Interview met de Britse auteur Julia Blackburn

In het oeuvre van de Britse auteur Julia Blackburn vervagen de grenzen tussen feiten en fictie. In het autobiografische Wij Drieën beschrijft Blackburn hoe zij haar eerste twintig jaren doorbracht met een aan pillen en alcohol verslaafde vader en een hedonistische, jaloerse, lichtelijk nymfomane moeder.

Het geeft altijd een merkwaardig gevoel wanneer je de meest intieme details weet uit het leven van iemand die je nog nooit eerder hebt ontmoet. Van de vrouw die mij de hand schudt, weet ik alles over haar seksuele ontwaken in de jaren zestig, vanaf de eerste coïtus tot aan het moment dat zij opeens geen orgasmen meer kreeg. Ik weet van haar verhouding met een minnaar van haar moeder (een ruim dertig jaar oudere Geoffrey die uiteindelijk zelfmoord pleegde), ben op de hoogte van het feit dat haar moeder haar letterlijk als schild gebruikte tegen een gewelddadige vader, een ietwat gemankeerde dichter die een homoseksuele verhouding had met de gerenommeerde schilder Francis Bacon. En dan was er nog haar experimentele drugsgebruik met middelen als LSD. Toch heeft die dramatische jeugd Julia Blackburn niet klein gekregen. De Britse, met een Nederlander getrouwde vrouw – ‘wij kunnen Nederlands spreken als je wilt’ – oogt vrolijk, stabiel en zelfbewust. “De belangrijkste reden dat ik destijds niet ingestort ben,” vat ze haar wonderbaarlijke veerkracht samen, “is dat ik zeker wist dat mijn vader daar dan over zou gaan schrijven.”

Uiteindelijk was het de dochter die over haar vader zou gaan schrijven. En over haar moeder, een egocentrische vrouw die op haar sterfbed pas leek te beseffen wat zij haar dochter had aangedaan. Met het zinnetje ‘Nu kun je over mij gaan schrijven, niet?’ gaf zij haar dochter de ruimte om de turbulente gebeurtenissen uit haar jeugd op een rijtje te zetten en een plaatsje te geven. ‘Dit is het verhaal van drie mensen,’ schrijft Blackburn. ‘Het is het verhaal van twee ouders en ons drieën, maar ook het verhaal van de gecompliceerde, onwerkelijke driehoeksverhouding die ontstond tussen mij, mijn moeder en de reeks van eenzelvige mannen die in ons leven kwamen nadat mijn vader was vertrokken.’

Lees de rest van het artikel in HP/De Tijd van deze week

Ruud Meijer