‘Onze cultuur wordt oppervlakkig’

De jonge generatie zoekt geen verdieping meer. Zappen is troef, ook in de cultuur. Daar hoeft de gevestigde orde niet om te huilen, stelt de Italiaanse romancier Alessandro Baricco (1958) in zijn essaybundel De barbaren: elke periode creëert zijn eigen cultuur. ‘Beethoven werd in het begin ook verguisd.’

U noemt veranderingen in de cultuurbeleving ‘mutaties’, en degenen die ze veroorzaken ‘barbaren’. Waarom is deze mutatie zo anders dan bijvoorbeeld die in de jaren zestig en zeventig?

“Sinds een jaar of vijftien is een duidelijke verandering gaande in westerse beschavingen. Vooral jongeren die geboren zijn in het digitale tijdperk versnellen deze mutatie, omdat hun hersens bijna werken zoals de technologie die ze gebruiken. Hierdoor zal alles veranderen. “

Veranderde de technologie de mens of andersom?

“Moeilijk te zeggen. Soms denk ik dat de technologie een gevolg is van de verandering. De jongeren die in 1997 Google hebben uitgevonden (oprichters Sergey Brin en Larry Page waren toen 24 – red.) kwamen uit families van wetenschappers. Die kwamen dagelijks met de digitale wereld in aanraking. De zoekmachine die ze uitvonden, volgde dus al hun manier van denken en werken. Internet, Google, YouTube, down- loads: allemaal gevolgen van een mutatie die zich al had voltrokken in jonge mensen.

Maar die voortschrijdende technologie heeft dat proces natuurlijk wel versneld.

Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw werd steeds duidelijker dat er echt dingen veranderen. Maar het gaat in fases. Het is goed mogelijk dat de mutatie al eerder geboren werd in de hoofden van mensen.”

Wat zorgde al eerder voor die verandering? De televisie?

“Ja, maar pas toen er veel zenders kwamen en veel mensen er een hadden. Vooral de globalisering en de gevolgen daarvan op ons consumptiepatroon zijn belangrijk geweest. Vanaf de jaren tachtig kregen steeds meer mensen toegang tot dingen die daarvoor voor hen gesloten waren. Dat gebeurde ook via de televisie. Mensen leerden door de televisie de toneel- en boekenwereld kennen, die voorheen nogal ommuurd waren. Toen ik tien was, gingen we eens in de week met het hele gezin naar de bioscoop. Dat was echt iets! En er waren kleine boekwinkeltjes waar je de man achter de toonbank kende en met wie je dan, soms verplicht, een praatje maakte. Door de mondialisering zijn er steeds meer grote boekenflats gekomen en moet je wel tien keer per week naar de bioscoop om alle films die uitkomen te zien. En internet heeft alles definitief ontsloten.”


In uw eigen werk zijn ook veel barbaarse elementen aanwezig. Uw boeken zijn vaak fragmentarisch, filmisch, zelfs melodieus. “Toen ik de artikelen in dit boek aan het schrijven was, zag ik die elementen ook in mijn eigen boeken terug. Eerder was me dat niet opgevallen. Een van de redenen voor het succes van mijn boeken is het eigentijdse idee ervan: niet al te literair. Er is bijvoorbeeld niet één schrijfstijl in mijn boeken, er zijn er vele. Eigenlijk maak je in mijn boeken reizen die niet zoveel afwijken van een reis op internet. Naar aanleiding van een idee, een vraag, ga je op zoek naar bijvoorbeeld Don Juan of schone kunsten, en kom je langs plekken met volledig andere wetten en regels. Dat vinden jongeren prettig. Ze vinden het lastig om te verblijven in het nogal gesloten literaire werk. In mijn boeken beweeg je meer en is er een grote snelheid in de zinnen. De traditionele literatuur is natuurlijk prachtig elegant, maar hij is ook langzaam. Met mijn manier verlies je een beetje elegantie en literaire hoogdravendheid, maar er gaat wel meer kracht van uit.”

De barbaren is dus een soort gebruiksaanwijzing voor uw werk.

“Ja, maar dat wist ik nog niet toen ik eraan begon. Ik wilde de verandering die ik zag beschrijven, omdat ik hem begreep en hij iets betekende voor de mensen voor wie ik schrijf. Het was dus ook een uitleg over de manier waarop mijn boeken zijn opgebouwd. Het was interessant om een relatie vast te stellen tussen wat ik zag in de wereld en wat ik gedaan had in mijn boeken.”

