Tussen hoop en scepsis

Heel voorzichtig lijken er weer vredesonderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen op gang te komen. Waar staat de Palestijnse leider Mahmoud Abbas? ‘Alles hangt af van Israël.’

Bijna anderhalf jaar na het aantreden van president Barack Obama zijn nu op diens instigatie wederom vredesbesprekingen begonnen met de Israëli’s en de Palestijnen, de eerste in meer dan een jaar. Let wel, het zijn zogenoemde toenaderingsbesprekingen, die worden geleid door de Amerikaanse speciale Midden-Oostengezant George Mitchell, die in 1998, na twee jaar onderhandelen, het historische vredesakkoord voor Noord-Ierland wist te bereiken. Hij praat in dit stadium eerst met de betrokken partijen afzonderlijk. Dit moet er ‘zo snel mogelijk’ toe leiden dat de Palestijnen en Israëli’s direct met elkaar gaan onderhandelen.

De gesprekken zouden aanvankelijk in maart beginnen. Maar toen schoffeerden de Israëli’s de Amerikaanse vicepresident Joe Biden tijdens diens bezoek met de aankondiging dat er 1600 nieuwe woningen zullen worden gebouwd op door de Pales-tijnen en Israëli’s betwist grondgebied in Oost-Jeruzalem. Kort daarna stelde de Is-raëlische premier Benjamin Netanyahu zich weer wat verzoenlijker op. Israël wilde een gedeeltelijke bouwstop van joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever afkondigen, al werd daar onmiddellijk aan toegevoegd dat die stop niet geldt voor het mede door Palestij-nen bewoonde Oost-Jeruzalem. Want Jeruzalem, zo moet duidelijk zijn, is de ongedeelde hoofdstad van Israël. In ieder geval onthielden beide partijen zich de af-gelopen weken van uitspraken en acties die de pendeldiensten van Mitchell konden ondermijnen. Maar sprake van enig weder-zijds vertrouwen lijkt er niet te zijn.

Het was een hoogstwaarschijnlijk ver-trouwenwekkende en inspirerende brief van Obama, die de Palestijnse president Mahmoud Abbas kon overhalen aan de gesprekken deel te nemen, nadat die-zelfde Abbas nog maar kort geleden zijn teleurstelling over de Amerikaanse president had kenbaar gemaakt. Hoe is het intussen met de nu 75-jarige leider van de Fatah-beweging, die nog steeds een machtsstrijd voert met Hamas, en president is van de Palestijnse Nationale Autoriteit, de regering van een land dat niet echt bestaat?


De hele wereld wacht op het moment dat u de Israëlische premier Netanyahu daadwerkelijk ontmoet voor onder-handelingen. Wanneer is het eindelijk zover?

“Dat hangt af van Israël. Wij Palestijnen hebben altijd gezegd dat wij bereid zijn om te onderhandelen. Maar alleen als Israël de bouw van nederzettingen volledig stillegt en de grenzen van 1967 erkent.”

Waarom bemoeilijkt u het tweegesprek door dergelijke voorwaarden?

“Dat zijn geen voorwaarden, maar stappen die volgens de eerste fase van de internationale roadmap voor vrede, begon-nen in 2003, reeds lang noodzakelijk zijn. In tegenstelling tot Israël zijn wij onze ver-plichtingen nagekomen: we hebben het be-staansrecht van Israël erkend en bestrijden gewelddadige Palestijnse groeperingen. De Amerikanen, de Europeanen en zelfs de Israëli’s bevestigen dit.”

Netanyahu heeft toch besloten de bouw van nederzettingen tien maanden stop te zetten, iets wat geen enkele van zijn voorgangers heeft gedaan. Is het nu niet aan u om een stap in zijn richting te doen?

“Het is geen echt moratorium, want men bouwt verder aan een paar duizend wooneenheden op de Westelijke Jordaan-oever en Jeruzalem valt helemaal buiten de bouwstop voor nederzettingen.”

Met Ehud Olmert, de voorganger van Netanyahu, hebt u onderhandeld ondanks dat de bouw van nederzettingen toentertijd zonder beperkingen werd voortgezet. Meet u hier niet met twee maten?

“In zekere zin wel, ja. Maar ik heb Olmert bij iedere ontmoeting opgeroepen om een eind te maken aan het bouwen van nederzettingen. Bovendien werd Barack Obama in de tussentijd president van de Verenigde Staten. Hij heeft bij zijn toespraak tot de islamitische wereld in Caïro een volledige bouwstop geëist. Als de president van Amerika dat doet, kan ik niet met minder genoegen nemen.”


Maar Obama heeft het toch slechts over Israëlische ‘terughoudendheid’ bij het bouwen van nederzettingen. Op zijn verzoek hebt u in New York zelfs ingestemd met een symbolische handdruk.

