Alles begint met taal

Geert Wilders wil af van ‘linkse hobby’s’ zoals het subsidiëren van allerlei culturele en welzijnsprojecten. Terecht? HP/De Tijd ging als vrijwilliger aan de slag bij een conversatieles voor nieuwe Nederlanders. ‘Ik ben baby gevallen.’ Slot van een drieluik.

Zonder taal ben je nergens. Om in een nieuw land te kunnen meedraaien, moet je met mensen kunnen communiceren. Helaas ontdekte beleidmakend Nederland dit rijkelijk laat. Pas sinds kort stellen we harde taaleisen aan immigranten. In 1998 voerden we een inburgeringsverplichting voor nieuwkomers in en dus een verplichting om de taal te leren. Sinds 2007 is de Wet Inburgering van toepassing op alle immigranten in Nederland, ook op oudkomers. Eigen verantwoordelijkheid nemen was ook een optie geweest voor de nieuwkomers, ware het niet dat er bijna geen aanbod van taalles was vóór de instelling van het officiële integratiebeleid. Dan moet je als immigrant dus maar net die leuke buren hebben die jou Nederlands willen leren.

Door de recente regels is intussen een heuse inburgeringsindustrie op gang gekomen. Toch zijn er nog steeds nieuwe Nederlanders die buiten deze integratie-ijver vallen. Mensen die al in Nederland waren en ook een Nederlands paspoort hebben, maar zich in het dagelijks leven niet goed kunnen redden. Analfabeten die twee keer een alfabetiseringscursus volgden, maar hiervoor niet slagen en vervolgens het predikaat ‘hopeloos’ meekrijgen. Of immigranten die wel het inburgeringstraject hebben gevolgd, maar nog steeds een laag taalniveau hebben en graag beter willen worden.

Vaak zijn het vrouwen. Zij komen niet veel buitenshuis en spreken daardoor weinig anders dan hun moedertaal. Hun Nederlands is slecht en blijft dat ook als ze zich niet in Nederlandstalige kringen begeven. Zij komen bij Taalwijzer terecht. Voor conversatieles.

Samira* (41) vertelt. Gehuld in een alles behalve haar gezicht bedekkende donkerblauwe jurk beschrijft ze hoe ze negentien jaar geleden vanuit Marokko naar Nederland kwam. De eerste twee jaar woonde ze met haar kersverse man bij haar schoonouders en twee zwagers in. Dat was in Amsterdam-Oost, waar ook haar eerste kind geboren werd. Daarna verhuisde ze naar Amsterdam-West. Inmiddels heeft ze zes kinderen, de jongste is bijna vier.


Op mijn eerste dag als vrijwilliger bij Taalwijzer is het lesonderwerp ‘wonen’. Beurtelings vertellen de dames – want het zijn enkel dames – over hun eerste huis in Nederland. Samen met medevrijwilligster Yvonne (40) en zes cursisten zit ik aan een houten ovale vergadertafel in een gemeentepand in het Amsterdamse Slotervaart. Yvonne is opgeleid als vertaler, maar doet in haar huidige functie als IT’er bij een reisbureau niks met haar taalachtergrond. Dat vindt ze jammer. Nu gebruikt ze haar wekelijkse drie atv-uren om als vrijwilliger bij de taalles bij te springen. Gezamenlijk bereiden we de lessen voor. Yvonne vindt het leuk om met de dames te werken, maar wel pittig naast een fulltimebaan.

Samira praat snel en is goed verstaanbaar. Moeilijke zinnen zijn nog ingewikkeld, maar haar taalniveau is hoog in verhouding tot de rest van de groep. Als de coördinatrice van het project, Barbara (49), mij na de les meedeelt dat zij juist de enige is die niet met mannen in een cursusgroep wil, ben ik verbaasd. Ze komt zo slim, vlot en krachtig over. Ze is de ijverigste cursiste en wil zich graag ontwikkelen. Zo vertelt Samira dat ze naar lezingen gaat en naast beter Nederlands, Arabisch aan het leren is. Haar principes vindt Samira echter nog belangrijker. En dit is dan de enige cursus die ze kan volgen. Soit.

Zo goed als Samira zich kan uitdrukken, zo moeizaam gaat het bij sommige anderen. Turkse overblijfmoeder Medina (33), die naast mij zit in het kale vergaderkamertje, schrijft keurig alle zinnetjes foutloos op. Ze vertelt trots dat ze op niveau drie zit met schrijven. Daarmee mag je naar het mbo. Qua spraak kan ze daar echter niet aan tippen.


