Voor het leven getekend

Lichaamsverfraaiing is iets van alle tijden en culturen. Vreemd dus dat er nog altijd een sluier van obscuriteit over de wereld van tatoeages, piercings en ook branding hangt. ‘Body modification bestaat niet in Nederland.’

De luxaflex gaat omlaag. De winkel is nog open en de zon schijnt niet, maar Britta Christiansen wil even geen pottenkijkers. Ze gaat een branding zetten in haar Lab360º in Alkmaar.

Harde metalmuziek klinkt in de halfduistere ruimte. Als ze een felle operatielamp aanknipt, wordt het licht weerkaatst door knalrode gereedschapskisten. De tattooshop zou ook een garage kunnen zijn. De sticker op de prullenbak met ‘Danger: Biohazard’ weerhoudt me om mijn theezakje erin te gooien. In een smalle kast van de vloer tot het plafond een rij laatjes met roestvrijstalen pinnen, staafjes en balletjes.

De linker rubberhandschoen accentueert een onderhuids kroontje op de hand van Britta. Ze doet een mondkap op met een plastic scherm dat tot over haar ogen komt, een laskap lijkt het. Geen wit, geen groen, de chirurg gaat geheel in het zwart gekleed. Ze richt de lamp op de behandeltafel en legt de electric cautery pen, een scheermesje en een tube gel klaar.

Zerach Castillion krijgt een ster in de achterkant van zijn rechterbovenarm gebrand. Als het plaatje uit het kopieerapparaat komt, zegt Britta: “O, wel groot hè?” Maar Zerach (32) vindt het wel goed. De ster is nog altijd een stuk kleiner dan de tatoeage die heel zijn geschoren schedel bedekt. Hij gaat op zijn buik liggen, zodat zijn rechterarm aan de juiste kant ligt, zijn gezicht naar beneden rustend in een uitsparing. “Adem in, daar gaat ‘ie,” waarschuwt Britta. Ze zet de gloeiend hete pen, waarmee in de medische wereld bloedvaten worden dichtgeschroeid, op zijn arm. Een barbecuegeur verspreidt zich. Zerach geeft geen kik.


De lijnen worden eerst dun getrokken, zodat alleen de bovenste huidlaag verbrandt. Een mantra klinkt wanneer Britta met een dikkere kop op de pen de lijnen dieper inbrandt: “Adem in… Adem uit…” Het begint nu flink te roken. Zerach doet stoer. “Het jeukt een beetje. De tandarts is erger.”

Het ergste komt nog. De nazorg van de zogenaamde branding gaat hem veel last bezorgen. Vandaag hoeft hij het nog niet af te dekken, de wond is schoon door het dichtschroeien. Maar over vier dagen moet een folie de wond laten broeien. Na ongeveer een dag komt het wondvocht naar boven. Witte bloedcellen maken de wond schoon. Zelf moet Zerach zijn brandmerk schoonhouden met sodazout. Drie à vier weken blijft het jeuken, maar krabben is ten strengste verboden – dat kan de lijn van het litteken verpesten. Later kan de korst er als een elastiekje af worden getrokken. En als er iets blijft zitten, moet je het met een tandenborstel wegvegen. “Dat voelt wel heel gemeen,” zegt Britta, die zelf een branding heeft op zowel haar onderarm als onderbeen.

Branding is nog relatief mild te noemen. Bij scarifications wordt met een scalpel in de huid gesneden. Eerst ondiep, waardoor de huid gaat openstaan. Vervolgens wordt de onderliggende laag opengesneden, zodat de lijn dikker en permanent wordt. Een variant is peeling, waarbij een heel stuk huid verwijderd wordt. Het litteken kan een bloemblaadje voorstellen, of de neus van je favoriete huisdier. Andere modifications, afgekort mods, zijn nog extremer. Het laten splijten van je tong bijvoorbeeld, of het laten snijden van spitse elfenoortjes. Om nog te zwijgen van beading: ronde kraaltjes onder de huid van de penis laten zetten.


Hoe extremer, des te pijnlijker. Wie een implant – meestal een figuurtje van siliconen of teflon – onder zijn huid laat zetten, kan moeilijk zonder een lido- caïne-injectie. Probleem is dat alleen artsen dit mogen doen. Daarom zoeken tattooshops hun weg op internet, want een implant doet zo veel pijn dat geen klant erom maalt dat mensen zonder medisch diploma de pijnstillende injecties geven.

Soms gaat het mis of een beetje mis. Britta laat het kroontje zien dat op de rug van haar hand prijkt. Dat zich wondvocht onder haar huid ophoopte en pas later wegtrok, was normaal, niet dat ze nog een half jaar last had van haar pezen.

“Maandelijks knap ik werk van anderen op,” zegt Ilya van Flesh Factory aan de Alkmaarse Pieterstraat. Dat gaat van gewone piercings tot vrij extreme modifications. “Veel mensen weten niet waar ze mee bezig zijn. Maar dat komt doordat er geen mogelijkheden zijn om via een officiële weg te leren hoe het echt moet. Body modification bestaat niet in Nederland.”

Dat is ook de reden dat de meeste ingrepen niet tijdens openingstijden worden gedaan. Britta wil liever geen slapende honden wakker maken. Het is nog een schemergebied wat betreft legaliteit. Voor het zetten van tatoeages en piercings bestaan richtlijnen en een vergunningstelsel. Die ontbreken geheel als het gaat om extremere lichaamsdecoraties.

“Er wordt vaag en geheimzinnig over body modifications gedaan, ook door tattooshops zelf,” zegt Ilya van Flesh Factory.

Bij Lab360º wordt grofweg één keer per maand een branding gedaan, drie keer per jaar een scarification en worden eens in het half jaar implants gezet. Een paar keer per maand daarentegen, wordt er bij zowel Lab360º als bij Flesh Factory door vooral Antilliaanse mannen gevraagd om beading, de beruchte kraaltjes dus.


Waarom mensen het doen? De meeste klanten zijn ooit begonnen met tatoeages. Volgens Ilya zijn er altijd mensen geweest die extreem anders wilden zijn. Ze krijgt ze binnen in alle soorten en maten. “Een man van 72 die een extreme piercing door zijn penis wil, heeft waarschijnlijk seksuele motieven. Anderen genieten van de behandeling zelf, van het overwinnen van de pijngrens. De vrouw van 55 die een branding laat zetten, vindt het eindresultaat gewoon heel mooi. De Turkse man van 45 wil een grote scarification op zijn arm, omdat hij van zijn geloof geen tatoeage mag.”

Stammen en oude volken deden al aan lichaamsvervorming. Aan de randen van de westerse beschaving moet alles kunnen, dus komen primitieve gebruiken terug, zij het hightech en semi-legaal toegepast.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Sanne van Brunschot