Verjaagd naar het getto

De ‘babbelende sportverslaggeefster’ Annet van Trigt vertrekt weliswaar bij Radio 4, maar de ‘vervlakking en debilisering’ van het klassieke muziekleven zet volgens de liefhebbers onverminderd door. ‘Als we geen smoel tonen, maakt de klassieke muziek zichzelf overbodig.’

Kijk, dat bedoel ik nou,” zegt Paul Beers terwijl we de werkkamer van zijn idyllische boerderij in de Betuwe binnenlopen. Hij wijst op de radio, zo’n goedkoop model gettoblaster. Beers: “Zitten ze weer te lullen. Moet ik hier nu horen of Arjen Robben naar Zuid-Afrika gaat? Ik luister naar Radio 4 om muziek te horen.

Waarom moet ik al dat geleuter opgedrongen krijgen? Wie verzint zoiets?”

Beers was twee jaar geleden de initiator van actiegroep Katdebel. Nou ja, actiegroep is wel een heel zwaar woord. Er was weliswaar een heus comité van aanbeveling met kopstukken als Henk Hofland, Hans van den Bergh en Rudy Kousbroek, maar van een echte verzetsgroep die wekelijks bij elkaar kwam om plannen te beramen en verbale aanslagen te plegen, was geen sprake. Beers: “Het initiatief ontstond spontaan als reactie op ingezonden brieven in de VPRO Gids van boze luisteraars (Charles Crombach, Ceciel Latooij) die al die hapklare brokken en kletspraatjes in de ochtendprogrammering op Radio 4 zat waren. Wij fulmineerden tegen de komst van Maartje van Weegen als presentatrice en het verdwijnen van een alom gewaardeerd programma als bijvoorbeeld het Ochtendconcert. Wij voelden en voelen ons als serieuze klassieke-muziekliefhebbers geschoffeerd.”

Enkele jaren geleden begon zendercoördinator Marwil Straat aan de formule van de ochtendprogrammering te sleutelen. De luistercijfers overdag moesten omhoog, en dus kwamen er bekende namen, een verzoekplatenprogramma en vrolijke telefoonspelletjes. Het huiselijke en plechtige gebabbel van Maartje bij het programma De Klassieken stuitte weliswaar op veel verzet bij de harde kern van trouwe luisteraars, de pleuris brak pas echt uit toen sportverslaggeefster Annet van Trigt per 1 januari 2010 het ochtendprogramma Van Trigt tot negen ging presenteren met een combinatie van zware en lichte nieuwsberichten en muziek. Van Trigt stapelde blunder op blunder. Babbelde door Vivaldi’s Mandolineconcert heen alsof het muzak betrof, sprak componistennamen verkeerd uit en verwarde het Pianoconcert Nr. 27 van Mozart met het lied Sehnsucht nach dem Frühling. Het is slechts een kleine greep uit de vele flaters. Een stroom aan boze reacties was het gevolg. Het Radio 4 Forum werd zelfs tijdelijk gesloten, een unicum in de Nederlandse mediageschiedenis.


Van Trigt heeft inmiddels haar vertrek bij Radio 4 aangekondigd, omdat ze het niet meer zou kunnen combineren met andere werkzaamheden. Je zou dus denken dat het feest is in huize Beers. Maar nee. Beers: “Van Trigt is weg, maar aan die formule zal wel niet getornd worden. Er zullen vermoedelijk hooguit poppetjes worden vervangen. We worden als echte muziekliefhebbers nog steeds niet serieus genomen. Hoe kun je genieten van klassieke muziek als die voortdurend wordt onderbroken door schreeuwende reclameblokken, nieuwsberichten en gebabbel? De jacht op de luistercijfers resulteert in vervlakking en debilisering.”

Beers, vertaler van professie, is een verknocht Radio 4-luisteraar. “De radio staat hier overdag aan ter lering, vermaak en inspiratie. Ik vind het prettig om me te laten verrassen met minder bekende muziek, maar helaas gebeurt dat weinig meer. Zeker in de ochtenduren is het allemaal meer van hetzelfde. Een potpourri van bekende deuntjes. Jammer, want veel trouwe luisteraars willen dat helemaal niet. Twintig jaar geleden heb ik Schubert ontdekt via de radio. Ik stond bij het station op mijn vrouw te wachten en opeens klonk er een hemels pianotrio. Ik dacht: wat is dit? Zo begon mijn fascinatie voor de muziek van Schubert. Het laten horen van minder bekend repertoire is ook een functie van de publieke omroep. Anders kun je net zo goed commercieel worden. Laatst dacht ik geluk te hebben. Ze zouden oude opnames van Hans Henkemans uitzenden. Bleek er iets mis te zijn met de techniek, en wat kreeg ik voorgeschoteld? Het Vioolconcert van Tsjaikovski. Waarom op zo’n moment geen muziek van andere Nederlanders als Flothuis, Escher, Vermeulen of Diepenbrock?”


