De cabaret-pikorde

HP/De Tijd presenteert voor het eerst de top-25 van zangers, narren, potsenmakers, entertainers en moralisten, of kortweg cabaretiers, die ons het afgelopen seizoen een spiegel voorhielden of het volk domweg probeerden te amuseren

Op 25: Herman van Veen
Verloren zoon. De zaak Van Veen is een vreemde aangelegenheid. Hij is naar alle waarschijnlijkheid het grootste theaterfenomeen dat Nederland heeft voortgebracht, een artiest die in het buitenland op handen wordt gedragen. Alleen als chansonnier al zou hij in Frankrijk de status van een Bécaud, Reggiani of – als we het even bij de vrouwen zoeken – Gréco of Barbara hebben gehad. In eigen land wordt hij echter meer en meer gezien als een sentimentele zeikerd die alleen maar inspireert tot het maken van gratuite parodietjes. In de pikorde van het hedendaagse cabaret lijkt hij niet verder te kunnen dalen. Tijd voor een oprechte rehabilitatie?

Op 24: Roué Verveer
Knuffelbeer. Een sympathieke stand-upper met een grote cult following die op het punt staat door te breken naar een groter publiek. Nu de jury van de VSCD-prijzen Roué Verveer ook heeft ontdekt als theatermaker met perspectief, is de kans groot dat die stap ook gaat lukken. Een groot vernieuwer van vorm en taal is hij niet: wat dat betreft behoort hij tot de grote groep comedians die in een tête-à-tête met het publiek het wel en wee van het dagelijks leven bespreekt. Nee, Verveer moet het voornamelijk van zijn warme persoonlijkheid hebben, en daar is niks mis mee.

Wie staat er op 1? Lees de volledige top 25 in HP/De Tijd van deze week.

Ruud Meijer