Suïcidaal.

Het Klaverblad was uniek in Nederland. Mensen met een doodswens konden er terecht om hun levenslust te hervinden. In vier jaar lukte dat zeventien van de negentien bewoners. Waarom ging het bezinningshuis in september 2008 dan dicht?

Vier jaar bestond Het Klaverblad. Al die tijd konden mensen met een doodswens er wonen. Tijdens hun verblijf zouden ze geen zelfmoord plegen, was de afspraak. Hulpverleners als psychologen en psychiaters waren niet aan het huis verbonden; enkel in crisissituaties werd gebruikgemaakt van de reguliere zorg. Verder werd het Klaverblad gerund door vrijwilligers en een betaalde coördinator van Geestelijke Gezondheidszorg Eindhoven (GGzE).

Het huis, uniek in Nederland, was een initiatief van Jolanda Soethout. Zij worstelde jarenlang met een doodswens, maar vond binnen de reguliere geestelijke gezondheidszorg niet de steun en zorg die ze nodig had. Tijdens haar werk als vrijwilligster bij het cliëntenbelangenbureau van GGzE organiseerde ze een themadag over zelfmoord, in 2001. Toen bleek dat heel veel mensen zich door hulpverleners niet gezien en gehoord voelen in hun wens om te sterven. Uit de themadag kwam Het Klaverblad voort, een experiment van GGzE.

Peter van der Wijst was coördinator van Het Klaverblad. “Met de opening van het bezinningshuis was er eindelijk een plek waar bewoners konden praten over hun doodswens en de angst, schuld en schaamte die met deze gedachten gepaard gaan,” zegt hij. “Praten met hetzelfde gemak als waarmee je over een voetbalwedstrijd praat, zoals Jolanda Soethout dat altijd zei. Het betrof hier mensen die al heel erg lang een doodswens hadden, bij wie veel bestaande therapieën niet hadden gewerkt. Heel vaak hadden ze diverse zelfmoordpogingen ondernomen. Mensen die het totaal niet meer zagen zitten, ontmoetten hier mensen die de zin van het leven op sommige momenten weer wél konden voelen. Dat was voor hen een stimulans om het programma te volgen. Bovendien werkten we in Het Klaverblad alleen met ervaringsdeskundigen. De bewoners voelden bij hen herkenning en erkenning. Daar was het hele idee van het Klaverblad op gestoeld.”


Koos (56) was de eerste bewoonster van het huis. “Het was mijn laatste poging om nog iets van mijn leven te maken. Ik heb nooit een prettig leven gehad. Sinds mijn elfde slik ik medicijnen, sinds mijn 27ste volg ik met tussenpozen allerhande therapieën. Mijn drie zelfmoordpogingen deed ik tijdens opnames in een psychiatrisch centrum.”

Nooit had ze in dergelijke instellingen het gevoel dat er tijd en ruimte was voor het ventileren van gevoelens. “Als ik weer eens werd afgezonderd of als mijn medicijnen werden verhoogd, werd me ook niet uitgelegd waarom. Alles gebeurde zonder dat ik daar invloed op had. Ik was de controle over mijn eigen leven kwijt.”

De medicijnen, die haar totaal gevoelloos maakten, versterkten dat idee, vertelt ze. “Natuurlijk wilde ik net als iedereen een gewoon leven en dus ben ik gaan werken, ben getrouwd en heb ik drie kinderen gekregen.”

Desondanks bleef haar doodswens bestaan. Alle jaren therapie en medicijnen, een hele apotheek vol, hielpen haar daar niet van af. Pas in Het Klaverblad ging het beter. “Daar kon ik voor het eerst openlijk en zonder schroom over mijn doodswens praten. Nu heb ik plezierig werk, een fijne relatie en geen doodswens meer.”

Hulpverleners zijn blijkbaar niet altijd in staat de juiste zorg te geven aan cliënten met een doodswens. Psychiater bij GGzE, Cornelis van Houwelingen, beaamt dat. “Hulpverleners kunnen moeite hebben met het ingaan op de doodswens van hun cliënt. De confrontatie met iemand die niet meer wil leven, leidt vaak tot een vermijdende reactie. Hulpverleners zien suïcide niet als oplossing voor de problemen van een cliënt.”


