Balletje balletje

Terwijl alle ogen op het WK in Zuid-Afrika zijn gericht, woedt in de directiekamers van de Nederlandse betaald voetbalclubs een andere strijd: het gevecht om de begroting rond te krijgen. De KNVB en de UEFA zijn de financiële competitievervalsing meer dan beu. Vooral zuidelijke landen goochelen met de centen. ‘Real Madrid wint duels die het anders nooit had gewonnen.’

Het was maar een klein berichtje in de lokale media, een paar weken geleden: Telstar is weer financieel gezond. Het Velser eerstedivisieclubje ontsnapte afgelopen seizoen ternauwernood aan degradatie naar de nieuwe Topklasse. Maar dat was niet eens de grootste uitdaging voor het clubbestuur. Diep in de financiële sores heeft Telstar drie jaar lang hard gesaneerd onder toezicht van de KNVB. Met succes: vanaf komend seizoen heeft de club weer een sluitende begroting van 2,5 miljoen euro. De eerste nieuwe aankopen zijn inmiddels gedaan.

Daarmee is Telstar een klein wonder. Zie de concurrentie: Haarlem ging failliet, Veendam is op sterven na dood, Willem II zit diep in de schulden. Fortuna Sittard moet het komende seizoen vanwege het niet-betalen van rekeningen beginnen met twee punten in mindering, NAC wacht mogelijk hetzelfde lot.

En het zijn niet alleen kleine clubs die recentelijk in financiële problemen kwamen. Ajax leed de eerste helft van dit jaar 10 miljoen euro verlies; PSV verloor het afgelopen seizoen eenzelfde bedrag. Feyenoord moet fors saneren om een faillissement te voorkomen; het verlies over het afgelopen seizoen bedroeg ruim 4 miljoen euro. De club kampt met een negatief eigen vermogen van 23 miljoen euro.

Ook buitenlandse clubs noteren bloedrode cijfers. Manchester City boekte een jaar geleden een Brits recordverlies: 109 miljoen euro. Het verlies van Liverpool FC over 2009: 63,5 miljoen euro. Dat van Chelsea: 49 miljoen euro. Bij Manchester United zou de schuld dit jaar zijn opgelopen tot ruim 1,1 miljard euro. In Spanje hetzelfde beeld: Valencia heeft een schuld van bijna 600 miljoen euro, de schuld van Real Madrid is opgelopen tot meer dan 500 miljoen.


Die schuld tempert de koopzucht van voorzitter Florentino Perez overigens geenszins: na vorig jaar ruim 230 miljoen te hebben gespendeerd aan onder anderen Christiano Ronaldo en Kaká, liet Perez eerder deze maand weten minimaal twee nieuwe wereldsterren naar Madrid te willen halen.

Zo kan het niet langer, heeft UEFA-preses Michel Platini besloten. Zijn bond stelde een lijst met harde maatregelen op. Financial Fair Play heet het concept. Het centrale principe: clubs mogen niet langer meer geld uitgeven dan er binnenkomt. Clubs mogen niet meer al hun geld besteden aan miljoenentransfers en spelerssalarissen, en roekeloze bestuurders moeten worden geweerd. De maatregelen zijn nog niet concreet uitgewerkt (dat gebeurt in het najaar), maar het is de bedoeling dat clubs die de financiële regels overtreden vanaf het seizoen 2013-2014 niet meer mogen meedoen aan de Europese competities: de Champions League en de Europa League. Het hoofd van de afdeling Licenties, Andrea Traverso, zei te hopen dat de nationale voetbalbonden de regels overnemen.

Wat Nederland betreft, had hij dat helemaal niet hoeven zeggen. De KNVB studeerde namelijk al langer op hetzelfde probleem. Een werkgroep onder leiding van Willem Vermeend formuleerde in april twintig aanbevelingen om de geldproblemen in het voetbal een halt toe te roepen. “Kosten en opbrengsten moeten structureel meer in evenwicht komen, daarom hebben we op 31 mei met de clubs een aantal reglementswijzigingen vastgesteld,” licht KNVB-voorzitter Henk Kesler vanuit Zuid-Afrika telefonisch toe. “Een aantal maatregelen wordt al op korte termijn ingevoerd. Zo maken we voor het begin van het nieuwe seizoen bekend in welke financiële categorie alle clubs zich bevinden. Andere maatregelen moeten we eerst verder onderzoeken, zoals het invoeren van vliegende brigades.” Die brigades – teams van accountants – moeten straks namens de KNVB onverwacht in de boeken duiken bij clubs waar een vermoeden van financiële problemen bestaat. Ook mogen clubs in de toekomst waarschijnlijk niet meer dan 60 procent van hun totale kosten besteden aan spelerssalarissen. De voorstellen worden door vrijwel alle clubs gesteund.


