Kleding met een message

Kledinglabel Pimpalicious Living spoort je aan je dromen na te jagen en risico’s te nemen. Ontwerper Pieter Ceizer: ‘Ik wil niet preachen, maar te veel jongeren lijden aan keuzestress en gemakzucht.’

KRO-presentator Arie Boomsma draagt ze. BNN-presentator Valerio Zeno loopt er in rond. En ook Jasper Schuilinga, de held die op Tweede Kerstdag in de VS een vliegtuigaanslag wist te voorkomen, draagt zijn T-shirts. Het begon allemaal in 2005 met een paar T-shirts die Pieter Ceizer had laten bedrukken met zijn eigen typografische ontwerp. Al snel waren ze uitverkocht. Hij maakte een nieuw ontwerp en ook die shirts liepen als een trein. Nu kan Ceizer rondkomen van de ontwerpen van zijn eigen kledinglabel Pimpalicous Living. Vijftig exclusieve streetwearwinkels, waarvan vijftien in het buitenland, verkopen zijn merk. Behalve T-shirts maakt Ceizer schoenen, jassen, petten en overhemden. Gemiddeld verkoopt hij zo’n tienduizend items per jaar.

Zijn ontwerpen bestaan uit letters, typografische composities met motiverende, positieve teksten en snelle rijmpjes, zoals Too great to hate, Living good like I should, Chase your dreams, I got the skill to make my dreams real, Kooler than a Polarbear’s toenail, If you can see it you can be it en You need fire and desire.

“Typofunk” noemt hij het zelf. Hij raakte geïnspireerd door de muziek en platenhoezen van de jaren zestig en zeventig. “Soul, funk, Jimi Hendrix en de psychedelische festivalaffiches uit die tijd.” Hij probeerde diezelfde muziek en sfeer weer te geven, maar dan in letters.

Naast eigenaar van het kledinglabel Pimpalicious is Ceizer grafisch kunstenaar. Zijn laatste expositie TYPOFUNK Vol. 3 was onder andere te bezichtigen in Parijs. “Pimpalicious is een medium voor mij, maar ikzelf kan in alle vormen en kleuren terugkomen. Ik kan bij wijze van spreken gaan filmen, muziek maken of directeur van iets anders worden. Ik sta boven mijn merk.” De confettigeneratie wordt volgens hem gekarakteriseerd door keuzestress, gemakzucht en multimedia.


Al zijn teksten hebben een positieve boodschap. “Jongeren hebben tegenwoordig te maken met een overvloed aan keuzes. Niet alleen als consument, maar ook als mens in kwesties als werk, leren en leven. Het is daardoor moeilijk om in deze tijd een focus te hebben. Ik wil dat mensen weer dicht bij zichzelf blijven, in zichzelf geloven en hun dromen volgen. Dat wat ik zelf wil en zoek, verwerk ik in een ontwerp. Door middel van mijn kleding geven anderen mijn idee weer door en op die manier verwezenlijk ik mijn eigen droom.” Hij vindt dat veel jongeren hun keuzes baseren op angst. “Mensen nemen geen risico’s meer. Ze nemen een rotbaan omdat ze anders bang zijn geen geld te hebben of kiezen voor een studie die ze eigenlijk niet leuk vinden. Ze zijn daarin ook wel gemakzuchtig, want veel jongeren kiezen vaak voor de gemakkelijke weg. Ik probeer te laten zien dat er ook veel mogelijkheden zijn voor mensen die voor zichzelf kiezen. Dat gebeurt nu ook langzaam maar zeker. Het individualisme komt weer terug. En dat is goed, want dit individualisme staat voor in jezelf geloven, iets ondernemen en het verschil maken.

Zijn eigen ‘focus’ kreeg hij toen hij als elfjarig jongetje gefascineerd raakte door graffititeksten rondom het Museumplein in Amsterdam. Al snel ging hij zelf met een spuitbus op pad. “Graffiti is misschien niet de meest esthetische vorm van kunst, maar wel een van de puurste vormen. Je doet het namelijk voor jezelf: waar je wilt, hoe groot je wilt en wanneer je wilt. Dus dat is heel individualistisch en een heel pure vorm van iets doen. En het gaat hierbij niet om geld. Het kost juist geld en risico. Het levert dus niets op, behalve de kick en de interactie.” Hij ondertekende zijn graffititeksten met Ceiz en zo ontwierp hij zijn eigen bijnaam. Zijn artiestennaam is sindsdien Pieter Ceizer. Na het Ignatiusgymnasium in Amsterdam, ging Ceizer naar de Hogeschool voor de Kunsten. Eerst in Utrecht, daarna in Den Haag. Drie jaar later hield hij het voor gezien. De nadruk van de opleiding lag te veel op oriëntatie terwijl hij al wist wat hij wilde. Hij was toen al begonnen zijn kledinglabel via de website www.pimpalicious.com op te zetten.


