Clint 80

Make My Birthday. Clint Eastwood wordt eind deze maand tachtig jaar. Kind van de Grote Depressie. Dirty Harry. Viervoudig Oscarwinnaar. Vrouwengek. Legende. Clint blijkt het allemaal en toch ook weer niet.

Clint Eastwood blijkt de ultieme laatbloeier. Dat beseft hij zelf ook. “Ik wist dat ik als twintiger en dertiger nog niet veel zou bereiken. Er moest eerst nog wat geleefd en beleefd worden.” Clint is bijvoorbeeld alweer 41 als hij in 1971 met Dirty Harry het begin van een legende creëert. Maar eigenlijk kunnen de laatste twintig jaar van zijn zestigjarige carrière worden beschouwd als een magnum opus. Laten we alvast even de administratie doen. In 1993 wint hij – als regisseur – voor Unforgiven zijn eerste Oscar. Deze western toucheert verder nog drie Oscars, onder meer voor Beste Film. Clint is dan 62. Daarna maakt hij als regisseur en acteur nog vijftien films, variërend van In the Line of Fire tot Gran Torino en van The Bridges of Madison County tot Invictus. De meeste van zijn producties in de jaren negentig en nul grossieren bovendien in Academy Award-nominaties. Voor Million Dollar Baby verzilvert hij er in 2004 weer twee, andermaal voor Beste Film en Regisseur. Momenteel is hij (weer als regisseur) zijn 67ste film, Hereafter, aan het afmonteren. Niet gek voor iemand van 31 mei 1930. “Waar andere veteranen na hun zeventigste lifetime-nep-awards krijgen, daar beleefde Clint zijn piek,” zegt Time-journalist Richard Schickel, officieel biograaf en vriend van de filmnestor. “Hij trekt nog steeds massa’s naar de bioscoop. He keeps on rolling. Eigenlijk is hij die gepensioneerde old uncle Fred die nog steeds naar kantoor komt en weigert om zeven dagen in de week te golfen. Dat geeft hem een wauwfactor. Bovendien vertrouwt het publiek hem, omdat hij al zo beroemd is, al zo lang goede films maakt. Dat krediet heeft hij nu.”

Clint Eastwoods oeuvre in een deftig museum. Wie had dat in de stormachtige jaren zeventig kunnen bevroeden, toen hij als de reactionaire rechercheur Harry Callahan de links-hippe elite tartte met vergeldingsmonologen als: “This is a .44 Magnum, the most powerful handgun in the world. It would blow your head clean off. You’ve got to ask yourself one question. Do I feel lucky? Well, do ya, punk?” En natuurlijk deze, wederom met dat beestachtige pistool in de vuist: “Make My Day.” Welnu, vanavond is het zover: filmmaker Clint Eastwood wordt geëerd in het prestigieuze LACMA, het Los Angeles County Museum of Art, als publicitaire aftrap van een bijna volledig cinematografisch retrospectief. Achter een fluwelen koord staan de camera’s keurig op linie om de laureaat op te vangen. Het publiek bestaat, zoals dat immer gaat in de Stad der Engelen, niet alleen uit pafferige filmbobo’s en collega-legendes (zoals Morgan Freeman), maar tevens uit getatoeëerde punkers, tortelende twintigers en filmnerds. Zij hebben in de reguliere verkoop ook easy zo’n prestigieus ticketje kunnen bemachtigen. Want da’s ook weer Hollywood: publiek kan zich altijd opvallend gemakkelijk tussen de sterren mengen. Plots doemt Clint nu vanaf Wilshire Boulevard in de avondwarmte op. De boord van zijn witte overhemd zweeft losjes om zijn nu magere nek. Voor de rest zit hij jaloersmakend strak en fit in het pak. Zijn gebronsde huid is nog steeds strak om zijn hoge jukbeenderen gespannen. Hij heeft op de rode loper de tred van een rijzige veldheer, het vanzelfsprekende charisma van een gevierd staathoofd. Zijn mondhoek houdt hij geamuseerd in een ironische krul. Dat zal de hele avond zo blijven, ook als Eastwood na de feestelijke première van de – teleurstellend brave – documentaire over zijn loopbaan HP/De Tijd vrij exclusief te woord staat.


“Rustiger aan doen? Hoe bedoel je? Met pensioen…” Clint fronst en knijpt met z’n ogen als het P-woord onvermijdelijk wordt aangesneden. “Dat komt niet in mijn woordenboek voor,” klinkt het ferm. “Weet je waarom niet?” Hij laat een beklemmende stilte vallen voordat hij zijn volgende woorden weer zo karakteristiek dominant uitademt. “Mijn vader heeft altijd hard geploeterd, ook tijdens de grote depressie. Maar waar-ie constant aan dacht, is: straks mag ik stoppen met werken.