Met het officieel bekendmaken van de indeling in drie financiële categorieën, later deze zomer, moeten straks ook sponsors en supporters beter weten hoe hun club er nu echt voorstaat. Clubs in categorie 1 zitten in de gevarenzone: ze staan onder toezicht van de KNVB en moeten binnen drie jaar hun financiën op orde brengen. Zo niet, dan verliezen ze hun licentie. Veertien clubs uit ere- en eerste divisie zitten op dit moment in dit verdomhoekje, waaronder ook Feyenoord.

De zeventien clubs in categorie 2 – onder meer Ajax, PSV, FC Twente en AZ – behoeven extra aandacht vanwege een schuld of een tijdelijk verlies, maar zijn nog niet in grote problemen.

Categorie 3 bestaat uit de clubs die helemaal gezond zijn. Dat zijn er nu maar zes: in de eredivisie Heerenveen, Heracles, VVV Venlo en Excelsior, en in de eerste divisie Telstar en Volendam. De KNVB wil de indeling nog niet officieel bevestigen, maar via een klein onderzoek is vrij snel duidelijk in welke categorie alle clubs vallen (zie kader op pagina 47).

Financieel directeur Onno Jacobs van Feyenoord is blij met de nieuwe openheid. “Bedrijven publiceren ook hun jaarcijfers. Bij Feyenoord doen we het al een tijdje, om de verwachtingen realistisch te houden. Dan begrijpen supporters beter waarom je geen nieuwe spelers koopt.”

Toch zijn er nog clubs die hun gegevens liever niet publiceren, tot afgrijzen van KNVB-directeur Kesler. “Aan die enkele geluiden dat het dan moeilijker wordt om sponsors aan te trekken, heb ik een hekel. Een sponsor moet van tevoren weten waar hij zijn geld in steekt.”

Hoe komt het toch dat clubs zich zo massaal in de schulden steken en vaak jarenlang structureel verliezen draaien? Simpel: ze worden geacht bedrijfsmatig te draaien, terwijl clubs feitelijk geen bedrijven zijn. In plaats van zoveel mogelijk winst streven ze een ander doel na: zo hoog mogelijk eindigen op de ranglijst. Daardoor gedragen ze zich vaak meer als een gokverslaafde in een casino dan als een serieuze onderneming. “Clubs hebben altijd de neiging meer uit te geven dan ze hebben,” vertelt een deskundige die vanwege betrokkenheid bij diverse clubs liever anoniem blijft. “Het is een structureel probleem. Hoger eindigen kost geld. Clubs staan onder gigantische druk van de media, het publiek en sponsors om uitgaven te doen die soms niet verantwoord zijn.”


Schrijver en journalist Simon Kuper, auteur van het boek Dure spitsen scoren niet over de voetbaleconomie, is het daarmee eens. Vanuit zijn hotelkamer in Johannesburg zegt hij: “Er is een constante druk om uitgaven te doen of de coach te ontslaan, wat ook geld kost. Uit onderzoek blijkt dat de eindstand in de competitie vrijwel helemaal te verklaren is uit de salarissen van spelers.” Immers: als een concurrerende club een hoger salaris biedt, trekt die club de betere spelers aan.

Commercieel directeur Steef Hammerstein van het net weer gezonde Telstar weet daar alles van. “Het is een apart wereldje, vol opportunisme. De financiële resultaten zijn voor veel clubs moeilijk in te schatten. Ook wij hebben in het verleden een paar keer naast de pot gepiest. Dan gingen we ervan uit dat we wel tiende zouden worden, met daarbij horende tv-gelden, maar eindigden we lager. Of vielen de sponsorinkomsten tegen. Dat doen we nu dus anders.”

PSV liet zich vorig jaar op een vergelijkbare manier verrassen. De Eindhovenaren gokten er in hun begroting op dat ze zich net als eerdere seizoenen voor de Champions League zouden plaatsen. Niet dus. Gevolg: het negatieve resultaat schiet dit jaar richting de 10 miljoen.

Volgens de werkgroep-Vermeend, die de KNVB adviseerde, zijn dit soort voorschotten op toekomstige opbrengsten een belangrijke oorzaak voor de financiële problemen. ‘Normale’ bedrijven zouden bij zulke praktijken allang op de vingers zijn getikt door aandeelhouders of de accountant. Ajax-directeur Jeroen Slop heeft dat lesje al geleerd: in hun begroting houden de Amsterdammers nog geen rekening met eventuele deelname aan de Champions League. Ajax moet deze zomer eerst in de voorrondes van het miljoenenbal zien te overleven. “We hebben in het verleden gezien dat deelname kan afhangen van één eigen doelpunt of een gemiste penalty. Nu kan het financieel alleen maar meevallen.”