“Nadat Obama de verkiezingen ge-wonnen had, was ik aanvankelijk zeer optimistisch. Zijn gezant voor het Mid-den-Oosten, George Mitchell, kwam steeds weer naar ons toe en beloofde bij de Israëli’s aan te dringen op een volledige bouwstop. Mitchell zei dat de onderhan-delingen pas na een moratorium weer zouden worden voortgezet. Alleen, in september distantieerde de Amerikaanse regering zich daarvan. Hoewel hoopvol, blijf ik sceptisch.”

Wat verwacht u van Obama?

“Ik koester nog altijd de hoop dat hij het vredesproces nieuw leven zal inblazen. Hij moet de Israëli’s op z’n minst ertoe brengen om op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem een bouwstop van enige maanden af te kondigen.”

De druk die Obama tot nu toe op de Israëli’s heeft uitgeoefend, was klaar-blijkelijk niet erg effectief.

“Het is niet mijn taak om de Amerikanen voor te schrijven welke middelen ze tegen-over Israël inzetten. Maar ze hebben moge-lijkheden. Ze zijn nog steeds de sterkste wereldmacht. Obama heeft verklaard dat een Palestijnse staat van wezenlijk belang is voor Amerika. Het is de plicht van de president al zijn energie in te zetten om de vrede en de droom van een Palestijnse staat te verwezenlijken.”

Is de ware reden voor de huidige pat-stelling misschien dat u Netanyahu niet vertrouwt?

“Wat hij tot nu toe heeft verkondigd, doet mij er in ieder geval aan twijfelen of hij werkelijk een oplossing wil. Hij heeft de oplossing van twee staten niet nadrukkelijk geaccepteerd.”


Netanyahu zei in zijn rede aan de Bar-Ilan universiteit een jaar geleden: “Als de Palestijnen Israël als joodse staat erkennen, zijn wij bereid in te stemmen met een gedemilitariseerde Palestijnse staat.”

“Kijkt u eens, hij is degene die voor-waarden stelt. Hij zegt dat Jeruzalem de ‘eeuwige en ongedeelde hoofdstad van Israël’ blijft. Hij wil de discussie over het vraagstuk van de Palestijnse vluchtelingen niet aangaan. Hij houdt eraan vast dat wij vooraf Israël als joodse staat moeten accepteren.”

Maar het principe van de oplossing van twee staten moet er toch uit bestaan dat de ene staat voor de Palestijnen is en de andere voor de joden. Waarom vormt het erkennen van Israël als staat een probleem voor u?

“We hebben de staat Israël binnen de grenzen van 1967 erkend. Of deze zich joodse staat, Hebreeuwse staat of zionistische staat noemt, is aan de staat. Wat mij betreft, kan de staat zich noemen zoals hij wil. Maar hij kan mij niet dwingen om deze definitie over te nemen.”

Zonder een joodse meerderheid zou Israël Israël niet zijn.

“Het is een feit dat de meerderheid van de burgers van de staat Israël joden zijn. Maar het ligt niet in mijn macht om de aard van Israël te bepalen.”

Door zulke uitlatingen wekt u bij de Israëli’s de verdenking dat u in werke-lijkheid hoopt nog ooit deze joodse meerderheid te overwinnen. Vooral wan-neer u er nog altijd aan vasthoudt dat alle in 1948 verdreven Palestijnen recht hebben om terug te keren.

“Deze zorgen begrijp ik. Er zijn op dit moment in totaal vijf miljoen verdreven Palestijnen. Ik beweer niet dat die allemaal terug moeten keren, maar er moet een rechtvaardige oplossing komen. Resolutie 194 van de Verenigde Naties…” .


..van 11 december 1948…

“…zegt dat degenen die afzien van hun recht op terugkeer een gepaste financiële schadeloosstelling moeten ontvangen. De oplossing ligt dus al zestig jaar op tafel. Waar ligt nu het probleem?”

Olmert heeft u het tot nu beste aanbod gedaan: de stichting van een Palestijnse staat op meer dan negentig procent van de Westelijke Jordaanoever, een gedeeld Jeruzalem en de terugkeer van een paar duizend vluchtelingen naar Israël. Waarom heeft u dat geweigerd?

“Ik heb niet geweigerd; Olmert heeft zijn ambt vanwege persoonlijke problemen neergelegd.”

U heeft te lang gewacht. Als u akkoord was gegaan, zouden de meeste Israëli’s bereid zijn geweest de beschuldigingen van corruptie tegen Olmert te negeren. De voormalige Israëlische minister van Buitenlandse zaken, Abba Eban, heeft ooit gezegd: de Palestijnen laten nooit een gelegenheid voorbijgaan…

“…een gelegenheid voorbij laten gaan. Ja, ik ken die uitspraak. Maar wij hebben de gelegenheid in de tijd van Olmert aangegrepen. We hebben zeer serieus met hem onderhandeld. We hebben landkaarten met het verloop van de grenzen uitgewisseld. Toen trad hij af. Zijn opvolgster Tzipi Livni heeft de daarop volgende verkiezingen niet gewonnen. Waar is nu de gelegenheid die we voorbij hebben laten gaan?”

