Afscheid van CDA’er Jan Schinkelshoek: ‘Het speelkwartier is voorbij’

Een interessant en bovendien vermakelijk kijkje in de politieke keuken van het Binnenhof. Zo zou je de maandelijkse nieuwsbrief van het 56-jarige CDA-Kamerlid Jan Schinkelshoek, ‘de man met de vlinderdas’, wel kunnen noemen. Maar de CDA’er is niet herkozen en dus stopt hij met zijn nieuwsbrief. “Het speelkwartier is voorbij.”

Schinkelshoek stuurde maandelijks een persoonlijke nieuwsbrief met daarin veel nieuwtjes vanuit Den Haag en de zogenoemde wandelgangen, opgeleukt met foto’s van bijvoorbeeld zijn [[popup file=”2010-06/kamerschinkelshoek.png” description=”werkkamer” alt=”Kamer” align=”inline” ]], en een rubriek ‘[[popup file=”2010-06/lezenderwijs.png” description=”Lezenderwijs” alt=”Lezenderwijs” align=”inline” ]]’ waarin Schinkelshoek talloze boekentips gaf voor liefhebbers van politiek. Nee, een normale nieuwsbrief, plichtmatig gevuld door een stagiair of iemand van de afdeling communicatie, was het niet.

Het was een van zijn manieren om in contact met de achterban te blijven. Maar die tijd is nu definitief voorbij. Er komen geen nieuwsbrieven meer van Schinkelshoek, die sinds november 2006 in de Kamer zat voor het CDA. In zijn laatste nieuwsbrief, nr. 39, neemt hij definitief [[popup file=”2010-06/cdanieuwsbrief.png” description=”afscheid” alt=”Afscheid” align=”inline” ]] van de Tweede Kamer en van zijn lezers:

“Het speelkwartier is voorbij.
Bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer ben ik niet herkozen, meegezogen in de grote nederlaag van mijn partij, het CDA.
Dat is natuurlijk een bittere pil. Ik voelde me in de Kamer als een vis in het water. Maar wie in de politiek gaat, weet dat het op een dag abrupt afgelopen kan zijn. Het behoort, zogezegd, tot de beroepsrisico’s van het Binnenhof.
Ik vertrek.
Maar niet zonder iedereen te hebben bedankt: Sympathisanten niet minder dan critici. Scheldende klagers net zo goed als complimenteuze ‘mailers’. Aanhangers evenzeer als tegenspelers.
Christen-democraten en andere democraten
– het ga u goed.”

frank verhoef