Verbieden of stimuleren?

Werken islamitische scholen integratie tegen of bevorderen ze juist de emancipatie? Vier kenners over de toekomst van islamitisch onderwijs in Nederland.

Zeki Arslan, woordvoerder van het instituut voor multiculturele vraagstukken Forum, zegt dat veel moslimouders hun kinderen per se op een islamitische school willen hebben. “Volgens artikel 23 van de Grondwet heeft elke godsdienst recht op vertegenwoordiging in het onderwijssysteem. Echter, de vereiste kennis en ervaring om goed voortgezet onderwijs op te zetten is in islamitische kringen nog onvoldoende aanwezig.” Hij memoreert ook dat er een wetsvoorstel voor een acceptatieplicht is gedaan. Hierin staat dat het bijzonder onderwijs geen leerlingen van andere stromingen mag weigeren. “Dat houdt in dat het islamitisch onderwijs moet moderniseren en toegankelijker en aantrekkelijker moet worden voor andere groepen. Als de schoolbesturen dat niet doen, zullen er scholen sneuvelen.”

Arslan vindt ook dat het islamitische onderwijs een grote rol moet spelen in integratie, emancipatie en maatschappelijke solidariteit. “Dezelfde geloofsleer aanhangen of orthodoxie geeft geen waarborg voor goed onderwijs en leeropbrengsten. Experimenteren is geen optie – je hebt met kinderen en jongeren te maken. Als de islamitische scholen leerlingen, docenten en ouders aan zich weten te binden en het negatieve imago afschudden, is er een groot potentieel voor het islamitische onderwijs.”

Wilna Meijer is universitair hoofddocent wijsgerige pedagogiek te Groningen en schrijfster van het boek Traditie en toekomst van het islamitisch onderwijs (2006). Dat openbaar onderwijs integratie per definitie meer bevordert dan bijzonder onderwijs, is niet waar, zegt ze. “De pedagogische invloed van buitengesloten worden omdat je anders bent, is groot. Alleen wie zich veilig voelt, thuis en onder medeleerlingen, kan zich op het leren concentreren.” Ook vindt Meijer dat islamitisch onderwijs behouden moet blijven om fundamentalisme tegen te gaan. “Terwijl het internet een knip- en plakislam lijkt te bevorderen en de traditionele islamitische opvoeding draait om vaste regels over wat wel en niet mag, kan islamitisch onderwijs stimuleren tot nadenken en tot het kritisch bekijken van de islamitische teksten, zoals de Koran.” Juist daar ziet zij het potentiĆ«le voordeel van bijzonder onderwijs voor moslims in het huidige Nederland: “Juist godsdiensten die hier relatief nieuw zijn, worden in de nieuwe context voor nieuwe vragen gesteld. De eigen religieuze traditie en de bronteksten daarvan verdienen hernieuwde aandacht, herlezing en doordenking, om de relevantie ervan opnieuw te bepalen. Wat houdt het in om hier en nu moslim te zijn?” Dit stelt natuurlijk wel hoge eisen aan de kwaliteit van het onderwijs, vindt ook Meijer. “Er is zeker ook in het hoger onderwijs voor en door moslims nog veel intellectueel werk te doen voor de ontwikkeling van een actuele islam.”


Abdel Boulal, pedagoog en oprichter van het Intercultureel Pedagogisch Adviesbureau (ICP) in Purmerend, vindt het een goede zaak dat iedereen gebruik kan maken van de vrijheid van onderwijs. “Door naar een school te gaan die aansluit bij wat je van huis uit meekrijgt, kun je je identiteit versterken. En, zoals oud-staatssecretaris Jacques Wallage al zei, je kunt pas integreren als je weet wie je bent.” Dat islamitisch onderwijs voor veel meisjes wel erg prettig kan zijn, heeft Boulal begrepen van leerlingen. “Op een islamitische school hoeven ze nooit antwoord te geven op de vraag waarom ze een hoofddoek dragen of niet mee gaan op schoolreisjes, en kunnen ze zich concentreren op het studeren.” Toch kiezen ouders eerder een school op basis van professionaliteit en kwaliteit dan op de eigen normen en waarden, vindt ook Abdel Boulal.

Edu Dumasy, leraar transculturele pedagogiek op de Hogeschool Windesheim, heeft zijn eerdere ervaringen als onderwijsbegeleider en interim-directeur voor islamitische scholen te boek gesteld in Kwaliteitsdilemma’s van islamitische scholen, (2008). Hij is geen tegenstander van bijzonder onderwijs, maar raakte teleurgesteld in het islamitische onderwijs omdat hij zag dat schoolbesturen op autoritaire wijze het personeel hun beleid oplegden. Veel schoolbestuurders functioneren volgens hem onder de maat; onder het mom van het nastreven van de islamitische identigeit zijn ze uit op macht, status en eigenbelang. Dumasy: “Als de islamitische schoolbesturen deskundig zijn, de leerlingen goed leren inburgeren, de leerkrachten echte rolmodellen zijn, de scholen goed gaan samenwerken met andere Nederlandse scholen en er lesmethodes worden gebruikt waarbij leerlingen zelf leren nadenken, dan is er zeker toekomst.” Dumasy is optimistisch: “Er komt nieuwe wetgeving die het makkelijker maakt om ondeskundige en malafide schoolbesturen te ontslaan.”

import onderwijs