Alle goede intenties van de UEFA, de KNVB en de clubs om de financiën voortaan beter in de gaten te houden ten spijt: daarmee verdwijnt niet de grote druk om in de jacht op succes steeds meer geld uit te geven. Het publiek zal in de winterstop nog steeds de aankoop van een betere spits eisen als een team niet genoeg scoort, clubs zullen blijven proberen de beste spelers aan te trekken met topsalarissen, onderpresterende trainers zullen nog altijd met een forse premie op straat gezet worden. Daarom is de vraag relevant of de bonden straks inderdaad hard durven optreden, en het lef zullen hebben om clubs die zich niet aan de regels houden uit de competitie te weren.

Kuper: “Stel: Real Madrid is financieel niet in orde. Dan moet de UEFA zeggen: Real mag niet in de Champions League. Maar die macht heeft de UEFA helemaal niet, de macht ligt bij de clubs. Als Real en Barcelona niet mogen meedoen, zetten ze wel hun eigen competitie op.” Ook de Spaanse voetbalbond heeft er veel belang bij dat Real Madrid meedoet in de Champions League en zal de club dus niet snel boetes opleggen, laat staan uit de competitie halen.

Ook Kesler ziet dat probleem. “De Spaanse bond had allang een aantal clubs de toegang tot de competitie moeten ontzeggen. In Nederland en Duitsland hebben we een streng licentiesysteem, zeker in vergelijking met Zuid-Europa. Daarom pleit ik sterk voor een onafhankelijke commissie die op Europees niveau controleert.”

Europees niveau? Dat klinkt als een welhaast niet te missen kans voor de Europese Unie. En inderdaad: ook in het Europees Parlement woedt momenteel de discussie over de geldstromen in het clubvoetbal. De UEFA presenteerde het Financial Fair Play-concept daarom begin deze maand aan de parlementsleden in Brussel. Marietje Schaake (D66), lid van de parlementscommissie die zich met voetbal bezighoudt, was daar bij. “Dit is het moment waarop de betrokkenheid van de EU bij het voetbal vorm moet krijgen.”


Ook Schaake pleit daarbij voor Europees geregelde controle op het voetbalgeld, omdat de regulatie dan op een onafhankelijke manier plaatsvindt. Zij denkt aan normen voor spelerscontracten, salarissen en transfersommen, en pleit voor controle op de financiële balans van clubs. Daarnaast vindt ze het belangrijk dat er Europese normen komen voor spelersmakelaars. “Sport is een publiek goed. Er mag geen schaduweconomie bestaan van ontransparante investeringen.”

Toch vreest voetbalkenner Kuper dat de financiële regels die de UEFA nu voorstaat – geen cent méér eruit dan er binnenkomt – tot allerlei kunstgrepen zullen leiden. Vooral de financieel soms wat creatievere Zuid-Europeanen weten vast trucs te verzinnen om toch spelers te kopen die ze eigenlijk niet kunnen betalen. “In plaats van salaris kan de club een speler aanbieden zijn hypotheek te betalen, of hem door een sponsor laten betalen. Hoe controleer je wat de spelers van Lazio Roma verdienen?” Volgens Kuper bestaan om die reden ook binnen de UEFA twijfels over de uitvoerbaarheid van Financial Fair Play.

Het zijn dus niet alleen de nationale overheden waarbij de verschillen in begrotingsdiscipline tussen Noord- en Zuid-Europa aanzienlijk zijn. In het voetbal is een vergelijkbare lijn te trekken tussen landen als Nederland, Duitsland en Engeland, waar nationale bonden hun clubs in de gaten proberen te houden, en de zuidelijke landen, die hun clubs veelal de hand boven het hoofd houden.

Nederland is, kortom, het braafste jongetje van de klas. Zo winnen onze clubs natuurlijk nooit meer de Champions League.

Feyenoord-directeur Jacobs: “Nederlandse clubs worden op dit moment benadeeld als ze zich netjes gedragen. Wij lopen bijvoorbeeld al twee jaar te leuren bij Racing Santander om geld dat we nog krijgen voor onze oud-speler Ebi Smolarek. De laatste termijn van de transfersom hebben die Spanjaarden niet betaald, terwijl ze ondertussen wel allerlei nieuwe spelers konden kopen. Wij hebben dan geen enkele sanctiemogelijkheid.”


Ajax-collega Slop sluit zich daar volledig bij aan. “Het is nu vaak unfair. Real Madrid heeft een enorme schuld maar koopt toch dure nieuwe spelers, en wint daarmee wedstrijden die ze anders niet had gewonnen.”