Integendeel, ze hebben de neiging cliënten te ‘helpen’ bij het leven. Dat is precies wat de cliënt niet wil. In Het Klaverblad praatten de bewoners over hun doodswens in een veilige omgeving, zonder dat er een hulpverlener aan te pas kwam. Deze vorm van hulp is bekend uit de verslavingszorg. Mensen met een verslaving helpen elkaar, met succes.

Ria (57) uit Rotterdam kwam in juli 2007 Het Klaverblad binnen na vijftien zelfmoordpogingen, waarvan drie zeer ernstige. “Het Klaverblad heeft absoluut mijn leven gered.” Ze leerde er eerlijker te zijn over haar gevoelens. “Het allerbelangrijkste was dat ik mocht spreken over mijn wens om te sterven. Bovendien ontmoette ik mensen met dezelfde gevoelens als ik. Daardoor voelde ik me minder alleen. Mijn wil om te leven is langzaam teruggekomen.”

Negen jaar geleden begon haar neerwaartse spiraal. Een kleine greep: haar huwelijk liep op de klippen, ze had de zorg voor vier kinderen van wie er één moeilijk opvoedbaar was, haar ouders overleden en ze maakte schulden. Ondanks een goede psycholoog en de juiste medicijnen bleef haar doodswens. Na elke zelfmoordpoging werd ze weer in een instelling opgenomen. “Ik voelde me daar totaal niet begrepen; dat ik écht niet meer wilde leven werd niet gehoord. De psychiaters daar hadden bovendien bedacht dat een opname nooit langer mocht duren dan vijf dagen, anders zou ik me te veel hechten. Hoe ik me ook voelde, ik werd terug naar huis gestuurd. Mijn psycholoog stuurde me uiteindelijk naar Het Klaverblad.”

Dat mag opmerkelijk heten. Een rondje bellen langs verschillende instellingen in Nederland leert dat Het Klaverblad helemaal niet bekend is binnen de geestelijke gezondheidszorg. “Dat klopt”, zegt GGzE. “We wilden het in het begin low profile houden omdat we niet wisten hoe het zou uitpakken. Het was tenslotte een experiment.”


Een experiment dat bleek te werken. En hoewel GGzE niet wil zeggen hoeveel Het Klaverblad kostte, lijkt het bovendien een goedkoop experiment.

Ter vergelijking: de dagbehandeling die Ria in haar instelling volgde, kost zo’n slordige 39.000 euro per jaar. Daarnaast bezocht ze gedurende acht jaar verscheidene psychologen en psychiaters. En dan hebben we het nog niet over de kosten van haar medicijnen in al die jaren. In Het Klaverblad betaalden bewoners zelf hun eten; met elkaar praten is gratis. Blijven over de huur van het pand en de kosten van de coördinator.

De goedkope zorg van Het Klaverblad is intussen zeer effectief. Jack (50) noemt zijn jaar in Het Klaverblad het beste wat hem in zijn leven is overkomen. Sinds zijn zestiende wilde hij eigenlijk dood; zijn vader liet hem voortdurend voelen dat hij niets waard was. Maar zijn zelfmoordpoging met pillen mislukte, en zijn broer stierf wél; die had aids. “De dag voor hij euthanasie kreeg, keek hij me aan en zei: ‘Je moet hulp gaan zoeken Jack, ik wil dat jij blijft leven.'”

Jack ging in dagbehandeling. “Maar in die negen maanden had ik nauwelijks de gelegenheid om over mijn doodswens te spreken. Het was een duidelijke, ongeschreven regel dat je het daar niet over had. Het leek wel alsof ze dachten dat het hebben van een doodswens besmettelijk was.”

Na die behandeling was er dan ook niet veel veranderd. In het bezinningshuis ging het er heel anders aan toe. “Iedereen had dezelfde gevoelens als ik, waardoor ik me begrepen voelde. Ik kon eerlijk zijn over mijn doodswens en over mijn jaloezie op iedereen die wél stierf. Door het vrijwilligerswerk dat ik daar deed, zwemmen met autisten, kreeg ik het gevoel dat ik iets betekende. Na zeven maanden kon ik een voorbeeld zijn voor nieuwe mensen die Het Klaverblad binnen kwamen. Het gaat nu erg goed met mij.”


Succesvolle behandelingsverhalen genoeg. Toch is Het Klaverblad gesloten sinds september 2008. Hoe kan dat? Het is deels een administratief verhaal. Het ministerie van Volksgezondheid financierde Het Klaverblad vier jaar lang uit het potje ‘zorginnovatiegelden care’. Binnen die tijd zou GGzE met een nieuw financieringsplan komen. Maar er zijn verschillende potjes voor verschillende cliëntengroepen, die allemaal hun eigen regels hebben.

