Het droomdebuut van Franca Treur

Met Dorsvloer vol confetti debuteerde Franca Treur in 2009 met een succesvolle gezinsroman over de Zeeuwse orthodoxe boerengemeenschap. Toch dook de van haar geloof gevallen schrijfster aanvankelijk niet in haar eigen verleden. ‘Ik wilde het niet hebben over mijn bevindelijk-gereformeerde achtergrond.’

Van haar huidige vakgenoten kent Maarten ’t Hart haar het langst. “Toen Franca nog Nederlands studeerde in Leiden, heeft ze voor een studentenblaadje van een zeer orthodox-gereformeerde studentenvereniging een interview met mij gemaakt. Dat is al vele, vele jaren geleden, dus daar ken ik haar van.”
Dat was dus lang voordat Franca Treur als dertigjarige haar droomdebuut maakte in de Nederlandse literatuur met de roman Dorsvloer vol confetti. Het boek verscheen in oktober 2009; negen maanden later ligt de zeventiende druk in de boekhandel en zijn er 76.251 exemplaren verkocht.

Meer dan de schrijfster zelf zag de uitgeverij de bestsellerpotentie van het boek. “Niet dat ze dít succes zagen aankomen. Maar ze zagen er wel iets in. Dat bleek wel uit het feit dat ze de aanbiedingsfolder ermee openden,” zegt ze. “Ik was tijdens het schrijven niet erg bezig met de vraag hoeveel mensen het boek zouden gaan lezen. Ik vroeg me meer af wat mensen in mijn directe omgeving ervan zouden vinden. Toen het boek bijna af was, merkte ik wel dat ik opgewonden was over wat ik tot nu toe had geschreven. Dat was enorm motiverend.”
Mai Spijkers is de man die haar al in een vroeg stadium in de gaten had. Hij had uitgeverij Prometheus, die deel uitmaakte van de boekendivisie van PCM en waarvan hij de directeurstoel bezette, nog niet losgekocht van het moederbedrijf, toen hij het stuk las waarmee Franca Treur een essaywedstrijd van nrc.next (toen nog óók PCM) met het thema ‘macht en onmacht’ had gewonnen. Het heette: Go go go! Maak iets van je leven, maar wat?
Spijkers: “Ik vond dat een boeiend verhaal. Daarom heb ik haar opgebeld om eens kennis te maken. Het klikte tussen ons. Het was een vrij open gesprek. Ik vroeg: ‘Wat ga je nog meer doen?’ Waarop zij zei: ‘Ik ben met een roman bezig.’ Later bleek dat ze dat alleen maar tegen me had gezegd om indruk op me te maken. Ik denk dat ze ter plekke bedacht: dat moet ik maar eens gaan doen.”

Lees de rest van het artikel in HP/De Tijd van deze week

Frank van Dijl