En toch, een paar jaar na zijn pensionering stierf hij. Ik heb vaak gedacht: als hij nou doorgewerkt had, zou het leven voor hem dan niet langer en leuker zijn geweest? En natuurlijk, ik voel de economische druk niet meer die ik voelde toen ik veertiger was en dacht dat elk project mijn laatste zou kunnen zijn. Maar ik blijf rusteloos. Dan heb ik net bedacht: Okay, let’s hang it up, maar dan zie ik een berichtje in de krant of lees ik een boek dat ik interessant vind. Of ik krijg een script toegestuurd. In elk geval iets dat een mooi verhaal oplevert. En hup, twee weken later ben ik aan het filmen. Mijn carrière is net die tagline van Jaws II. ‘Just when you thought it was safe to go back in the water…’ Trouwens, werken bestaat voor tachtig procent uit op komen dagen, hoor.”

“En dan te bedenken dat hij de meest toevallige acteur ooit is,” zegt Eastwood-chroniqueur Richard Schickel. “Hij werd per ongeluk ontdekt toen hij in LA op college zat. Eigenlijk was het de bedoeling dat Clint iets technisch zou worden. Monteur, of zoiets. Ik denk dat als hij niet in Hollywood had gewerkt, hij nu nog een grote onderhoudsgarage zou hebben. Eentje met een reputatie als de beste van de stad. Een plek waar je auto er beter uit zou komen dan dat hij er inging. Want zo’n man is-ie. Gewoon een regular guy. Het is zeker geen toeval dat veel van zijn films modale Joe Sixpacks als hoofdpersoon hebben.” De meest recente exponent daarvan blijkt uiteraard Walt Kowalski, de gepensioneerde en verbitterde fabrieksarbeider uit Gran Torino, die in zijn verkleurde volkswijk de etnische gangs met een dubbelloops geweer van zijn gazonnetje jaagt. ‘Get off my lawn!’ (en dat dan op zijn Dirty Harry’s uitgesproken). Kortom, is Clint eigenlijk op licht-romantische Johnny Cash-achtige wijze The Last American? Richard peinst even. “Nou ja, hij komt zelf ook uit een lower middle class-familie. De klassieke working class zoals we hem graag zien: serieus, gericht op de familie en geen concessies qua normen en waarden. Clint vertegenwoordigt eigenlijk het beste van het oude Amerika, dus euhm, yes…” Zelf zegt het icoon: “Ik ben geboren in het eerste jaar van de grote depressie. En die periode is met niets te vergelijken. Nee, ook niet met de huidige economische crisis. Het was erger. De mensen waren anders dan nu. Harder. Maar ook niet te beroerd om elkaar te helpen. Vangnetten waren er niet. Het heeft Amerika sterker gemaakt. Die verbetenheid heeft er meteen voor gezorgd dat we de Tweede Wereldoorlog wonnen.”


De armoede maakt Clinton Eastwood Jr. eveneens tot een knokker. Nadat hij als dienstplichtig militair (Eastwood ziet geen enkel front, de actie komt later: in de film) met een transporttoestel in de oceaan is gestort, neemt hij niet lang daarna vlieglessen om zijn angst te overwinnen. Wanneer hij al snel in het begin van zijn filmloopbaan ontdekt dat zijn acteertalent vrij beperkt is, schrijft hij zich subiet in voor uitputtende acteerklasjes die werken volgens de Stanislavski-doctrine, nu beter bekend als method acting. Al zal dat Clints latere regiecompagnon Sergio Leone er overigens niet van weerhouden om vast te stellen dat zijn spaghettiwesternheld slechts twee gezichtsuitdrukkingen kent: een met hoed en een zónder hoed. Richard Schickel verklapt ook dat Eastwood zich ooit extra heeft laten bijscholen in het geven van interviews. “Hij kwam altijd raar en verlegen over. Wat hij echt dacht en vond, kon hij nooit goed overbrengen.” Dat probleem is inmiddels opgelost, blijkt vanavond in het LACMA. Eastwood beschikt hier over een bijna presidentiële uitstraling. Een aura dat hij in de jaren tachtig gedeeltelijk uitbuitte als burgemeester van de Noord-Californische rijkeluis-enclave Carmel, waar hij werd verkozen met een lokale landslide van 72 procent.

