamer van Koan Float met een kop kruidenthee een kaneelkaakje wegspoel. Aan de wanden van het vertrek hangen kleurrijke, non-figuratieve schilderijen van de Japanse kunstenaar Kazuaki Tanahashi, en alleen die al werken uitermate rustgevend. De laatste twee lettergrepen van ’s mans achternaam zijn dan ook bepaald niet misplaatst. En dan moet het floatplezier nog beginnen! Gelukkig voldoe ik aan alle voorwaarden: ik ben niet dronken, heb me niet zojuist geschoren, menstrueer niet en nee, ik ben ook niet zwanger. Kortom: let’s float!


Drijven op zout water: dat is floaten in een notedop. Letterlijk, want de floatcabine doet denken aan de schil van een walnoot. Die schil is in dit geval blauw van kleur, gemaakt van kunststof en hij bevat 800 liter water dat is opgeleukt met 550 kilo zout. En niet zomaar zout, nee: hoogwaardig Epsom-bitterzout! Het water in de tank heeft een zoutpercentage van 70, wat tien keer zoveel is als het nat van de Dode Zee.

Floaten is ontsproten aan het brein van John Lilly, een Amerikaanse neurofysioloog die weigerde te geloven dat de hersenen zonder externe stimuli niet goed zouden kunnen functioneren. Want, zo redeneerde hij, waarom zochten mon- niken, priesters, yogi’s en zenmeesters waar ook ter wereld dan al eeuwenlang juist de totale stilte en het volledige isolement om hun geest te scherpen en het bewustzijn te verruimen? Nou dan! Om bewijs te verzamelen voor zijn vermoeden dat sensore deprivatie, ofwel het je afsluiten voor zintuiglijke prikkels, een weldadige uitwerking heeft op lichaam en geest, ontwikkelde Lilly in 1950 de eerste float- cabine. Daar ging de floater – al kun je hem onder die omstandigheden natuurlijk nauwelijks zo noemen – réchtstandig in, gekleed in een rubber pak met een helm en een zuurstofslang, zo’n duikersuitrusting die we vooral uit de verhalen van Kuifje kennen. Inmiddels mogen we er bij gaan liggen.

“Probeer in het begin je handen achter je hoofd te houden,” zegt Ineke, de receptioniste van Koan Float die me naar een van de watertanks aan de Amsterdamse Herengracht begeleidt. “En klem anders het kussentje in je nek. We adviseren je trouwens oordopjes in te doen, anders heb je na afloop kristallen in je oren. En denk erom: níet in je ogen wrijven!” Ze vertelt me voorts waar de douche is en wijst op de plank met handdoeken. Daar staat ook een tube vaseline. Maar net als ik wil vragen of Ronnie Tober hier vaste gast is, legt ze me uit dat ik dat spul kan gebruiken om eventuele schaafwondjes af te dekken. Want zout in de wonden… Afijn, u kent het gezegde.


Oordopjes of niet, in de floatcabine kan te allen tijde naar muziek worden geluisterd. Koan Float verspreidt van huis uit rustgevend gejengel uit het new age-segment, maar de gast kan desgewenst ook een eigen cd met rustige klanken aanleveren. Alleen rustige? Ineke: “Nou, ik zou geen AC/DC opzetten!”

Jammer, want die band heeft toch een aantal behoorlijk toepasselijke songs in z’n repertoire. For Those About to Rock (We Salute You) is er eentje, want ‘to rock’ is op de eerste plaats schommelen, wiegen – en dat wil wel lukken, op water met een zoutpercentage van 70 procent! Heatseeker is ook een aardige, want het vocht is 35,5 graden Celsius. Deep in the Hole zou eveneens van toepassing kunnen zijn, want je duikt natuurlijk wel een donker gat in. Maar met Sink the Pink slaat de band de plank mis, want hoeveel roze vlees je ook met je meezeult, zinken doet het hier nooit!