De wekelijkse opkomst is nogal wisselend bij onze lesgroep. De ene keer zijn er tien vrouwen, de andere keer maar vier. Dit heeft alles te maken met de manier waarop de dames in het leven staan, die doet denken aan de Nederlandse vrouw in de jaren vijftig. Het gezin komt op de eerste plaats, de zorg ligt volledig bij de dames en economische onafhankelijkheid heeft geen prioriteit. Individuele ontwikkeling ook niet. Vandaar dat een braderie bij de moskee of een vrije dag van de kinderen bij ons klasje meteen voor afwezigheid in groten getale zorgt. Dan moet er gebakken worden, en gezorgd. En dat gaat vóór moeders conversatieles.

Het onregelmatige bezoek is jammer. Je merkt het direct als een dame een paar keer niet is geweest. Naast het feit dat het jammer is, heeft het voor sommige deelneemsters serieuze gevolgen. Niet iedereen is hier namelijk vrijwillig. De Dienst Werk en Inkomen (DWI) heeft Taalwijzer aangewezen als Sociale Activeringsplaats voor mensen die een uitkering krijgen. Zij móeten dus hun afspraken nakomen of een goede reden hebben om dat niet te doen. Zo niet, dan wordt dat aan hun klantmanager doorgegeven en heeft dat gevolgen voor hun uitkering. Het is trouwens ook de DWI die de coördinatie, de huur en het lesmateriaal voor de cursussen betaalt. De uitvoering wordt gedaan door vrijwilligers.

Heren zijn nergens te bekennen bij de Taalwijzergroepen die ik tegenkom. Zij melden zich minder aan. Mannen kunnen meestal wel lezen en schrijven en hebben bovendien een baan. Barbara: “Het is lastig één man tussen allemaal vrouwen te plaatsen. We praten toch vaak over vrouwenonderwerpen. Als het er een paar zijn, kan het wel. Maar eentje? Dus dan zoeken we liever een andere oplossing.”


Eigenlijk hebben ze bij Taalwijzer nooit te maken met mensen die echt niet willen. Vaak zijn er bepaalde omstandigheden in een gezin die maken dat de dames wegblijven. Fatima (42) heeft bijvoorbeeld drie oudere gehandicapte kinderen die ze niet alleen kan laten. Als zij onverhoopt geen opvang heeft, kan ze dus simpelweg haar huis niet uit. Nuran (40) is al een hele tijd ernstig ziek en komt alleen als ze voldoende energie heeft. Maar toen Medina een keer te laat kwam omdat ze nog ontbijt moest maken voor haar man, was dat absoluut geen tolerabel excuus. Daar waren alle dames het over eens. Unaniem besloten ze dat hij dat dan maar zelf moest maken: “Daarvoor mag jij niet te laat komen. Afspraak is afspraak.”

Voor de lessen hoeven de dames niet te betalen, tenzij ze meer dan twaalf uur per week werken. Dan kost het twintig euro. Ik vind het vreemd, maar Barbara licht toe dat het voor de mensen die wel werken toch peanuts is en dat mensen die werken zich bovendien vaak wel redden in de Nederlandse taal.

Meer nog bevreemdt het me dat de mensen die een uitkering krijgen dertig euro onkostenvergoeding per maand ontvangen als ze de conversatieles volgen. De reden daarvoor is dat een uitkering niet overhoudt. Zelfs de reiskosten naar zo’n conversatieles kunnen er dan al in hakken. Blijft er dan wel motivatie over om te gaan werken, vraag je je af.

Conversatieles klinkt als een theekransje, en dat is het ook. De dames nemen vaak wat lekkers mee en zitten gezellig te beppen. Maar het is wel degelijk zinvol. De onderwerpen die we bespreken zijn praktisch, want gericht op het dagelijks leven. En dat de vrouwen buiten de deur komen en Nederlands praten, is hoe dan ook winst. Ze verbreden hun horizon en hebben bovendien plezier in het oefenen van gesprekjes. Vooral met de buurvrouw.


“Ik ben baby gevallen,” aldus Medina.

“Je bent ván een baby bévallen,” verbetert Yvonne.

“Bevallen?”

“Ja, bevallen heeft twee betekenissen. Iets fijn of goed vinden en de geboorte van een baby.”