Denkt u dat de barbaren zichzelf ook zien als cultuurveranderaars?

“Nee. Maar dat is niet omdat ze dom zijn. Ze zijn niet dom, ze zijn gewoon zo. Ik denk wel dat ze een bepaalde afstand voelen tussen zichzelf en de oude cultuur. Maar ze kunnen die niet verklaren. Ze leven gewoon in hun eigen beschaving, dat is alles. Voor mijn generatie is de verandering veel duidelijker. We hebben gezien wat er was, en zien wat er nu is. Wij zien de beweging.”


Bent u niet bang dat er prachtige dingen verloren gaan?

“Natuurlijk. We zijn dingen aan het verliezen die erg belangrijk voor ons waren. Dingen die we met veel passie beleefd hebben en die volgens ons op een zeer waardige manier schoonheid creëerden. Toch brengen we ook nieuwe schoonheid voort.”

Kunt u daar een voorbeeld van geven?

“Verbintenissen. We verbinden het ene met het andere, waardoor dingen een uitgebreidere, ruimere betekenis krijgen. Als een musicoloog de Negende Symfonie van Beethoven kan ontcijferen en alleen maar dat doet, is dat nogal beperkt. Daarom luisteren jongeren niet graag naar musicologen. Als je daarentegen de Negende van Beethoven kunt verbinden met film, popmuziek en stripboeken, is de schoonheid daarvan veel sterker.”

U heeft ook een film gemaakt, Lecture 21.

Daarin verbindt u de Negende van Beethoven met een sprookjesachtige wereld.

“Ik heb het ook met de Ilias van Homerus gedaan. Ik probeer die werken te vertalen naar vandaag, maar zonder de essentie ervan te verliezen. Anders is het gewoon een vertaling om het begrijpelijker te maken, en dat is niet de bedoeling. Je moet proberen te zien wat er nog leeft in zoiets, wat vandaag nog van belang is. Een soort evolutie is het. Dat is ook al eerder gebeurd. In de Romantiek werden middeleeuwse legendes bijvoorbeeld gebruikt om van die personages Romantische personages te maken. Dat is natuurlijk absurd, maar het gebeurde wel; met de figuren uit Dantes boeken bijvoorbeeld. En of je het leuk vindt of niet, feit is dat we ze nu op school aan onze kinderen leren: de Romantische helden zijn nu hoge cultuur.”


Italië is een klassiek land. Was men het met u eens toen De barbaren uitkwam?

“Het boek veroorzaakte veel discussie, maar over het algemeen is het goed ontvangen. In 2006 wist men al wel een beetje dat er een aantal problemen was in de samenleving, maar men wist niet zo goed hoe die te definiëren. Dit boek formuleerde de veranderingen en het leek alsof mensen eindelijk begrepen wat hen nu precies overkwam.”

Zijn het vooral intellectuelen die uw artikelen lazen?

“Nee, zeker niet. De krant La Repubblica, waar de artikelen in verschenen, is de meest gelezen krant van Italië. Vroeger was hij inderdaad meer voor de linkse elite, maar tegenwoordig heeft de krant op maandag tien sportpagina’s. Dagelijks krijgen drie miljoen Italianen hem onder ogen. Mijn lezers waren lang niet allemaal intellectuelen. Om het voor iedereen begrijpelijk te houden, heb ik geprobeerd alles op een vriendschappelijke manier uit te leggen.”

U stelt dat de twintigste eeuw, met twee verschrikkelijke oorlogen, de mensen wantrouwend heeft gemaakt jegens hen die deze oorlogen begonnen. Is een gebrek aan oorlogen juist niet de reden dat een generatie het spektakel nu elders zoekt?

