‘Straks is iedereen getatoeëerd’

Hij tatoeëerde de halve rock-‘n-rollwereld, verzamelt alles wat met tatoeages te maken heeft en liet zichzelf van boven tot onder vol etsen. Onlangs verscheen zijn vuistdikke encyclopedie over het tatoeëren. 51 vrijpostige vragen aan Henk Schiffmacher. ‘Ik ben mijn eigen kerfstok.’

Paul Faber, de curator van het Tropenmuseum in Amsterdam, zegt dat je een omgevallen boekenkast bent.

“Ik houd van rare weetjes. Die heb ik dus ook met genoegen in deze encyclopedie opgenomen. Een gangster die vermoord in een aardbeienveld is gevonden en aan de hand van zijn tatoeages geïdentificeerd is. Dat vind ik mooie verhalen.”

Is dat niet wat triviaal om op te nemen in een encyclopedie?

“O, maar er staat veel meer in, met name historische dingen. Verhalen over missionarissen en lui die ten tijde van Cortés meevoeren op de schepen. Ontzettende jongensboekachtige avonturen, een wereld op zich. En die wordt dan weer mijn wereld als ik erachter kom dat die gasten in aanraking zijn geweest met een vreemde stam die helemaal getatoeëerd was.”

Dat is boeiend, maar tegelijkertijd heb je in het boek tientallen popsterren opgenomen die ergens een tatoeage hebben. Naast die historische stukken is het feit dat Christina Aguilera een tatoeage op haar bil heeft niet zo bijster interessant.

“Ach, dat hoort er ook bij.”

Waarom moest dit boek er komen?

“Tja, dat is net als met een kunstenaar… je broedt erop als een kip op een ei…”

Maar wat wil je ermee zeggen?

“Geen idee. Ik wilde het boeltje gewoon eens op een rijtje hebben.”

Dat klinkt me te vrijblijvend voor een boek dat vijf kilo weegt.

“Oké, oké, er zit wel wat ambitie achter. Ik wilde iets neerzetten. Als ik met het boek een klap op de tafel geef, wil ik dat het een behoorlijke klap is, zowel letterlijk als figuurlijk. En die klap mag best even nagalmen.”

Je schroomt ook niet om in het boek in tamelijk ronkende bewoordingen over jezelf te schrijven. Heb je een monument voor jezelf op willen richten?


“Dat is, in alle onbescheidenheid, volkomen onnodig.” (bulderlach). “Ik ben al een monument. Ik ben een levende legende in de internationale tattoowereld. Laatst vroegen ze of ik een weekje wilde werken in Italië. Dan zit ik vier dagen achter elkaar in iemands tattooshop en staan ze echt voor me in de rij. Die status heb ik al lang.”

Ben je gevoelig voor die status?

“Nou, in Nederland heb ik hem niet. Mijn collega-tatoeëerders roepen al gauw ‘Bluuuuuuh’ als de naam Schiffmacher valt. Mensen laten je hier moeilijk boven de rest uitstijgen. Maar dat moment komt nog wel.”

Het moment waarop de naam Schiffmacher met respect gebezigd wordt?

“Ja. Maar dat gebeurt pas als ik met pensioen ga. Nu zit ik er nog te veel middenin.”

Wil je graag aanbeden worden door je collega’s?

“Dat zal niet snel gebeuren. Dat heeft met de branche te maken. Tatoeëerders vinden zichzelf al gauw heel groot. Vanaf het moment dat ze een paar tatoeages hebben gezet, hangen ze een grote gouden ketting om met hun naam ‘Tattoo zus en me zo’ en steken ze hun kop zo ver mogelijk in hun eigen kont.”

Zijn tatoeëerders zelfgenoegzaam?

“Ja. En snel beledigd. Dan komt er weer zo’n gast in mijn winkel die vraagt: ‘Zeg jij nou eens even wat van mijn werk.’ Als ik vervolgens vertel dat ik bepaalde lijnen niet goed vind, is-ie vol op z’n pik getrapt. Ja, wat wil je dan dat ik zeg? Ik zie soms dingen waarvan ik denk: What the fuck is dit?”

Voorbeelden graag.