Als u het aanbod van Olmert tijdig had aangenomen, zouden degenen die voor de vrede waren steun hebben gekregen. In plaats daarvan moet u nu de heren Netanyahu en Lieberman voor lief nemen.

“Dat klopt. Het was een race tegen de klok om tot een oplossing te komen. Maar ik was niet degene die een vereniging heeft verhinderd. Olmert heeft kort voor de finish zijn ambt neergelegd.”


Het kamp van de Palestijnen is sterk verdeeld. Uw Fatah-beweging was in 2007 niet in staat de gewelddadige machtsovername door Hamas in de Gazastrook te verhinderen. Hoe wilt u garanderen dat dit zich op de Westelijke Jordaanoever herhaalt?

“Op de Westelijke Jordaanoever hebben wij de veiligheidsapparaten volledig onder controle. De toestand is honderd procent stabiel. We zullen niet toelaten dat er op de Westelijke Jordaanoever hetzelfde gebeurt als in Gaza.”

Zolang Gaza wordt geregeerd door Hamas, zal Israël nooit instemmen met een Palestijnse staat.

“We hebben onder auspiciën van Egyp-te ruim twee jaar een verzoeningsdia- loog gevoerd. Dat heeft uiteindelijk tot een document geleid dat Fatah half ok-tober 2009 heeft ondertekend. Hamas weigert tot op heden dit document te tekenen.”

Hoe kan het eigenlijk tot een verzoening komen tussen de seculiere standpunten van uw Fatah-beweging en het islamiti-sche wereldbeeld van Hamas?

“We zijn een volk met uiteenlopende religieuze en politieke opvattingen. Sommigen zijn uiterst gelovig, sommigen strikt seculier, anderen gematigd. Maar we zijn er al zestig jaar aan gewend om met elkaar te leven. In de PLO zijn al deze stromingen aanwezig.”

Zou Marwan Barghouti, de held van de Tweede Intifada, die in Israël gevan-gen zit, iemand kunnen zijn die de ver-zoening tussen Fatah en Hamas tot stand brengt?

“Marwan Barghouti hoort bij de leiding van Fatah, hij is lid van het centrale comité van onze beweging. Als hij zou worden vrijgelaten, dan zou dat voor ons een groot gewin zijn. Maar een verzoening zou ook hij niet alleen kunnen bewerkstelligen. Er is een externe reden waarom Hamas niet tekent.”


U doelt op Iran.

“Dat zijn uw woorden.”

U heeft aangekondigd dat u zich niet meer kandidaat zult stellen voor de functie van president van de Palestijnse Nationale Autoriteit. Geeft u daarmee toe dat het u niet meer zal lukken de droom van de Palestijnen, een soevereine staat, te verwezenlijken?

“Dat is correct. De weg naar een poli-tieke oplossing is voor mij nog te lang. Maar zolang ik nog actief ben, zal ik de wereld blijven waarschuwen: drijf ons Palestijnen niet tot het punt van volledige wanhoop.”

Het leven van Mahmoud Abbas, ook wel: Aboe Mazen, staat van jongs af aan in het teken van de strijd van het Palestijnse volk. Hij wordt in 1935 geboren in Safed, tegenwoordig een stadje in Noord-Israël, op dat moment nog onderdeel van het Britse mandaatgebied Palestina. Op zijn dertiende moeten hij en zijn familie vluchten tijdens de Arabisch-Israëlische oorlog van 1948. Huis en haard raken ze kwijt. Abbas studeert in Egypte en in Moskou en sluit zich in de jaren vijftig aan bij Palestijnse onafhankelijkheidsstrijders. Hij richt onder meer samen met Yasser Arafat Al-Fatah op en werkt zich in de jaren zeventig op tot de rechterhand van Arafat binnen de PLO. Als in 2003 Israël en de VS niet meer willen praten met Arafat, wordt Abbas, die zich altijd wat gematigder heeft opgesteld, naar voren geschoven en benoemd tot (de eerste) premier van de Palestijnse Autoriteit. In 2005 wordt hij gekozen tot president. Maar ook Abbas lukt het niet het vredesproces echt verder te brengen. De Israëli’s verwijten hem dat hij de terreuraanslagen niet kan stoppen en niet echt de baas is van alle Palestijnen; veel, vooral gelovige Palestijnen verwijten Abbas dat hij zich te zwak opstelt en te veel concessies doet. 2007 is een zwart jaar voor de Palestijnen. De onenigheid tussen het gematigde Fatah en de radicale Hamas loopt uit op een kleine burgeroorlog. Hamas is nu de baas in Gaza, Fatah op de Westelijke Jordaanoever.

Hans Hoying en Christoph Schult