Toch, geeft Eastwood nu aan, is politiek niets meer voor hem. “Ik vond het leuk, maar je verliest je ziel als politicus. Je moet zakendoen met mensen die je niet mag en nooit je vrienden zullen worden. Als politicus moet je zoete broodjes bakken met iedereen. Niet mijn stijl.” En waar half Hollywood zich graag politiek profileert – doorgaans vrij progressief – daar zijn Eastwoods standpunten diffuus. Hij afficheert zich als libertijn. Links-en-rechtsschema’s zijn niet op hem van toepassing. Hij is voor abortus, maar ook voor de doodstraf. “Sommige mensen moeten gewoon van deze planeet worden verwijderd.”


Dat klinkt meteen erg Dirty Harry. De reeks die hem transformeerde van acteur naar icoon en hem bovendien die eeuwige law & order-connotatie bezorgde. “Zijn films daarvóór hadden al veel succes en geld opgeleverd”, zegt Richard Schickel. “Maar Dirty Harry duwde hem iets verder – hij werd een superster. En vergeet niet: eigenlijk waren die films begin jaren zeventig counter culture. Het San Francisco van Inspector Callahan leek een hippieparadijs en hé, daar was opeens die keiharde agent, die volkomen schijt had aan de net ingevoerde Miranda Rights. Je weet wel, dat lijstje rechten dat bij een arrestatie wordt voorgelezen. Amerika vond het prachtig. Eindelijk, de good guys wonnen!” Clint: “Zoals veel mensen was ik de bureaucratie, ook bij de politie, zat. Harry schreef zijn eigen wetten. Dat was fantastisch. Het is altijd leuk om personen te spelen die totaal niet op mijzelf lijken. Inderdaad, ik stel er mensen mee teleur, maar ik ben geen Dirty Harry.” Na het commerciële succes van Dirty Harry mag Eastwood van de Warner Brothers Studios op zijn 42ste eindelijk de droom verwezenlijken die hij al sinds zijn debuut in Rawhide koesterde: regisseren. De eersteling is een kleine film: Play Misty For Me. “Ik ben sowieso niet het type dat vierhonderd ruiters over een heuvel laat opdraven,” gromt Clint weer, die zelf met frisse tegenzin de hoofdrol vertolkte omdat hij anders – grinnikt hij – de financiering niet rond kreeg. Het is de opmaat van een imposante filmladder, reikend van het balorige Bronco Billy tot het arty Bird (over zijn held, trompettist Charlie Parker). Hij bouwt zijn cv op vanuit een krap houten kantoortje op het Warner-terrein. Clints Malpaso Productions is er tot op de dag van vandaag gevestigd.


“De filmcritici haatten Clint werkelijk,” aldus biograaf Schickel, die aangeeft dat de herwaardering voor zijn palmares pas begon toen recensenten – begin jaren negentig – Eastwoods werk langzaam begonnen te begrijpen. Volgens Schickel zijn de films van zijn maatje pas ook op het tweede of derde oog briljant. “Bovendien: scènes waarin acteurs zich een beetje verspreken, laat hij vaak met opzet in zijn producties. Dat geeft ze een bepaalde ruigheid en ook authenticiteit. Het echte leven is natuurlijk ook niet gerepeteerd.” Clints status van populistische rouwdouwer is inmiddels opgewaardeerd tot die van een soort Edward Hopper van de Amerikaanse cinematografie. Zeker vanavond in het filmtheater van het LACMA, waar de clipjes van Coogan’s Bluff (de vingeroefening uit 1968 voor Dirty Harry), Kelly’s Heroes en Honky Tonk Man er net zo smeuïg met gejoel en applaus ingaan als Clints meer deftige projecten als Letters from Iwo Jima, White Hunter Black Heart (een van de weinige Clint-flops) en Changeling met Angelina Jolie. “Clint ontfermt zich over een genre en geeft er dan een draai aan,” analyseert Schickel verder. “Unforgiven is eigenlijk geen western, Mystic River geen thriller en Million Dollar Baby ging niet over boksen. Daar draaide het om een surrogaat-vader-dochterrelatie. Net zoals A Perfect World, waarin crimineel Kevin Costner als een vervangvader een jongetje gijzelt. Dat is nog steeds een van mijn favoriete films.” De beschouwing van de Time-recensent lijkt accuraat. Zelf determineert de tachtigjarige meester, terwijl hij zijn meest priemende blik opzet, zijn spaghettitrilogie The Good, The Bad and The Ugly, For a Few Dollars More en A Fistfull of Dollars bijvoorbeeld als ‘pure satire’ en ‘operette met een Kurosawa-inslag’. Iets dat de bioscoopbezoeker er in 1966 bepaald niet achter gezocht zou hebben. “Gelukkig zijn mijn ouders bij elkaar gebleven,” vervolgt Eastwood zijn college. “Maar veel mensen hebben dat niet; die blijven hun hele leven op zoek naar warmte, naar een familie. Zelfs de jongens die hier vijf mijl verderop lid worden van een gang. Allemaal hebben we die behoefte. Daar gaan mijn films vaak over.”