“Een getatoeëerde aardappel op iemands arm met daaronder het woord Elvis om te verduidelijken wat het had moeten zijn. En daar mag ik dan niets kritisch over zeggen.”


Hoe komt het dat de branche daar zo onvolwassen in is?

“Omdat het precies is zoals jij zegt: die gasten zijn gewoon niet volwassen. Ik snap het ook wel: de concurrentie is groot, dus moet je je misschien een beetje opblazen. Voor mij was het niet zo moeilijk om te beginnen omdat ik nauwelijks concurrentie had. Er waren misschien vijf andere tatoeëerders; nu zijn het er 750.”

Als je nu tatoeages terugziet uit je beginperiode, schrik je dan?

“Ja, van een paar wel. Maar ik kan in ieder geval zeggen dat ik er altijd naar heb gestreefd om steeds beter te worden en de tattoowereld nog beter te maken.”

Weer zoveel ambitie. Wat heb je echt bereikt in die tattoowereld?

“Waar ik trots op ben, is dat ik de Maori-stijl naar Nederland heb gehaald. Jarenlang mochten de Maori’s niet tatoeëren, ze waren geknecht door de kerk. Op een gegeven moment begonnen ze er toch weer mee, en ik raakte verliefd op het gegeven dat zo’n eeuwenoude traditie opnieuw tot leven kan worden gewekt. Op zo’n moment voel ik me een missionaris die namens het Taticaan…”

Het wat?

“Het Taticaan, hahaha, da’s een goeie hè. Maar ik voel me dus de geroepen man om mee te helpen met de herintroductie van die stijl. Ik had het doodzonde gevonden als dat stuk cultuur was uitgestorven zonder dat we er iets van weten.”

Profileer je jezelf nu als de grote cultuurbeschermer?

“Ik vind dat wel belangrijk, ja. We hebben hier in Nederland allemaal aan den lijve kunnen ondervinden dat een volk dat zijn cultuur kwijt is problemen gaat opleveren. Kijk naar de Berbers. Als je niet weet wie je bent, kom je in de shit. Daarom wil ik ook een museum oprichten. Als je obscure stukken uit een cultuur bewaart, zoals tatoeages, dan is dat ernstig in het voordeel van de maatschappij. Dat is hetgeen ik beoog met dat museum.”


Je gaat er helemaal formeel van praten.

“O sorry, hahaha.”

Je hebt al eens een tattoomuseum gehad.

“Ja, maar dat zat op de Wallen, in het seks-, drugs- en rock-‘n-rollcircuit. Nu komen we op de Plantage Middenlaan te zitten, naast het Zoölogisch Instituut, tegenover Artis, bij de Hortus, de Hermitage en het Verzetsmuseum.”

Snap je dat ik dat geestig vind?

“Natuurlijk. Dat is toch geweldig!”

Veel salonfähiger kun je niet worden.

“Nou, dat valt ook wel weer mee, hoor. Om het financieel mogelijk te maken, werken we met een BV die ‘Partners aan het werk’ heet. Zij herintroduceren mensen in de maatschappij die met de reclassering in aanraking zijn geweest. Maar ook mensen die juist weer slachtoffer zijn geweest en daar hulp bij hebben gehad, en verder gasten uit de drank- en drugsscene. Dus straks zit de moordenaar bij ons op één hoog en het slachtoffer op twee hoog, hahaha.”

Je hebt een enorme verzamelwoede, hè.

“Ja. En zo meteen marcheer ik met al mijn rommel naar dat museum en stal ik het daar. Ik moet het alleen advocatuurtechnisch nog effe goed regelen allemaal, zodat de erfenis van mijn kinderen netjes vaststaat en zo. Ik heb geen cent gespaard, heb al mijn geld in spullen en rotzooi gestopt. Ik heb nog nooit van mijn leven over een pensioen nagedacht. Maar van de entreekaartjes krijg ik straks een groot percentage en dat ga ik gebruiken om de collectie uit te breiden. Ik heb nu alweer mijn oog op van alles laten vallen.”

Wat zou je nog heel graag willen hebben?

“Een volledig mens.”

Sorry?

