Samba’s met diepgang

Que Beleza

Hoewel de trombone meestal een uitbundig, vrolijk, ietwat macho geluid heeft, klinkt het instrument op het album Que Beleza van The Ipanemas een beetje droevig en aangeslagen. Dat moet ook het gevoel zijn geweest toen in 2008 gitarist Neco, samen met drummer/percussionist Wilson das Neves oprichter van de groep, na de opnamen van het album Call of the Gods overleed. Het duo debuteerde aan het begin van de jaren zestig met Os Ipanemas, een album met de bandnaam als titel. De plaat bleef zo goed als onopgemerkt totdat Joe Davis, platenbaas van het Britse label Far Out Recordings, in een bak met tweedehandsplaten bij toeval op dit vergeten afro-sambameesterwerkje stuitte. Hij speurde de twee nog in leven zijnde bandleden op, en Que Beleza is alweer het vijfde album dat Davis met het herrezen Os Ipanemas maakte. Ondanks de doorleefde zangpartijen van Das Neves en een mooi gastoptreden van zangeres Andrea Martins is het toch de stem van de trombone van Vitor Santos die de sfeer van het album bepaalt. Breekbaar, aarzelend en net niet helemaal zuiver zingt het instrument, als een koperen Astrud Gilberto, over zijn gevoelens van afscheid, verdriet en berusting. In het klankbeeld wordt Neco eigenlijk niet eens zo gemist: José Carlos blijkt een waardig vervanger die de ritmische rechterhand van de overledene nauwgezet heeft bestudeerd. Het is het besef dat het aardse bestaan niet oneindig is, dat de samba’s van The Ipanemas een duistere diepgang geeft

Ruud Meijer