Brinkman: ‘Ton Elias kan niet tegen nationaal symbool zijn’

Maandag pleitte Tweede Kamerlid Hero Brinkman (PVV) voor een nationaal symbool in de plenaire zaal in de Tweede Kamer, waarop VVD-Kamerlid Ton Elias zijn voorstel belachelijk maakte met een godwinnetje. Brinkman vindt Elias’ opmerking over een ‘roofvogel met gietijzeren klauwen’ een beetje flauw. “Ik denk dat hij mijn punt een beetje belachelijk probeert te maken, omdat hij er natuurlijk niet tegen kan zijn, maar baalt dat hij het niet zelf heeft bedacht.”

Ten eerste, waar komt het idee van een nationaal symbool in het parlement vandaan?
“Ik heb een kleine rondgang gehouden langs diverse democratieën in de wereld en hun plenaire parlementszalen en ben tot de conclusie gekomen dat in al deze parlementen nationale symbolen te zien zijn. In onze vergaderzaal hangt of staat nergens een dergelijk symbool.”

Is dat erg?
“Geen enkele tv-kijker kan aan de buitenkant zien van welk parlement onze plenaire zaal is. Dat vind ik onwenselijk. Daarnaast vind ik dat we trots mogen zijn op ons land en deze trotsheid ook mogen uitstralen. Ook in dat opzicht vind ik de verwerking van een dergelijk symbool in onze plenaire zaal wenselijk.”

Welk symbool moet het worden?
“De nationale symbolen zijn natuurlijk onze vlag en ons wapen, de Nederlandse leeuw. Het mag van mij allebei of anders een van de twee.”

Wat vindt u van de opmerking van VVD’er Ton Elias dat het hopelijk geen ‘pompeuze roofvogel met grote gietijzeren klauwen’ wordt?
“De opmerking van Elias is denk ik een beetje zuur en een beetje flauw. Elke politicus probeert tijdens een debat over de raming graag een punt te bedenken dat aanslaat. Ik denk dat hij mijn punt een beetje belachelijk probeert te maken, omdat hij er natuurlijk niet tegen kan zijn, maar baalt dat hij het niet zelf heeft bedacht.”

Waar kwam zijn opmerking ineens vandaan?
“Hij doelt op mijn opmerking in het debat, waarin ik aangaf dat Duitsland, zoals bekend, de grote aluminium adelaar in de Reichstag heeft, maar ik heb er ook bij verteld dat wat mij betreft we dit niet als voorbeeld hoeven nemen. Elias had het ook nog over pompeus. Ach, als hij dat zegt, heb ik daar ook wel weer allerlei gedachten bij.”

frank verhoef