“Ja, ik heb er nu zo goed als mijn klauwen al in gezet: een hele getatoeëerde mensenhuid. Die komt uit een Japanse verzameling vandaan. Helemaal plat als een schildersdoek. Het is net de Nachtwacht.”


Wat moet dat kosten?

“Het is niet zo handig om dat te zeggen, want ik onderhandel nog. Maar eigenlijk is het een koopje.”

Moet ik aan tonnen denken? Aan miljoenen?

“Nee nee, niet eens aan tonnen. Het is een typisch geval van wat de gek ervoor geeft.”

En gelukkig voor jou wil niet iedereen een getatoeëerde Japanner boven zijn schouw hangen.

“Precies. Maar ik wel. Ik krijg soms trouwens de gekste aanbiedingen. Ik ontving een mailtje van een man die zijn been nogal gecompliceerd had gebroken, waarna het afgezet moest worden. Er stond een draak op getatoeëerd, dus die man vraagt aan mij: ‘Wil jij dat been hebben?'”

En wat zeg jij dan?

“Ja natuurlijk! Graag! Maar zijn chirurg explodeerde echt toen we hem vroegen of het mocht. ‘Ik werk niet voor een rariteitenkabinet!’ riep-ie.”

Dat vind ik niet zo’n vreemde reactie.

“Echt niet? Ach, misschien moet je dat soort dingen gewoon wat beter voorbereiden. Ik ben nu met een groepje bezig om een donorcodicil te ontwikkelen waarin mensen afstand doen van een bepaald stukje huid als ze dood zijn.”

Dus iemand kan vastleggen: “Als ik dood ben, mag mijn bil naar Schiffmacher.”

“Ja. Of zijn hand, of zijn onderarm of zijn hele piemelemoos. Maar dan moet er wel wat interessants op staan, hè.”

Je hebt een voorliefde voor rariteiten, maar eigenlijk zijn tatoeages dat allang niet meer. Als ik op het strand lig, zie ik meer mensen met dan zonder tatoeage.

“Het schijnt dat dertig procent van de jongeren getatoeëerd is, ja.”

Is dat niet een beetje jammer? Al die dolfijntjes en Mickey Mousejes. Eigenlijk zijn die gewoon heel truttig.


“Ja, maar anderen laten echt iets aparts doen, dat zie je ook steeds meer. Overigens zijn mensen nog niet altijd perfect geïnformeerd. Je hebt nu van die populaire tattoos uit Polynesië. Krijg ik een briefje van iemand met de tekst: ‘Geachte meneer, ik zou weleens willen weten wat het kost om mijn hele arm in het Polinaisisch te laten tatoeëren.'” (grijns) “Alsof het een Pools product is waarbij je allemaal achter elkaar loopt. Maar goed, ik vind het leuk dat men probeert iets bijzonders te nemen.”

Ja, maar dat geldt dus niet voor die hordes mensen met allemaal een eendere tribal boven hun bilnaad.

“Nee, maar dat verandert nog wel. Straks is iedereen getatoeëerd, daar ben ik van overtuigd. En dan wordt de tatoeage een manier om je identiteit te onderstrepen. Als Zuid-Molukker zet je een Zuid-Molukse tatoeage, als Hawaïaan een Hawaïaanse. Die kant zou het op moeten gaan. Het is natuurlijk hartstikke geinig dat we die Borneo-tattoos allemaal zo leuk vinden, maar er lopen inmiddels meer koppensnellers in Amsterdam rond dan je er in Borneo hebt.”

Mensen zijn nu eenmaal schrikbarend weinig inventief.

“Tatoeëerders moeten vooral inventiever zijn. En er meer verstand van hebben. Als een kerel een Maori-kin-tatoeage wil, kan-ie die gewoon krijgen. Terwijl zo’n kin-tatoeage bij de Maori alleen voor vrouwen is. Bovendien zijn ze persoonlijk. Dus wanneer jij die als tatoeëerder uit een boekje kopieert, pik je iemands grootmoeders tatoeage. Als zo’n gast met zijn tattoo denkt dat-ie wat leuks heeft en in Nieuw- Zeeland komt, heeft-ie echt een probleem. Die lui daar zijn heel groot, die stompen je zo terug naar Nederland.”