“Het probleem is dat alles tegenwoordig in formats wordt bedacht,” zegt Rolf den Otter, docent User Design en Branding aan de Hogeschool Rotterdam. “Als je gewoon van klassieke muziek houdt, wordt het steeds lastiger om ‘gewoon’ naar concerten te gaan, of ‘gewoon’ naar een – volledig! – stuk klassieke muziek op de radio te luisteren. Het lijkt alsof de muziek zelf niet genoeg meer is om te verantwoorden dat het gespeeld kan worden. Er moet allerlei liflaf omheen. Alsof Rembrandt op zichzelf niet meer in een museum mag hangen, maar altijd zijn relatie met Suske en Wiske moet laten zien, want ja… wie houdt er nu niet van Suske en Wiske?

“Laatst zat ik naar een opname van André Rieu met de aria O mio bambino caro te kijken. Zoiets doet het perfect op televisie, maar het is een oversentimentele draak van een uitvoering. Het is een slap aftreksel van het oorspronkelijke werk, maar tegelijkertijd zie je dat mensen in het publiek helemaal uit hun dak gaan. De camera registreert menige traan van ontroering. Zie hier het dilemma: zo’n opgedirkte O mio bambino caro stuit mij als klassieke-muziekliefhebber vreselijk tegen de borst, maar moet ik die mensen daarom hun pleziertje ontnemen? Ze zijn echt ontroerd. Nee natuurlijk, maar tegelijkerijd realiseer ik me dat het van kwaad tot erger gaat. Kwaliteit komt steeds meer in de verdrukking. Voor hardcore Bach is straks geen plek meer. Die valt straks alleen nog op internet te beluisteren.”

Terwijl klassieke muziek steeds meer naar de randen van het publieke domein verdwijnt, is er op internet een toename aan klassieke-muzieksites. Daar zitten prachtige initiatieven tussen, zoals Monteverdi TV, waar concerten rechtstreeks worden uitgezonden, en de AVRO-site. Een opmerkelijk initiatief is afkomstig van musicologe Martine Mussies. Haar internetmagazine Encore!Magazine telt zo’n vierenhalfduizend jonge lezers. Mussies: “De jongeren van nu zijn niet meer dezelfde als die van dertig jaar terug. Vroeger luisterde je als jongere naar Bach omdat je ouders dat deden. Tegenwoordig doe je dat omdat je er zelf iets mee hebt. Omdat je er iets over hebt gelezen op internet, of omdat je muziek bij een film of commercial hebt gehoord. Klassieke muziek is voor veel jongeren niet meer een zelfstandig fenomeen, maar iets dat deel uitmaakt van de wereld om hen heen, en die is zo groot als Google kan zoeken. Jongeren schnabbelen hun identiteit al googelend op internet bij elkaar, en dat maakt het veel gemakkelijker om iets te kiezen dat bij je past en dat niet mainstream is. Ze zien een interviewtje met Janine Jansen in de Fancy, gaan googelen, komen bij mijn site uit en willen dan ook wel iets horen. Op dat soort ontwikkelingen moeten concertprogrammeurs en Radio 4 beter inspelen: met themakanalen (zoals de Concertzender dat doet) of met jongerenprogramma’s op radio en internet.”


Maar bij Radio 4 willen ze daar niet aan, klaagt Mussies. “Een goed jongerenprogramma ontbreekt. Jammer, want jongeren willen niet op zo’n zware, oubollige manier worden toegesproken. Daarmee wil ik niet zeggen dat een specialistisch programma als Discutabel – waarin specialisten klassieke cd’s beoordelen – moet verdwijnen; dat is al jaren een ijzersterke formule. Maar waarom kan men daar nou niet op een iets toegankelijker manier communiceren? Ik denk vaak: leg nou eens uit wat je hoort, zodat ook de minder gestudeerde muziekliefhebber er iets van begrijpt. Wijs de luisteraars de weg.”

Mussies denkt overigens dat het fenomeen radio als zelfstandig medium achterhaald is. “Het is eenrichtingsverkeer. Jongeren van nu willen interactief luisteren. Die willen meteen kunnen zeggen wat ze ervan vinden en het met anderen delen. Die gaan niet zitten wachten op de mening van een of andere hotemetoot. Ze vinden iets cool of niet. Ze moeten zich ergens mee kunnen identificeren.”

Toch kun je je afvragen of klassieke muziek door de vlucht naar internet niet langzaam uit het publieke domein zal verdwijnen, waardoor het steeds moeilijker wordt om geld te vinden voor mooie programma’s en de muziek dus steeds verder marginaliseert. Is een community niet gewoon een ander woord voor getto?