Overigens, wat de decibellenbraken- de Aussies betreft: er zijn wel meer gevallen bekend van mensen die zich liever onderdompelen in een bak herrie dan dat ze tegen de slaap moeten vechten in een bed van door Tibetaanse neusfluiters gevlochten repetitieve klankstructuren. Koan Float-directeur Dick Westerneng kent een autocoureur die in de floatcabine bij voorkeur luistert naar een opname van een ideale ronde die hij ooit op het circuit van Silverstone reed. “Maar er zijn ook mensen die tijdens het floaten een taalcursus volgen.”

Ineke heeft zich inmiddels discreet teruggetrokken en dus ben ik alleen met de bak zout water. Na alle lagen kleding te hebben afgepeld ga ik, zoals me is ingefluisterd, op de rand van de floatcabine zitten. Ik laat me voorzichtig met het achterwerk in het überzilte vocht zakken en… kieper achterover alsof ik een tuimelclown ben, zo’n beenloos stuk speelgoed waarmee kinderen tot vier jaar zich kostelijk vermaken. Voor de begeleiden- de soundtrack zorgt een met panfluiten bewapend Inca-commando, dat vanuit alle hoeken en gaten Bodyshopmuzak afvuurt op de als een weerloze strandbal rondtollende HP/De Tijd-verslaggever, die uiteraard zijn oordopjes allang is verloren. Maar de roterende bewegingen worden allengs minder en uiteindelijk… kom ik tot stilstand, ontspan ik de spieren en voel ik de stress letterlijk uit mijn lichaam stromen. Ik sluit de ogen en o-n-t-s-p-a-n…


Dit is fantastisch. Dit is, de folder had het al voorspeld, het weldadige gevoel van opnieuw geboren worden. Dit is zoals het ooit in de baarmoeder moet zijn geweest. Nou ja, zonder die panfluiten dan. De enorme hoeveelheid zout die aan het water is toegevoegd, zorgt ervoor dat het lijf uiterst slijmerig aanvoelt, alsof er een coating van gelei omheen zit. Ik ben nu zo glad dat ik de politiek in zou kunnen.

Maar dan sluipt al gauw de verveling datzelfde lichaam binnen. Dit openbaart zich het eerst doordat ik met de lichtknopjes in de tank ga spelen. Uit. Aan. Uit. Aan. Uit. Aan. Want de hele tijd in het donker, zoals eigenlijk de bedoeling is, blijkt voor de ongeoefende floater toch iets te benauwend te zijn. Uit. Aan. Uit. Aan. Als dat niet leuk meer is, ga ik me met mijn voeten afzetten tegen de kant, waarna ik stroomopwaarts drijf, net zolang tot ik met mijn hoofd de andere kant raak. En vice versa, als in een lied van Drs. P. Als ik naar de spiegelende bovenkant van de blauwe cabine kijk, zie ik mezelf als hoofdrolspeler in een National Geographic-documentaire over walvissen. Van onderen gefilmd, met tegenlicht. Shots uit het culturele erfgoed van Jacques Cousteau.

Ik ga nu rare bewegingen maken. Wat heet raar: door de gewichtloosheid is het uitgesproken virtuoos wat ik hier presteer. Insteken, overhalen, af laten glijden. Het swingt alle kanten op. Dancing with the Starfish! Jammer dat ik dit aan geen enkele jury kan laten zien.

En dan schalt de stem van de receptioniste door de cabine, ten teken dat de floattijd erop zit. Ik klim uit de tank – wat zeker vijf minuten komische televisie oplevert, want het deksel is zwaar en de bodem spiegelglad – ontdoe me onder de douche van een hoeveelheid strooizout waarmee ik afgelopen winter een aardige financiële klapper had kunnen maken, schiet weer in de kleren en haal m’n telefoon tevoorschijn.


Vijf gemiste oproepen.

www.koanfloat.nl

Michiel Blijboom