Interview met Katie Melua

Of je haar nu haat of bewondert, het fenomeen Katie Melua kan de afgelopen jaren aan niemand zijn voorbijgegaan. Maar voor wie dacht dat de Engelse zangeres van Georgische afkomst niet meer was dan een zoetgevooisd modepopje dat braaf deed wat producer Mike Batt haar influisterde, is er verrassend nieuws. Melua bewijst op haar nieuwe plaat, The House, dat ze heel wat in haar mars heeft

De zwarte haute-couture-creatie ziet er zó smetteloos nieuw uit, dat het vermoeden rijst dat hij een paar uur eerder nog in het atelier van een toonaangevende modekoning hing. Het 25-jarige meisje dat zich behaaglijk in dit peperdure onderkomen heeft genesteld, lijkt op haar beurt net van een bezoek aan de schoonheidsspecialiste te zijn gekomen. Geen haartje verkeerd, geen rimpel in haar gezicht. Maar zelfs zonder al die poespas zou Katie Melua nog een oogverblindende natural beauty zijn geweest. Verder is Melua wars van sterallures en is zij het schoolvoorbeeld van hoe je als een grote ster toch volstrekt normaal kunt blijven.

Is je breuk met songwriter, producer, platenbaas en Mike Batt definitief?
“Nee, dat is een misverstand. Mike Batt en ik hebben op een gegeven moment samen besloten dat we wat onze samenwerking betreft even op de pauzeknop zouden drukken. Het moment was voor mij aangebroken om met andere producers te gaan werken. Maar een breuk is onzin: mijn nieuwe plaat komt gewoon op zijn label uit en hij is nog steeds mijn manager. En hij is ook bij dit album betrokken geweest, alleen op een andere manier. Als ik het even niet meer zag zitten, belde ik hem op en dan zette hij me weer op de goede weg. Dan wees hij me op de verschillende opties die er waren en maakte ik de juiste keuze. Mike schreef ook de arrangementen voor de strijkers, en hij is de executive producer van dit album. The House is mijn vierde album, dus het werd eens tijd voor iets anders.”

Wat heb je van Mike geleerd en hoe komt dat terug op dit album?
“Ik heb heel veel van hem geleerd. Waar ik misschien nog het meeste van heb meegenomen, is zijn obsessie voor het schrijven van teksten. Ik heb voor deze plaat met veel tekstschrijvers gewerkt, maar Mike is echt een perfectionist wat tekst betreft. Hij heeft fantastische manieren om een boodschap over te brengen. En dan weet hij ook nog de indruk te wekken dat hem dat allemaal moeiteloos afgaat. Hij bouwt als het ware complete steden met woorden, en toch klinkt het allemaal heel organisch. Verder ken ik niemand die zó hard werkt als hij. Dus van hem heb ik ook geleerd om hard te werken. Hij kan zichzelf nooit eens even ‘uitzetten’, terwijl het toch heel goed is om dat af en toe even te doen. En andere dingen die ik van hem heb geleerd, beginnen eigenlijk nog maar net tot me door te dringen. Vaak gaat het allemaal ook niet zo bewust. Soms, als ik zit te schrijven of te componeren, dan dienen de dingen die ik van hem heb geleerd zich min of meer vanzelf aan. Op andere momenten is het alsof ik zijn stem in mijn hoofd hoor, dingen die hij gezegd zou hebben als hij naast me had gezeten. Mensen hebben dat vaak nadat hun mentor is overleden.Maar gelukkig is Mike er nog en kan ik gewoon naar hem toegaan als dat nodig is.”

Lees de rest van het artikel in HP/De Tijd van deze week

 

Ruud Meijer