Bach op de bandoneon

Richard Galliano

Bach

De Franse jazzmusicus Richard Galliano was al op zeer jeugdige leeftijd accordeon gaan spelen, maar omdat men vond dat de accordeon geen ‘echt’ instrument was, besloot hij maar trombone en compositie te gaan studeren aan het conservatorium van Nice. Toch kroop het bloed waar het niet gaan kon. Hij besloot zijn liefde voor de accordeon én voor jazz te combineren. Het feit dat Galliano klassieke muziek studeerde, heeft voordelen, maar ook veel nadelen gehad. “Uiteindelijk,” zei hij ooit in een interview, “heb ik moeten ‘genezen’ van de klassieke muziek.”

Van de muziek van Johann Sebastian Bach genas hij echter nooit. Wie zowel de muziek van Galliano als die van Bach koestert, zal misschien een beetje teleurgesteld worden door Galliano’s nieuwe album Bach. De repertoirekeuze is soms te voor de hand liggend (de Badinerie en de Air uit de orkestsuites No. 1 en 3) en ook de klanken van de door Galliano bespeelde instrumenten (accordeon, accordina, bandoneon) willen maar niet overtuigend klinken tegen de achtergrond van een tot een strijkkwartet uitgekleed barokorkest. Liever hadden wij gehoord dat de accordeonist, zoals in de prélude van het celloconcert of een deel uit Die Kunst der Fuge, dit album in zijn eentje had volgespeeld. Want pas dan weten de magie van Bach en de uitzonderlijk mooie klanken van Galliano’s accordeon elkaar helemaal te vinden.

Ruud Meijer