Zijn er dingen die jij weigert te tatoeëren?

“Wij hebben al jarenlang de policy dat we geen nazispul doen. Dat maakt ons leven een stuk makkelijker. En als iemand met een ontwerp komt dat ik echt spuuglelijk vind, doe ik het evenmin. Je kunt een banketbakker ook niet met een hoop stront laten kleien. Ooit vroeg een Amerikaanse tatoooist of ik wat bij hem wilde tatoeëren, iets wat ‘right up my alley’ was. Bleek het een fluffy roze konijntje te zijn. Ja daaaag. Ik ben niet goed met vlinders, konijntjes, dwergjes en elfjes. Als je nou een elfje wil hebben dat tegen een boom staat te pissen, ja. Maar anders echt niet. En tot slot doe ik geen tatoeages op geslachtsdelen. Als iemand iets op zijn lul wil hebben, zeg ik: ‘Sorry, we doen hier niet aan miniatuurwerk.'”

Wat is dat opeens voor preutsigheid?

“Hou op zeg. Dan zit ik daar met zo’n ding in m’n handen en moet ik ook nog eens proberen er iets op te zetten… Een piemel is geen prettig stuk om op te tatoeëren. Tenzij het echt een kinderarmpie is.”

Kun je zeggen: toon mij uw tatoeage en ik zeg u wie u bent?

“Ja, de tatoeage is een spiegel van je geest. Als jij een zooitje rotzooi op je flikker hebt, zegt dat wat over je, net als dat een mooi en zorgvuldig getatoeëerd lijf ook veelzeggend is.”

Wat zeggen de tatoeages die jij zelf hebt over jou?

“Dat is een bijeengeraapt zooitje. Ik hecht erg aan de ervaring van het tatoeëren, dus ik heb ze op de gekste momenten laten zetten. Dit is in een hut in Tahiti gedaan, dit aan het strand in Samoa, dit is Moskou, dit heeft mijn dochter gezet toen ze drie was, die is in Bristol door een blinde man gemaakt, deze is van Urk…”


Urk?

“Ja, daar was ik een keertje, dus toen heb ik een tattoo laten zetten met het woord Urk. Mooi toch? Urk. Urk. Al met al ben ik mijn eigen kerfstok.”

Waar gaat die kerfstok heen als jij doodgaat?

“Naar het museum. Sommige stukken althans, niet alles. In elk geval wel mijn rechterhand. Mijn hele hand welteverstaan. Lijkt me mooi.”

Is er nog een tatoeage die je zelf graag zou willen?

“Het mooiste zou ik een Maori-gezichts-tatoeage vinden, hierzo, rond mijn ogen. Maar daarmee maak je van jezelf wel een erge outcast.”

Kan jou dat wat schelen?

“Nou, je moet een bepaalde kracht hebben om zo’n tatoeage te dragen.”

En die heb je niet?

“Dat weet ik niet. Maar als je die niet hebt, word je met je tatoeëerde gezicht aangezien voor een dronken idioot. Er zijn zat mensen die een gezichtstatoeage niet begrijpen en je daardoor niet meer juist zullen bejegenen.”

Kom op, je ziet er nu ook niet uit als Jan Modaal. Je hebt gouden voortanden, gouden oorringen, je zit onder de tattoos, hebt Urk op je onderarm staan. En dan zo bescheten doen over een tekeningetje in je gezicht?

“Ik word nu nog elk jaar door het Prins Clausfonds uitgenodigd voor bijeenkomsten waar de koningin ook is. Dat kan niet met zo’n tattoo.”

Kick je erop om door de koningin uitgenodigd te worden?

“Natuurlijk is dat leuk.”

Toch weer die zucht naar erkenning.

“Het was vroeger ondenkbaar dat mijn obscure beroep zo geaccepteerd zou worden. Vroeger deden tatoeëerders alleen maar zeelui, criminelen en hoeren. Niets dan goeds over deze drie bedrijfstakken overigens, want die zijn de basis van ons bestaan. Je kon vroeger niets beters doen dan hoeren tatoeëren, want dan werd je werk tenminste gezien, hahaha.”