Zijn boodschap van hoop en verbetering spreekt aan. Een diverse groep jongeren tussen de 15 en 35 jaar koopt Ceizers kleding. “Van corpsballen tot Antilianen met gouden tanden en van Chinezen tot Indo’s.” En niet alleen in Nederland. Sinds kort verkopen ook winkels in Hongkong, Cyprus, Zuid-Afrika, Duitsland, België en Turkije zijn merk. Iedereen interpreteert Ceizers teksten op een eigen manier. De een vindt het stoer door het woord pimp, de ander ziet Pimpalicious als iets nieuws en verfrissends. “Ik wil ook niet preachen, sommige mensen mogen ook niets bij mijn teksten denken. Het moet wel luchtig en humoristisch blijven. Uiteindelijk is alles een reflectie van tijd en omgeving. Het is niet zo dat ik mensen wil omlullen. Als mensen niet de wil hebben om hun leven te veranderen, dan hoeft het niet. Ik begrijp ook wel dat je niet tegen elke kantoorlul kunt zeggen dat hij iets voor zichzelf moet gaan beginnen, een eigen persoon moet worden, iets moet ondernemen en het verschil moet maken. Maar als iemand iets van dit voelt, dan hoop ik dat diegene echt doorzet.”

Ceizer twittert, blogt en zit op Facebook. “De nieuwe media bieden ongekend veel mogelijkheden om mensen te bereiken. Eerder had ik bij wijze van spreken brieven moeten sturen om iets te regelen.” Maar Ceizer denkt dat de vrijheid van de multimedia eindig is. “Wij kunnen nog vijf à tien jaar de vruchten van internet plukken. Dan wordt het aan banden gelegd en kun je niet oneindig meer alles downloaden en posten. Commerciële bedrijven zijn nu nog niet creatief genoeg bezig om de nieuwe media voor hun eigen doeleinden te gebruiken. Maar over een paar jaar kun je internet niet meer op zonder dat je tot over je oren in de onderliggende boodschappen zit. Dan zal de lol er wel een beetje af zijn en moet er weer iets nieuws komen waar we onze ideeën kunnen spuien.”


Zijn kleding is 100 procent Fair Trade. “Natuurlijk denk ik na over waar mijn spullen gemaakt worden en dat er geen kinderen bij betrokken zijn. Maar aan de andere kant vind ik dat Fair Trade ook wordt misbruikt doordat er nu een soort hype van is gemaakt. Dat is net zoiets als met groene stroom. Het wordt neergezet alsof het iets goeds is, maar groene stroom is alleen maar íets minder slecht dan slecht. Het is niet beter, want je kunt nog steeds alle lichten de hele dag aan laten staan. Het is en blijft verspilling.” Met politiek houdt hij zich niet bezig. Hij stemt wel. “Maar het maakt verder toch niet zo veel uit. Ik las een keer een krakerstekst waar stond: ‘Als stemmen echt iets zou uitmaken, zou het allang verboden zijn.’ Ik denk dat die krakers daar wel gelijk in hebben, want als het erop aankomt, doen politici toch wat ze zelf willen.” Over de multiculturele samenleving zegt hij dat alles gaat samensmelten. “Over een paar generaties is het hele integratiedebat een non-issue. Wij kijken al minder naar de verschillen dan onze ouders. Onze kinderen en kleinkinderen zullen die niet eens meer zien.”

De babyboomgeneratie noemt hij ‘vet cool’. “Die generatie heeft echt iets neergezet en heeft de wegen voor ons vrijgemaakt. Dat komt misschien ook door die tijd. Inmiddels zijn ze dat wat ze zelf hebben veranderd, kwijtgeraakt. Want het zijn nu natuurlijk allemaal conservatieve lullen geworden. Maar ja, zo gaat dat met elke generatie. Een idealistische geest is per definitie een jonge geest. Hoe ouder mensen worden, hoe minder positief en hoe minder de wil er is om dingen te veranderen. Dat is ook het enige wat me niet leuk lijkt aan ouder worden.”

Laura de Jong