GGzE laat desgevraagd weten hard te werken aan de heropening van Het Klaverblad.

Waarom moet dat zo lang duren? “Het kost tijd een businessplan te maken, financiers te zoeken en goedkeuring te krijgen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg,” aldus een medewerker. Het komt erop neer dat Het Klaverblad moest sluiten omdat de GGz E verzuimde nieuwe financiering rond te krijgen tijdens de vier jaar dat het Klaverblad draaide op de ‘zorginnovatiegelden care’.

Sinds dit voorjaar, ruim anderhalf jaar na de sluiting, ligt er dan eindelijk een businessplan en zijn gesprekken gaande met mogelijke financiers. Gaan die met GGzE in zee, dan is het nog maar een kwestie van ‘communicatie’ en toestemming van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), en Het Klaverblad kan weer open.

Maar te vrezen valt dat dit allemaal te lang duurt voor een aantal mensen met zelfmoordgedachten. Zij hebben niets aan de verklaringen van de GGz E. Tegen een man op de brug kun je niet zeggen: ‘Sorry meneer, wacht nog heel even met springen, we gaan nu écht bijna open.’ Bovendien laat de IGZ weten dat Het Klaverblad niet hoeft te wachten op goedkeuring: “Er is wettelijk gezien toetsing noch goedkeuring van ons nodig.”


Waarom verzuimde de GGzE financiering eerder te regelen? Een lid van de werkgroep die mede verantwoordelijk is voor de doorstart, laat anoniem weten het gevoel te hebben dat er binnen de GGzE weinig draagvlak is voor heropening van Het Klaverblad. “Er gebeurt heel erg weinig. We zijn veel te lang bezig geweest met het opstellen van het businessplan. Ook al wordt het niet hardop gezegd, ik houd het gevoel dat ze Het Klaverblad liever kwijt zijn dan rijk.”

Peter van der Wijst, de voormalig coördinator van Het Klaverblad, deelt dat gevoel: “Onbegrijpelijk dat het Klaverblad dicht is. Ik vind het jammer dat er geen manier is gevonden om het initiatief in te bedden in het aanbod van de reguliere zorg. In september 2008 is nota bene een manager aangesteld die belast is met de heropening; een professional voor de financiële en organisatorische kant. Dat vind ik prima. Maar mijns inziens kan Het Klaverblad alleen bestaan in een samenwerking tussen ervaringsdeskundigen en professionals, waarbij een goede balans tussen die twee essentieel is. Mijn zorg is dat het vervangen van een ervaringsdeskundige door een manager de ziel uit de cliëntenorganisatie haalt.”

Vanuit het perspectief van de GGzE is eventuele onwil wel begrijpelijk. Als Het Klaverblad onder de vlag van de GGzE wordt heropend, geeft ze daarmee indirect toe dat de reguliere zorg niet adequaat omgaat met de doodswens van cliënten. Als suïcidale mensen hun levenswens terugvinden zonder hulpverleners, voelen die laatsten zich natuurlijk in hun ego gekrenkt; kennelijk kan het ook zonder hen.

Maar de GGzE kan het ook anders zien. Omdat tegenwoordig elke zorginstelling zich moet onderscheiden van de concurrentie, biedt Het Klaverblad een uitgelezen kans om te laten zien wat de GGzE waard is. Tegen lage kosten krijgt een groep mensen zulke goede hulp, dat ze na een jaar weer willen en kunnen leven, zonder nog gebruik te hoeven maken van de geestelijke gezondheidszorg.


Volgens psychiater Van Houwelingen groeit het besef dat doodswensen besproken moeten worden. Dat is mooi. Maar zo’n cultuuromslag kost jaren, en dus mensenlevens. Per jaar plegen minstens 1350 mensen zelfmoord. Dat zijn geliefden die gered kunnen worden met een initiatief als het Klaverblad.

In Nederland plegen jaarlijks tussen de 1350 en 1600 mensen zelfmoord, volgens cijfers van het Trimbos-instituut, onderzoeksinstituut voor geestelijke en verslavingszorg. 94.000 mensen per jaar doen een zelfmoordpoging. Ongeveer 400.000 mensen worstelen met gedachten over zelfmoord.

Frauke van Hulten, foto's Elsbeth Tijssen