Fatma (33) doet net alsof ze een cadeautje meeneemt voor de recent bevallen buurvrouw. Tijdens het gesprek blijft ze maar met het schriftje, dat dienst doet als cadeautje, in haar handen zitten. “Geef je nog het cadeau?” onderbreekt Medina haar ongeduldig halverwege het gesprek.

Maar Fatma weigert: “Ze vraagt mij niet eens binnen voor koffie. Dan geef ik ook geen cadeau.”

Hilariteit alom.

Aan theorieregels en schrift wordt weinig gedaan. De Turkse deelnemers kunnen meestal wel lezen en schrijven, maar veel andere cursisten zijn analfabeet. Lezen is dan gewoon niet haalbaar. Het gaat er vooral om dat de vrouwen zich in het dagelijks leven kunnen redden. Gezondheid bijvoorbeeld is een belangrijk onderwerp, maar ook actualiteiten. Omdat mijn eigen groep best ambitieus is, raadt Barbara aan het over politiek te hebben.

Vrijdagochtend voor de verkiezingen zit ik dus met laptop en al klaar in ons kale vergaderkamertje. De opkomst is gemiddeld met zeven dames die zich melden. Ik open de stemwijzer voor analfabeten en loop, met de storend zoemende airco op de achtergrond, samen met de dames een aantal stellingen door.

‘Softdrugs moeten volledig worden gelegaliseerd’ levert een breedgedragen ‘nee’ op. Ook mag er van de dames flink hoger gestraft worden.

De stelling ‘Ouderen die vinden dat hun leven voltooid is, mogen met professionele hulp een einde aan hun leven maken’ is een twijfelgeval.

“Nee, dat mag niet van Allah,” is het stellige antwoord van Hatice (47), terwijl Nuran daar toch wat progressiever over denkt: “Ja, maar als je heel ziek bent. Dan mag dat wel.”


“Deze is moeilijk,” voegt Fatma er aan toe.

Ook orgaandonatie ligt ingewikkeld. Sommige dames zijn streng in de leer, waar anderen zich best wat voor kunnen stellen bij het helpen van anderen met jouw organen, als jij er zelf toch niks meer aan hebt.

Dat het taalniveau niet erg hoog is, maakt het soms lastig om nuances uit te leggen. Maar het is goed om te zien dat een aantal dames geïnteresseerd meedoet en niet alleen denkt ‘dat regelt mijn man wel’. Als ik de week daarop vraag wie er gestemd heeft, blijkt dat alle dames die over een Nederlands paspoort beschikken hun burgerplicht hebben vervuld. Daar word ik toch wel een beetje trots van.

Wanneer ik bij Barbara religie als lesonderwerp opper, waarschuwt ze me dat dat glad ijs kan zijn. Dan raak je al snel in de discussie verzeild van ‘wie is de beste gelovige; die met de hoofddoek die elke dag bidt of zij met het losse haar die haar eigen band met God onderhoudt?’ Afgelopen kerst had ze wel een stapel bijbels meegenomen en het kerstverhaal uitgelegd. “Dat vinden de dames leuk en dan probeer ik bijvoorbeeld ook verbanden te leggen met het offerfeest.”

Ook solliciteren komt aan bod in onze lessen, want daar moet zo’n cursus natuurlijk uiteindelijk toe leiden. Of in ieder geval tot maatschappelijke participatie. Fatma wil graag werken en is ook aan het solliciteren, maar er is geen werk voor haar. “Ik wil in de kinderopvang of schoonmaken, maar taal is nog niet goed genoeg.” Medina wil niet werken. Ze is overblijfmoeder en dat vindt zij, en vooral haar man, genoeg. Tussen neus en lippen door vertelt ze wel dat haar kinderdroom altijd was om bij de politie te gaan. “Misschien, ooit…” is haar stille conclusie. Als overblijfmoeder verdient Medina natuurlijk wel wat en de voordelen van economische onafhankelijkheid beginnen bij haar wel door te sijpelen. Wanneer Fatma haar sollicitatieplannen uiteenzet, merkt Medina op: “Ja, eigen geld verdienen is toch anders.”


