Taalles voor nieuwkomers

Geert Wilders wil af van ‘linkse hobby’s’ zoals het subsidiëren van allerlei culturele en welzijnsprojecten. Terecht? HP/De Tijd ging als vrijwilliger aan de slag bij een conversatieles voor nieuwe Nederlanders. ‘Ik ben baby gevallen.’ Slot van een drieluik.

Zonder taal ben je nergens. Om in een nieuw land te kunnen meedraaien, moet je met mensen kunnen communiceren. Helaas ontdekte beleidmakend Nederland dit rijkelijk laat. Pas sinds kort stellen we harde taaleisen aan immigranten. In 1998 voerden we een inburgeringsverplichting voor nieuwkomers in en dus een verplichting om de taal te leren. Sinds 2007 is de Wet Inburgering van toepassing op alle immigranten in Nederland – ook op oudkomers. Eigen verantwoordelijkheid nemen was ook een optie geweest voor de nieuwkomers, ware het niet dat er bijna geen aanbod van taalles was vóór de instelling van het officiële integratiebeleid. Dan moet je als immigrant dus maar net die leuke buren hebben die jou Nederlands willen leren.

Door de recente regels is intussen een heuse inburgeringsindustrie op gang gekomen. Toch zijn er nog steeds nieuwe Nederlanders die buiten deze integratie-ijver vallen. Mensen die al in Nederland waren en ook een Nederlands paspoort hebben, maar zich in het dagelijks leven niet goed kunnen redden. Analfabeten die twee keer een alfabetiseringscursus volgden, maar hiervoor niet slagen en vervolgens het predikaat ‘hopeloos’ meekrijgen. Of immigranten die wel het inburgeringstraject hebben gevolgd, maar nog steeds een laag taalniveau hebben en graag beter willen worden. Vaak zijn het vrouwen. Zij komen niet veel buitenshuis en spreken daardoor weinig anders dan hun moedertaal. Hun Nederlands is slecht en blijft dat ook als ze zich niet in Nederlandstalige kringen begeven. Zij komen bij Taalwijzer terecht. Voor conversatieles.

Lees de rest van het artikel in HP/De Tijd van deze week

Karen Geurtsen