Brussels lof

De Europese Commissie wil begrotingen van lidstaten preventief kunnen controleren. Eindelijk weer eens een goed idee uit Brussel.

Tjonge, dat was wel even schrikken, die aankondiging van Olli Rehn, die in de Europese Commissie de portefeuille Economische en Monetaire Zaken beheert. De Finse eurocommissaris liet weten dat wat hem betreft alle lidstaten voortaan hun begrotingen vooraf door Brussel moeten laten keuren. Achterliggende gedachte: Rehn wil in de toekomst preventief kunnen ingrijpen als landen op het punt staan hun eigen financiële huishouding (verder) te laten ontsporen en zo de stabiliteit van de euro in gevaar brengen.

Een hele horde Europese ministers van Financiën, die uit Frankrijk en Duitsland voorop, liet weten weinig in het voorstel te zien. Ook onze eigen demissionaire CDA-minister van Financiën Jan Kees de Jager deed een duit in het zakje. Het voorstel van Rehn stuitte bij hem allereerst op constitutionele bezwaren. “Dat de Commissie een oordeel geeft over de begroting dat de Tweede Kamer kan meewegen, is prima, maar het mag nooit ingrijpen in de budgetprocessen,” zo liet De Jager optekenen in Het Financieele Dagblad. En dan was er ook nog een ander bezwaar, dat voor de minister minstens zo zwaar bleek te wegen. Want hoe kon Rehn nou zeggen dat hij de begrotingen van de lidstaten al in het voorjaar wilde inzien? “Dan hébben we de begroting nog niet eens,” aldus De Jager. “Dus daar kan Nederland gewoon praktisch niet aan tegemoetkomen.”

Dat was stevige taal van de nummer zes op de CDA-kandidatenlijst voor de aanstaande Kamerverkiezingen – want ook dát is een rol die De Jager momenteel voor zijn rekening neemt. Dat het een met het ander te maakt heeft, lijkt evident. Euro-scepsis immers is onder de kiezers wijdverbreid, zie onder meer het Nederland-se ‘nee’ bij het referendum over de Europese Grondwet in 2005. Het financiële steunplan dat de EU onlangs voor Griekenland uit de kast trok (de eerste betaling van 14,5 miljard euro is inmiddels naar Athene overgemaakt), wakkerde die anti-Europese sentimenten alleen nog maar verder aan. En dan zouden we nu ook nog moeten gaan accepteren dat Brussel zich gaat bemoeien met onze bloedeigen landsbegroting, met als bijkomend gevolg dat onze minstens zo bloedeigen Prinsjesdag binnenkort verzet zou moeten worden van september naar mei? De Jager moet hebben beseft dat enige spierballentaal hier op z’n plaats was. Dat hij zijn woorden al de volgende dag nuanceerde, deed daar weinig aan af. De eerste publicitaire klap is nu eenmaal een daalder waard, zeker in verkiezingstijd.


Maar toch: soms zou je willen dat het in Nederland géén verkiezingstijd was. Want het voorstel van Rehn zou dan vermoedelijk heel wat eenvoudiger op z’n ware merites kunnen worden beoordeeld. Hoe die beoordeling dan zou moeten luiden? De waarheid is dat de Europese Unie al heel lang een strikt plan van aanpak heeft inzake de controle op de nationale begrotingen van de lidstaten. Om precies te zijn al sinds 1997, een kleine twee jaar voordat op 1 januari 1999 de Economische en Monetaire Unie (EMU) een feit werd, die toen nog bestond uit elf landen in plaats van de huidige zestien. Het plan waar we het over hebben, is het roemruchte stabiliteitspact, dat voor de economische grootmacht Duitsland een conditio sine qua non was voor toetreding tot de eurozone. De Duitsers waren immers niet van zins hun sterke en bijkans identiteitsbepalende D-mark ‘zomaar’ in te ruilen voor een Europese eenheidsmunt. Een pak spelregels moest garanderen dat de Teutonen onbekommerd hun lage inflatiebeleid konden voortzetten. Vandaar dat het pact bepaalde dat het jaarlijkse begrotingstekort van de lidstaten niet meer dan drie procent van het bruto binnenlands product (bbp) mocht bedragen, en dat de staatsschuld in alle gevallen onder de zestig procent van datzelfde bbp diende te liggen. Wie zich een slechte leerling toonde, kon op de vingers worden getikt door de Raad Economische en Financiële Zaken (EcoFin), lees: de verzamelde bewindslieden van Economische Zaken en/of Financiën van de EU-lidstaten.

Hoe het dan komt dat dit controlemechanisme niet heeft kunnen verhinderen dat Griekenland onlangs compleet kapseisde? In essentie doordat de leer strenger bleek dan het leven. Want Brussel, zo werd duidelijk, kan op papier wel van alles bepalen, maar als de lidstaten de regels met een korreltje zout wensen te nemen, blijft van een unitair economisch beleid in de praktijk bar weinig over. De Grieken waren in dit verband natuurlijk de grootste boosdoeners, maar ook Frankrijk en Duitsland, sinds jaar en dag de motoren achter het Europese eenwordingsproces, toonden zich allerminst zuiver op de graat. Want beide landen pleitten plotseling voor een versoepeling van het stabiliteitspact toen in 2008 de kredietcrisis uitbrak. Op de regels omtrent begrotingstekorten diende maar even wat minder scherp te worden gelet, zo werd opeens gezegd. Geen wonder, want zowel Nicolas Sarkozy als Angela Merkel ontpopten zich in crisistijd als big spenders. Uitgaven werd steeds vaker verkocht als ‘investeringen’, en als die truc zich niet liet toepassen, werd maar gemakshalve beweerd dat bezuinigingen ‘juist nu’ onder geen beding mochten resulteren in het verder afremmen van de economische groei. Dat het vervolgens bij de zwakke broeders in Athene van kwaad tot nog veel erger ging, was allerminst verwonderlijk. Iets plastischer geformuleerd: Griekenland is feitelijk het duivelskind dat dankzij de versoepeling van het stabiliteitspact werd gebaard.


“Alleen als Europa politieke eenheid uitstraalt, komen de financiële markten tot rust en kan aan herstel worden gedacht,” zei Rabo-topman Piet Moerland vorige week in de Leeuwarder Courant. Hij pleitte in dat verband niet alleen voor strikte naleving van het stabiliteitspact (“Het gedoogbeleid moet ten einde komen”), maar betuigde, anders dan De Jager, ook voluit zijn steun aan het voorstel van Rehn om nationale begrotingen voortaan vroegtijdig aan Brussel te tonen. Naast een monetaire eenheid in de euro is in de EU tevens een budgettaire integratie nodig, aldus Moerland, óók als dat resulteert in het uit handen geven van een deel van onze soevereiniteit. “Er is geen keuze. Als landen als Griekenland uit de Europese Unie stappen of gezet worden, kun je niet meer meedoen in een wereld waarin het geopolitieke zwaartepunt verschuift naar Azië. Het zou een historische stap terug zijn.”

Was dat een bancaire oproep om te komen tot een Europese superstaat? Nee, het was vooral common sense, en het zou meer dan wenselijk zijn als dergelijke geluiden na 9 juni ook zouden gaan opklinken uit onze nationale regeringsbank.

Laurens Bouckaert en Mathys van der Harst