Debutant Philip Huff

Toen hij chauffeerde voor Martin Bril adviseerde die hem een kort verhaal op te sturen naar een literair tijdschrift. Nu is Dagen van gras van debutant Philip Huff aan zijn vierde druk toe. ‘Ik schrijf niet om te bereiken dat mensen mijn vriendin vragen of ze zo graag in haar reet wordt geneukt’.

Philip Huff gooide zijn boek Dagen van Gras niet zomaar in de literaire vijver, hij creëerde voor  zijn hoofdpersoon een identiteit op Facebook en Twitter. Dat hielp. “Om als debutant op te vallen en een personage tot leven te wekken heb je niet meer nodig dan een Facebookpagina met een paar voorkeuren.” Deze gratis publiciteit werkte beter dan een goede recensie in NRC Handelsblad – die hem óók ten deel viel.
De titel van zijn verhalenbundel leende de oud-student filosofie en geschiedenis van muzikant Spinvis na wat shuffelen door zijn Ipod. Want lenen is geen stelen. “Soms zit ik gewoon te wachten tot ik iets kan stelen. Je hoort een zin op straat of in de tram en dat is het begin van een verhaal. Ik voel dan dat ik die persoon ben. Of ik nou een jong ventje ben of een pedoseksueel, ik vertel dat verhaal uit mezelf. Dat klinkt zweverig – uit mezelf? Wat lul ik nou? – maar zo werkt het wel.”
Philip Huff zit naast zijn boekenkast en dat komt goed uit. Bij bijna ieder antwoord pakt hij een boek uit de kast om zijn antwoord te illustreren. Literaire meesterwerken staan op ooghoogte, biografieën onderaan in de kast en Heleen van Royen ligt verstopt achter de rijen.
Het debuut van de 25-jarige schrijver werd al een stuk of tweeduizend keer verkocht. Hoofdpersoon Ben van Deventer is achttien en houdt van gitaarspelen, schaken en blowen. Zijn beste vriendje Tom is in alles net iets stoerder dan hij. Ben is net ontslagen uit een kliniek, waar hij gedwongen opgenomen was vanwege een psychose, en neemt een boek lang de tijd om terug te kijken op zijn leven.

Lees de rest van het artikel in HP/De Tijd van deze week

Veerle Corstens