Een gen voor geloven

In Het geloofsinstinct stelt de Amerikaanse wetenschapsjournalist Nicholas Wade de vraag waarom religie door de eeuwen heen zo ‘succesvol’ is geweest, en hij zoekt het antwoord verrassend genoeg in de biologische hoek. Want, luidt zijn stelling: religieus gedrag bleek een voordeel bij de natuurlijke selectie van onze verre voorouders omdat de sociale samenhang erdoor werd vergroot, zodat religieuze gemeenschappen meer kans maakten op voortbestaan. Zo zou ‘geloof’ dus verankerd zijn geraakt in het menselijk genoom. Met dank aan de evolutie krijgt je het bij de geboorte dus zomaar cadeau.

Tja, daar sta je dan als kind van twee atheïstische ouders, terwijl je ook bij jezelf nog nooit een spatje affiniteit met enigerlei geloofsovertuiging hebt ontdekt. En bovendien sta je niet alleen, want in heel Europa zie je juist een massale ontkerkelijking en een uitgesproken voorkeur voor seculiere vormen van organisatie en staatsinrichting. Rara.

De auteur wuift zulke tegenwerpingen nogal gemakkelijk weg, bijvoorbeeld in een passage als deze: “Religie kan in tijden van veiligheid en voorspoed, als de sociale structuur er redelijk sterk uitziet, misschien niet zo essentieel lijken. De toets vindt plaats in tijden van crisis, of dat nu oorlog of economische rampspoed is. De maatschappelijke orde kan na een bepaald punt van belasting razendsnel ineen storten.”

Hier stelt hij religie nagenoeg gelijk aan stabiliteit, en dat is aantoonbaar onjuist. Religie creëert namelijk nog iets anders: onverdraagzaamheid jegens leden van andere groeperingen, en dan wordt het maar al te vaak oorlog.

Wade onderkent dat wel, maar orakelt doodleuk dat een zekere mate van agressie, wreedheid en bruut geweld er nu eenmaal bij hoort. Of, zoals hij schrijft: “De mensen van nu zijn niet de afstammelingen van degenen die het in die constante conflicten moesten afleggen, maar van de overwinnaars.”

Ten eerste is dat uiteraard niet waar, behalve als alle ‘verliezers’ steeds tot de laatste man en vrouw uitgeroeid zouden worden, maar bovendien heeft de ondergang van nazi-Duitsland toch wel aangetoond dat een overmaat aan eensgezindheid en blind geloof eveneens tot ontwrichting kan leiden. Om over de marxistisch- leninistische geloofsartikelen van Sovjet-Rusland en hun uitwerking op de ‘maatschappelijke orde’ in de Siberische strafkampen nog maar te zwijgen. Of denkt Wade soms dat een massaal aangehangen ideologie iets wezenlijk ánders is dan een religie?


Nou, in dat geval moet hij misschien eens te rade gaan bij V.S. Naipaul en zijn klassieke studie Among the Believers, waarin hij glashelder aantoont dat het verstarde islamitische gedachtegoed de belangrijkste reden is voor de sociaal-economische achterstand en de gevaarlijke, wijdverbreide rancune daarover in de Arabische wereld. Misschien moet het evolutieproces volte face maken en voor de verandering eens een atheïstisch gen gaan bevoordelen bij de voortplanting? Maar helaas, daar gaan natuurlijk weer millennia mee heen, en intussen worden overal ter wereld de psalmen aangeheven en de bidmatjes uitgerold.

Om kort te gaan, dit boek heeft mij allerminst in mijn geloof doen wankelen dat het geloof in onze moderne wereld eerder een vloek is dan een zegen.

Nicholas Wade: Het geloofsinstinct. Prometheus, €27,95. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Emma Brunt