Sinds zijn huwelijk met een 35 jaar jongere tv-presentatrice en de nu 11-jarige dochter die daaruit voorkwam, blijkt Clint ook weer een ouderwetse family man. Bijna al die jaren daarvoor is hij een notoire schuinsmarcheerder. Vanaf de jaren vijftig rolt-ie in huwelijken, verpest ze weer met verhoudingen, die hij vervolgens weer verknalt met ontelbare onenightstands. Tiger Woods is Micky Mouse vergeleken met de viriele Clint. Tegenspeelsters, stewardessen, groupies – geen vrouw is veilig voor deze altijd aantrekkelijke Man der Mannen. Hij laat een spoor achter van echte en onechte kinderen. De officiële teller staat op zeven (bij vijf vrouwen). Zijn meest beruchte ex Sondra Locke (met Clint van 1975 tot 1990) schrijft het van zich af in een ontluisterend boek: The Good, The Bad and The Very Ugly. Na enkele verbeten rechtszaken kost de scheiding Clint zeven miljoen dollar. Tegen de Amerikaanse Esquire biechtte hij onlangs op dat de monogamie, een kunst die hij pas oppikte als 63-jarige, stukken beter voelt. “Ik vind mezelf een stuk aardiger nu. Ik geniet meer respect. Wat dat betreft was ik niet bepaald een snelle leerling. Ik had lang last van hormonen en was lang nogal stom.” De verklaring waarom hij als dekstier vijf decennia langs de starlets van Hollywood denderde, is volgens hem simpel. “Het is net als de Mount Everest. Omdat ze er zijn.” Drugs heeft hij (uiteraard) nooit aangeraakt. “Ik ben de sixties en seventies prima doorgekomen met bier.” Vermoedelijk het recept voor een gezegende seniorendag. De uiterst patent geconserveerde Clint Eastwood, die vanavond wordt bejubeld, heeft zijn critici overleefd, letterlijk en overdrachtelijk. De opperste baas van Warner Brothers memoreert op het spreekgestoelte van het LACMA dat 25 procent van alle Oscars die zijn filmstudio ooit heeft getoucheerd, op Clints conto komen. “People, how cool is he?” Applaus. Clint is vanavond, om een cliché te gebruiken, een icoon. Al ziet hij dat zelf natuurlijk anders. “Het enige dat ik ben, is ouder dan de rest.”


Op zijn landgoed in Carmel, waar hij tevens een duur hotel-restaurant en dito golfbaan uitbaat, blijft hij in de luwte, weg van de Hollywood-bubble, broeden op nieuwe filmprojecten. Richard Schickel: “Zijn working class roots hebben er altijd voor gezorgd dat hij de roem aankon.” Clint over zijn statuur: “Legende? Icoon? Het maakt alleen maar dat ik me plotseling oud voel. En dat ben ik niet.”

Een filmcarrière van meer dan zestig jaar is lastig commercieel te verpakken, maar de dvd-box Clint: 35 years, 35 films komt aardig in de buurt. Hierin zijn alle films die Eastwood maakte onder de paraplu van Warner Brothers op negentien schijfjes samengeperst. Het oeuvre reikt van Where Eagles Dare tot Gran Torino. De Dirty Harry-films ontbreken niet. Toegift is een documentaire van Time-journalist Richard Schickel, die voor z’n brave bijdrage de schoothondjes-approach koos. We zien niets van de mens Eastwood, laat staan zijn turbulente liefdesleven. Zelfs Ivo Niehe of Peter van der Vorst had het beter gedaan. Trouwens (let op: leuk kroegfeitje), bijna had de box ook James Bond-edities bevat. Eastwood is namelijk begin jaren zeventig door de Broccoli-familie serieus benaderd om na Sean Connery de nieuwe 007 te worden. Clint weigerde op majestueuze wijze. “Ik vond dat James Bond Engels moest zijn. En blijven.”

Jan-Henk Zandberg