Met de nieuwe regels moeten dergelijke praktijken tot het verleden behoren. Maar of dat aan de top de huidige Europese verhoudingen erg zal veranderen, is zeer de vraag: de vijf landen die nu het meest succesvol zijn (Engeland, Spanje, Duitsland, Italië en Frankrijk), hebben in de Europese leagues ook de meest winstgevende competities, zo concludeerden de accountants van Deloitte eerder dit jaar in hun jaarlijkse onderzoek naar de geldstromen in het voetbal.

Geen cent meer eruit dan erin betekent dus dat deze landen nog steeds de boventoon zullen voeren. Hooguit komen de Duitse clubs in de toekomst verder dan de clubs uit Spanje en Italië: de totale opbrengsten van de Bundesliga waren het afgelopen jaar met ruim 1,5 miljard euro iets hoger dan die in de Spaanse en Italiaanse hoogste divisie. De Engelse Premier League is ruim koploper met opbrengsten van ruim 2,3 miljard. De Nederlandse eredivisie steekt daar met 422 miljoen euro schril bij af.

Dat Nederland de grote voetballanden niet meer kan bijbenen, blijkt ook uit een recent rapport van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie. Sporteconoom Ruud Koning, hoogleraar te Groningen, beschrijft daarin de ongelijkheid. In de eerste helft van de jaren tachtig haalden nog zestien verschillende teams uit elf landen de halve finales van de Europacup I (inmiddels omgedoopt tot Champions League). De afgelopen vijf jaar waren dat nog maar acht verschillende teams uit vier landen. Koning: “Afgezien van ambitieuze voetbalbestuurders zijn er weinig deskundigen die verwachten dat Nederlandse teams een belangrijke rol zullen spelen in de Champions League.”


Een van die deskundigen is econoom Pieter Nieuwenhuis van adviesbureau Hypercube. Hij adviseert de KNVB en doet onderzoek naar de financiële en sportieve mogelijkheden van Nederlandse clubs. “En dan zie je dat de krachtsverschillen tussen Barcelona en Ajax even groot zijn als de verschillen tussen Ajax en VVV. Volgens onze berekeningen is de kans kleiner dan 1 procent dat een Nederlandse club nog de Champions League wint. De krachtsverschillen zijn de laatste jaren enorm toegenomen.”

Of dat erg is, is een tweede: de toeschouwersaantallen in de eredivisie zijn de afgelopen tien jaar verdubbeld naar gemiddeld ongeveer twintigduizend. Meer comfortabele nieuwe stadions en de toegenomen behoefte om evenementen te bezoeken, houden volgens Nieuwenhuis het publiek enthousiast voor de eredivisie; ook als daar niet de beste spelers ter wereld spelen.

Wie er dan kampioen wordt, als alle clubs naar hun financiële mogelijkheden acteren? Nieuwenhuis is er duidelijk over: Ajax of Feyenoord. “Dat zijn absoluut de kampioenen van dit land, als ze gaan doen wat ze moeten doen.” Volgens Nieuwenhuis moeten beide clubs dan wel wat zaken anders aanpakken. “Kijk naar FC Twente: dat haalt miljoenen uit sponsoring door bedrijven uit de regio die twee stoeltjes in het stadion hebben. In Rotterdam haalt Sparta een groter bedrag uit sponsoring door het midden- en kleinbedrijf dan Feyenoord. Dat is ridicuul. Als Ajax en Feyenoord zich daar niet langer te groot voor voelen en zuinig met geld leren omgaan, zullen zijn weer de competitie domineren.” Andere clubs hebben minder landelijke uitstraling, een kleinere supportersschare en dus minder theoretische mogelijkheden om sponsors aan te trekken.


Ajax zou dan als grootste Nederlandse club met een begroting van 100 miljoen euro kunnen werken en weer een bescheiden rol in de eindfase van de Champions League kunnen spelen. Nieuwenhuis: “Af en toe in de kwartfinale, misschien zelfs de halve finale, zoals PSV in 2005, dat is zeker mogelijk.”

In de discussie over de economie van het voetbal maken volgens auteur Simon Kuper de meeste betrokkenen één grote fout: anders dan zij denken is voetbal helemaal geen grote bedrijfstak. “Real Madrid is eigenlijk een klein bedrijf. Met hun omzet van 400 miljoen zouden ze slechts het 135ste bedrijf van Finland zijn. Men heeft het steeds over clubs die failliet kunnen gaan, maar het redden van een voetbalclub is in feite dus vrij goedkoop.”

En dus zal er uiteindelijk veel minder veranderen dan de voetbalbonden nu hopen, denkt hij. “Een club als Haarlem, die niemand meer interessant vindt, kan kapotgaan. Maar Feyenoord zal altijd gered worden, ook als het te veel geld uitgeeft. En dus blijft het systeem zoals het is.”

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Stefan Vermeulen