Moderne Nuran zou wel een baantje als secretaresse willen, maar haar gezondheid laat het niet toe en Farhat (48) werkte jaren in een bedrijfskantine, maar sinds ze oma is, heeft ze het te druk. Met haar Pakistaans-Engelse accent maakt ze duidelijk waarom: “Mijn man heeft een eigen bedrijf, dus is niet nodig. Ik ben veel druk met mijn kleinkinderen.” Fatima en Feiza* zijn allebei niet van plan om te gaan werken. Thuis zorgen voor het gezin zien zij als hun taak.

Dat de dames conversatieles volgen, is ook nuttig voor hun kinderen. Inburgering begint tenslotte bij de moeders, zo concludeerden in mei ook onderzoekers van het Erasmus Medisch Centrum. Kinderen van een immigrantenmoeder die de taal spreekt en zich thuis voelt in Nederland, blijken minder gedragsproblemen te hebben dan kinderen van een slecht geïntegreerde moeder. En als deze dames bijvoorbeeld al gaan stemmen en solliciteren, zullen hun kinderen dat wellicht ook doen.

Wat zo’n twintig weken conversatieles nu exact oplevert, is moeilijk te bepalen. Meetbare resultaten zijn er immers niet. Voor een resultaatgerichte Nederlander, afkomstig uit een onderwijscultuur met toetsen, examens en cijfers, is dat niet gemakkelijk te verteren. Daarbij zou het allemaal wel wat strenger mogen bij onze taalles. Op tijd komen, telefoon uitzetten, netjes afspraken nakomen. Dat gebeurt niet altijd.

Een leuke bijkomstigheid van de cursus is de uitwisseling tussen culturen. Hoofddoel is natuurlijk dat de dames leren over de Nederlandse taal en cultuur, maar als je ook maar enigszins geïnteresseerd bent in andere mensen, ontkom je er niet aan ook iets van hen mee te krijgen. Over het Marokkaanse eten of de Turkse gebruiken, en hoe de dames Nederland ervaren. Dat Nederlandse buurvrouwen bijvoorbeeld veel meer op zichzelf zijn dan Turkse. Of dat de dames vinden dat Marokkaanse en Turkse vrouwen op de markt altijd zo lopen te graaien in kleding.


Welbeschouwd is deze conversatieles eerder een rechtse hobby dan een ‘multiculti-knuffelclub’. De deelnemers leren de Nederlandse taal beter (VVD-stokpaardje) en het draagt bij aan de veiligheid in ons land (PVV-stokpaardje), omdat betere integratie van moeders zorgt voor minder gedragsproblemen bij de jeugd.

Maar ook ‘rechtse hobby’s’ hebben te lijden onder de bezuinigingen. Tijdens de laatste les vertelt Barbara dat veel dames niet verder mogen in deze groep. De DWI biedt de conversatieles vanaf de zomer enkel nog aan aan mensen die daadwerkelijk naar een baan toe werken. De dames balen en Geert kan tevreden zijn.

* Enkele namen zijn om privacyredenen gefingeerd.

Wat je uit deze drie ‘linkse hobby’s’ kunt concluderen, is dat juíst de mensen die deelnemen aan fiets- en conversatielessen of een multiculturele huiskamer, vooruitgang boeken met hun integratie. Ze komen hun huis uit en ontwikkelen zich. En zij die vooruitkomen in de maatschappij zijn vaak ook wat minder streng in de leer. Het zijn de mensen die wél op de foto willen voor het artikel, die betaalde sporten beoefenen of die óók een stukje cake nemen, ondanks dat er rum in zit. Dames als Ikram, Naziha en Fatma groeien zelfs door naar vrijwilligerswerk of een betaalde baan. Een hele prestatie.

Daarbij: terwijl Fatima naar haar gesubsidieerde fietsles gaat, gaat Henk naar zijn gesubsidieerde voetbalclub. Mij is het om het even.

Een veelgehoord geluid, ook onder migranten, is dat we pragmatisch moeten zijn en de verdere toestroom van laagopgeleide immigranten op een laag pitje moeten zetten. Nederlanders en immigranten moeten eerst maar eens met elkaar leren omgaan. Van twee kanten. Een voortdurende instroom van nieuwelingen die in groepen bij elkaar gaan wonen, maakt dat onmogelijk.


Boos zijn op deze projecten heeft al met al weinig zin. De uitvoering kan soms beter, maar ze zijn nuttig en besparen op termijn geld. Boos zijn op migranten die een cursus volgen en hun best doen, levert ook niks op: dit zijn nu juist de mensen die mee willen doen. