Tijd voor change in Den Haag

De korte maar hevige revolte die Pim Fortuyn tussen de zomer van 2001 en mei 2002 ontketende, heeft de Nederlandse politiek blijvend veranderd. Het is bijna niet meer voor te stellen, maar er is een tijd geweest waarin we het in Nederland nog niet over de kloof tussen de burgers en de Haagse politiek hadden, waarin de bevolking nog geen kritische vragen over het reilen en zeilen van een zelfbenoemde Haagse elite stelde en waarin elke verwijzing naar de negatieve gevolgen van het multiculturele ideaal werd afgewezen, omdat dat inspelen op ‘onderbuikgevoelens’ zou zijn.

Zelfs links was Fortuyn dankbaar. Althans, dat zei links toen Fortuyn dood en begraven was. Noch de bestaande politieke partijen, noch de media hadden iets zien aankomen van de opstand die Fortuyn aanvoerde. Het sentiment van onbehagen dat aan die opstand ten grondslag lag, was hun volledig ontgaan. Daarom, schreef links, was het toch wel goed geweest dat Fortuyn de ramen van het Binnenhof had opengegooid en daar een frisse wind naar binnen had laten waaien.

Maar dan moest het nu ook over zijn. De ramen konden weer dicht. Het Haagse sys-teem had zijn lesje geleerd en moest nu ook weer zijn gang kunnen gaan. Populisten en bepleiters van vernieuwingen van het bestel moesten nu zwijgen.

Een van de meest eloquente woordvoerders van deze visie was Volkskrant-journalist Hans Wansink. Hij promoveerde in 2004 op een proefschrift over Fortuyn en de revolte van de kiezers. Hij werd in 2006 beloond met de Anne Vondelingprijs voor politieke journalistiek.

Samen met zijn collega Sheila Sitalsing heeft Hans Wansink opnieuw een politiek boek gepubliceerd. Uit dat boek wordt duidelijk, hopen Wansink en Sitalsing, dat die revolte van Fortuyn toch niet genoeg is geweest. De crisis in de Haagse politiek is allesbehalve tijdelijk geweest. Zij bestaat nog steeds en smeult voort onder de huid van opzichtige restauratiepogingen – pogingen die erop gericht zijn om net te doen alsof er niets aan de hand is en het huidige stelsel alle vertrouwen (weer) verdient.

Het populisme was geen intermezzo, maar is een blijvend kenmerk van het Nederlandse politieke bedrijf geworden. Wansink en Sitalsing stellen terecht vast dat alle pogingen van Den Haag om de kloof met ‘de gewone mensen in het land’ te verkleinen, ijdel zijn. Het stelsel loopt op zijn laatste benen. De langgerekte struikelpartij van Balkenende IV bewijst het. De aantrekkingskracht van Geert Wilders en zijn huidige neergang, de populariteit van Jan Marijnissen en het verlies van de SP nu, het lanceren van Job Cohen, zijn korte populariteitsgolf en zijn huidige dalen in de peilingen – ze bewijzen dat van elk nieuw gezicht dat zich in Den Haag presenteert het nieuwtje al snel weer af is. Den Haag heeft alle gezag verspeeld.


Wansink en Sitalsing geven niet alleen zeer kritische portretten van de elf partijen en hun leiders die nu in de Tweede Kamer vertegenwoordigd zijn, maar besluiten hun boek met een hoofdstuk waarin zij een change in Den Haag bepleiten. Het wordt tijd dat politici de kiezers als volwassen staatsburgers serieus gaan nemen. Kiezers moeten medeverantwoordelijk worden gemaakt voor politieke beslissingen. Voer dus meer directe vormen van democratie in. Laat burgers hun eigen burgemeesters kiezen. Geef ze de kans zich in correctieve referenda uit te spreken. Voer een districtenstelsel in.

Het verrotte systeem moet grondig verbouwd worden, wil de Haagse politiek de kwaliteit van de participatie van mondige kiezers verbeteren, stellen Wansink en Sitalsing. Maar ze hebben ook een lange lijst van veranderingen die nu al kunnen worden ingevoerd en geen lang proces van grondwets-herzieningen nodig hebben.

Verplichte kost, zou ik zeggen: een boek van twee Volkskrant-journalisten die de door Fortuyn geleide volksopstand eindelijk echt serieus nemen.

Sheila Sitalsing en Hans Wansink: De kiezer heeft altijd gelijk. Tijd voor change in Den Haag. Nieuw Amsterdam. €16,95. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Bart Jan Spruyt