“Die indruk heb ik soms wel,” zegt Maarten Brandt, muziekadviseur en publicist. “Klassieke muziek heeft net als elke andere serieuze kunstvorm bestaansrecht binnen het publieke domein, maar die mening is allang geen vanzelfsprekendheid meer. Die houding van ‘gooi het maar op internet’ vind ik kwalijk. Begrijp me goed, ik heb niets tegen internet als daardoor meer mensen de weg naar de concertzaal vinden, maar ik geloof niet dat het een vervanging van de concertzaal is. Luisteren naar Mozart via internet is net zoiets als gehaktballen uit de muur halen en denken dat het culinair is. Het is, zoals de legendarische dirigent Sergiu Celibidache ooit over de cd zei, ‘neuken met een foto van Brigitte Bardot’. De geluidskwaliteit is te slecht.”


Toch investeren al die orkesten tegenwoordig in internet. Bij de Berliner Philharmoniker kun je tegenwoordig zelfs live concerten bekijken. Brandt: “Ja, dan zit je naar dirigent Simon Rattle te kijken op zo’n klein schermpje en hoor je zo’n ingeblikt geluid. Dat leidt tot meer vervlakking en marginalisering, want er groeit een generatie op die het verschil niet meer hoort tussen de kwaliteit van een echt concert en de afgeleide vormen. Zo komt kwaliteit steeds meer in de verdomhoek te staan.”

Brandt is boos. Boos op de ‘cryptofascistische manier van denken over kunst’ die tegenwoordig bijna vanzelfsprekend aan het worden is. Brandt: “Zelfs verstandige mensen hoor ik vandaag de dag beweren dat klassieke muziek vooral laagdrempelig moet zijn. Dat het voor iedereen consumeerbaar moet zijn. Onzin. Bachs Hohe Messe was ook in Bachs tijd geen laagdrempelig werk. Het is alsof hoge en lage kunst niet meer mogen bestaan. Hoge kunst is elitair en elitair is in het huidige McDonald’s-tijdperk een negatief begrip. Maar elitair betekent niet meer of minder dan ‘datgene dat zich onderscheidt’. Zo bezien is een keuterboer in Gelderland net zo elitair als een operaliefhebber of een Stockhausenadept. Laatst las ik een mooie uitspraak van Bas Heijne. Die stelde dat ‘het vaak gehoorde argument dat de massa moet meebetalen aan de hoge kunst onzin is, want de elite betaalt ook mee aan het vermaak voor de massa’. Ik betaal, terwijl ik niet van voetbal hou, ook mee aan de kosten voor al die voetbalrellen en overheidssubsidies aan amateursclubs.”

De marginalisering van de klassieke muziek betreft niet alleen de ontwikkeling bij Radio 4. Je ziet het overal in het kunst- en cultuurcircuit terug. Recentelijk schreef het vakblad De Theatermaker dat er tussen 2001 en 2009 dertig procent minder recensies in de landelijke dagbladen verschenen op het gebied van theater. Ensembles klagen steen en been dat ze hun producties nog slechts voor minimale uitkoopsommen in theaters kwijt kunnen, en met moeilijke muziek moeten ze al helemaal niet aankomen. Wie door de programmaboeken van de landelijke orkesten dwaalt, schrikt zich een hoedje: de marketing- en pr-meisjes hebben er onder het mom van laagdrempelige thematische programma’s vrolijke reisgidsen van gemaakt: bij de één vind je romantiek in Tsjechië, bij de ander ga je op een muzikaal reisje langs de Rijn. En dan heb je natuurlijk ook nog de zonovergoten muziek van Bizet, de Hongaarse passie van Bartók en wie gaat er mee op het zoveelste tripje over de Moldau. Het lijkt er steeds meer op dat klassieke muziek enkel nog bestaansrecht heeft als licht verteerbaar consumptieartikel.


Brandt: “Dat komt doordat de pr-jongens en marketingmanagers de macht hebben overgenomen. Twintig jaar geleden bestond er nog een strikte scheiding tussen artistieke en commerciële belangen. Artistiek leiders en programmeurs als wijlen Marius Flothuis (Koninklijk Concertgebouworkest), Jan Zekveld (VARA-matinee) en Piet Veenstra (Residentie Orkest) genoten een grote artistieke vrijheid. Zij konden op basis van kennis en ervaring interessante programma’s samenstellen, maar tegenwoordig moeten programmeurs zich vaak voegen naar het management, en dat wil uit angst voor lege zalen het liefst alleen maar Beethoven en Eine kleine Nachtmusik spelen. Het is een kortzichtige Pavlov-reactie. Als je te veel zoete bonbons eet, raak je verzadigd. Dat is wat er nu in het muziekleven gaande is. Met Mozart en Beethoven trek je ook geen volle zalen meer. Dan denk ik: toon dan smoel, want als we zo doorgaan, maakt de klassieke muziek zichzelf overbodig.”

Oswin Schneeweisz