Turkije drijft af

Natuurlijk was Israël de gebeten hond na het enteren van een Turkse ‘vredesvloot’ die de blokkade van Gaza trachtte te doorbreken, een actie waarbij negen activisten de dood vonden. Internationaal reputatieverlies was het gevolg, en de blokkade is onder buitenlandse druk versoepeld. De grootste verliezer was echter niet Israël, dat handelend en naar eigen inzicht optrad, maar Barack Obama. De Amerikaanse president was van start gegaan met grote verzoeningsgebaren richting moslimwereld, en het Turkije van Recep Tayyip Erdogan speelt daarin een centrale rol. Obama bezocht Ankara nog eerder dan de Europese hoofdsteden waar zijn verkiezing met zoveel hoop was begroet en gaf de Turken het ‘respect’ waarop zij recht menen te hebben. Tot een doorbraak in het Midden-Oosten heeft het niet geleid.

Anderhalf jaar later is de presidentiële handreiking nergens in de moslimwereld aangenomen en moet Washington toezien hoe de relatie tussen de bondgenoten Turkije en Israël is verslechterd. En dit gebeurt niet onder George W. Bush, die ervan werd beschuldigd Israël de vrije hand te geven, maar onder een Democratische president. Eerder hebben Jimmy Carter en Bill Clinton zich bijzonder ingespannen voor vrede in het Midden-Oosten, met wisselend succes. Onder Carter kwam het eind jaren zeventig tot een akkoord tussen Israël en Egypte, maar daar stond de val van de sjah in Iran tegenover. Onder Clinton mislukte het ‘vredesproces’ tussen Israël en de PLO. Na het afwijzen van een voorstel van Ehud Barak liep Yasser Arafat in de zomer van 2000 uit Camp David weg. De PLO-leider koos voor een heldenrol tegen Israël en haalde zo de geest van de tweede intifada uit de fles.

Deze voorgeschiedenis laat zien dat de westerse diplomatie nooit veel vat op het Midden-Oosten heeft kunnen krijgen. Het enige plechtanker was Turkije, een trouw NAVO-lid dat met zijn rug naar de regio stond en aansluiting zocht bij Europa. Geen wonder dat de Amerikanen gefrustreerd zijn over de huidige gang van zaken, want ondanks het strategisch opwaarderen van Turkije gedraagt het land zich niet als de bondgenoot zoals het Witte Huis die graag ziet. Dat begon in 2003 bij de inval in Irak, waaraan het Turkse parlement onverwacht zijn medewerking ontzegde. Sindsdien is het anti-amerikanisme in Turkije toegenomen, hoewel Washington de islamitische regering-Erdogan lang als democratisch voorbeeld voor de regio heeft gezien. Daarbij gold het Turkse islamisme als gematigd, heel anders dan dat in Iran.


Maar nu is er de stemmingmakerij tegen Israël, die met het stuntwerk rond de Turkse ‘vredesvloot’ een hoogtepunt heeft bereikt. Obama mag de blokkade van de Gazastrook onhoudbaar hebben genoemd, dat weerhield de Turkse regering er niet van om in de VN-Veiligheidsraad met Brazilië en Libanon (waar Hezbollah sterk is) tegen een resolutie te stemmen die Iran moet isoleren. Eerder hadden de Turken en de Brazilianen – die met president Lula hun eigen ‘Obama’ hebben – al een nucleaire deal met Iran gesloten die de moellahs in staat moet stellen door te gaan met hun kernprogramma. Zeg maar gerust dat de Amerikaanse diplomatie daarmee te kijk is gezet.

Het gaat te ver om te stellen dat Turkije voor het Westen nu al verloren is. De ‘emancipatie’ onder Erdogan kon lang worden uitgelegd als logisch gevolg van de democratisering van Turkije, waarbij het islamitische karakter van het land wel naar boven moest komen. Het is ook niet aan het Westen om kritiek te hebben op een nieuw Turks buitenlands beleid, waarbij Ankara ‘nul problemen’ met de buurstaten nastreeft. Maar Israël valt daar blijkbaar buiten, terwijl de regering- Erdogan in eigen land steeds meer autoritaire trekjes vertoont en de oorlog tegen de Koerdische PKK weer oplaait. De echte lakmoesproef zal de reactie van Erdogan op een verkiezingsnederlaag zijn, maar intussen heeft hij al wel zijn eigen ‘Arafat- moment’ gecreëerd door zich op te werpen als pleitbezorger van de Palestijnse zaak en nieuwe held van de moslimwereld.

En net als Clinton in Camp David tien jaar geleden, staat Obama erbij en kijkt hij ernaar.

In deze context werpt de vraag ‘Who lost Turkey? ‘ zijn schaduw vooruit. De Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates maakte de EU alvast het verwijt dat de Turken naar alternatieven in het Oosten op zoek zijn nu ze in Brussel op afwijzing stuiten. Omgekeerd wijzen de Europeanen naar de Amerikaanse inval in Irak en het gedrag van Israël. Mij lijkt dat Erdogan zijn hand overspeelt door te denken dat het Westen Turkije meer nodig heeft dan andersom. Alle partijen in kwestie hebben met elkaar gemeen dat zij anderen de schuld geven van strategische taxatiefouten die zij zelf maken. Daar kan niets goeds uit komen.

import dirk jan van baar