Over criminelen gesproken: toen Karst Tates tegen de Naald was op geknald, werd jij door een paar rechercheurs met een bezoekje vereerd.

“Ja, dat was raar. Die man had een paar tattoos maar ook een briefje bij zich met allerlei vreemde tekens erop, een beetje vrijmetselarijachtig. Alsof hij een eigen geheimschriftje gemaakt had. Geweldig fascinerend. Maar ik kon er ook geen chocola van maken.”

Komt de politie vaker bij je langs?

“Zeker. In de jaren tachtig al. Toen was er een lijk gevonden in een kraakpand dat al acht jaar dichtgespijkerd was. Dat lijk zat in een matras gerold waar een tuinslang omheen was gebonden en het was inmiddels half gemummificeerd. De toenmalige patholoog anatoom, meneer Zeldenrust, geweldige naam trouwens, had de Black & Decker in dat lijk gezet en er een paar stukken met tatoeages uit gezaagd. Dus toen kwam-ie met een rib en een stuk borst in een schoenendoos bij me aanzetten. Die tatoeages bleken Duits te zijn, dus toen wisten ze in elk geval dat het een Duitser was. Ik heb hemel en aarde bewogen om daarna die schoenendoos met die verkleurde stukken kroepoek te mogen houden, maar helaas.”

Je bent dyslectisch. Knap onhandig voor een tatoeëerder.

“Daarom laat ik mensen altijd alles wat ze getatoeëerd willen zien eerst zelf op een papiertje schrijven. Alles. Al heet iemand Jan, dan laat ik hem nog eerst J-A-N opschrijven. Als hij het dan zelf niet goed spelt, kan ik het ook niet helpen. Dat geldt ook voor mensen die iets met Chinese tekens willen. Die moeten zelf checken of er echt het goede staat. Het gaat weleens mis. In Engeland loopt een meisje rond dat dacht dat ze ‘kracht’ in het Chinees op haar buik had laten tatoeëren. Er stond ‘supermarkt’. En in Amerika is ooit een fascist gearresteerd en die had ‘Hi Hitler’ op zijn arm staan. Hij dacht dat dat was wat de Duitsers zeiden als ze Hitler met Heil Hitler begroetten. Hiiiii Hitler, hahahaha.”


Nu wil ik ook een blunder van jou horen.

“Ik heb eens Mokkum op iemand gezet, in plaats van Mokum. En ook een keer skinhaed. Had ik de a en de e omgewisseld. Maar dat stond op die gozer z’n achterhoofd, dus dat zag-ie toch niet.”

Beschouw je jezelf als kunstenaar?

“Ik maak in ieder geval zo nu en dan een statement. Toen Balkenende wilde dat het Wilhelmus voor hem gespeeld zou worden en de majesteit zei: ‘Nee, het Wilhelmus is van mij,’ heb ik op zeventig mensen één woord van het Wilhelmus getatoeëerd. Zo heb ik het Wilhelmus weer terug aan het volk willen geven. Of je dat kunst moet noemen, weet ik niet. Maar dat ik wat te zeggen heb, ja, dat moge inmiddels duidelijk zijn.”

Henk Schiffmachter: Encyclopedia for the Art and History of Tattooing. Dutch Media. €59,90. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Naam: Henk Schiffmacher

Geboren: Harderwijk, 22 maart 1952

Carrière: Van jongs af aan is Schiffmacher geïnteresseerd in tekenen. In eerste instantie wil hij dan ook kunstschilder worden. Begin jaren zeventig studeert hij een blauwe maandag aan de Reclame School REX in Amsterdam. Hij werkt een tijdje als etaleur bij de Bijenkorf en legt zich vervolgens toe op de fotografie. Hij raakt steeds meer geïnteresseerd in tatoeages, laat er zelf enkele zetten en uiteindelijk opent hij zijn eigen tattooshop. In de loop van de jaren tatoeëert hij tal van bekende mensen onder wie de Red Hot Chili Peppers, Pearl Jam, Kurt Cobain en Herman Brood. Hij heeft diverse boeken over tatoeëren geschreven, waaronder het goed verkochte Heet van de naald.

Onlangs verscheen van zijn hand de Encyclopedia for the Art and History of Tattooing.

Roos Schlikker