“Tja, dat is een nogal ingewikkeld verhaal. Het zit denk ik zo: als je kiest voor de vrede, zoals we gedaan hebben na de gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog, waar vervang je dan de ervaring van die oorlog door? Tijdens de Tweede Wereldoorlog zochten slimme mannen als de filosoof Ludwig Wittgenstein en de schrijver Carlo Gadda de voorste linies nog op, omdat ze dachten dáár zichzelf te vinden. Ze waren op zoek naar de ervaring die het dagelijks leven volgens hen niet kon bieden. Het is vervelend om te zeggen, maar in de ervaringen van de oorlog ligt een schoonheid besloten die mensen eeuwenlang heeft gehypnotiseerd. Ook de Ilias van Homerus is een lofzang op de oorlog. Nu is een veelgehoord verwijt aan de barbaren dat ze geen ziel meer hebben, dat alles steeds oppervlakkiger en sneller wordt. Dat raakt een essentieel punt. Want de ziel draagt de connotatie van verdieping in zich. Je moet moeite doen om tot in de ziel van mensen te geraken. Die ziel is een uitvinding van de Romantiek. Laat nu juist de cultuur die betekenis zocht in verdieping, de gewelddadigste eeuw in de wereldgeschiedenis hebben voortgebracht. Die ziel en die verdieping worden dus gewantrouwd in het geheugen van de mensen. Dat gevoel is niet zozeer beredeneerd, maar toch aanwezig in het bewustzijn van mensen. We leggen een verband tussen een zekere intelligentie en een geraffineerde cultuur, en het feit dat dit die verschrikkingen niet heeft kunnen voorkomen en misschien wel heeft veroorzaakt. Het zou kunnen dat we daarom richting een lichtere, meer oppervlakkige cultuur zijn gegaan. We hebben namelijk ervaren dat idealen die te veel de diepte ingaan een rechtvaardiging kunnen worden voor te radicale acties.”


De mens is dus op zoek naar de spectaculaire dingen. En dat moet wel snel en gemakkelijk gaan. Past drugsgebruik in die behoefte?

“Het kan een uiting zijn van deze tweesprong van culturen, maar het is wel een zieke manier. Cultuurveranderingen zorgen ook altijd voor een degenererende beweging. Zo was de Romantiek een ontdekking van het oneindige. Maar als je de mens in een oneindig kader plaatst tegenover de eindigheid van zijn eigen gevoelens, ervaart hij dat als zelfverlies. In de Romantiek heeft dat geleid tot een hang naar de dood. Zo werd de liefde, volgens de Romantici de poort naar de oneindigheid, verbonden met de dood. Ook in andere overgangen zie je die morele val, daar zal nu ook sprake van zijn. Drugsgebruik is er een voorbeeld van.”

Intellectuelen lijken altijd de laatsten om een mutatie te accepteren. Waarom?

“Zij bezetten de plekken die status, bevrediging en geld opleveren. Zij hebben het meest te verliezen bij een cultuurverandering. De grote menigte heeft niets te verliezen, daarom past die zich snel aan. Als mensen bijvoorbeeld muziek downloaden van internet doen ze precies wat ze willen, ze verliezen niets. Maar als ik baas ben van een platenmaatschappij of als ik op de universiteit alleen maar les geef over Dostojevski, heb ik wel degelijk wat te verliezen. Daarom verzetten deze mensen zich. Maar hier geldt opnieuw: dat is altijd zo geweest. Kijk maar naar de polemieken met de eerste Verlichters of Romantici. De intelligentsia vond de nieuwkomers barbaren. Dat zeiden ze ook van Beethoven.”

De mutatie is nog niet afgerond, stelt u: de hang naar zekerheden is nog niet helemaal verdwenen. De politieke dynastieën in de VS ziet u als bewijs voor die gedachte. Is de verkiezing van Barack Obama een teken van voortschrijdende mutatie?


“Obama is een typisch product van de barbaren. Zijn overwinning is in grote mate te verklaren doordat hij het beste verhaal had. Men heeft dus gekozen op basis van een verhaal, en dat is typisch voor de barbaren. Geen echte langetermijnvisie, maar een mooi verhaal. Dat is typische surfpolitiek. Niet dieper ingaan op de zaken, geen inhoud, maar façade.”

Wat kunt u een nieuwe generatie aanraden?

“Allereerst zijn mutaties periodes waarin grote kansen liggen. Voor ervaring, voor schoonheid en voor geld. We moeten jongeren slechts twee dingen meegeven. De vorige paus, Johannes Paulus II, zei altijd: ‘Wees niet bang.’ Ik houd in het algemeen niet van pausen, maar dit was waar. Als tweede wil ik graag zeggen dat de nieuwe schoonheden altijd gebouwd zijn met de schoonheden van onze voorvaderen. Jongeren zijn hun voorvaderen niets verschuldigd, maar het is goed om nieuwe schoonheden en nieuwe waarheden te vinden.We hebben ze nodig.”

Alessandro Baricco: De barbaren. De Bezige Bij. € 23,90. Ook verkrijgbaar via ako.nl.

Erik Bloem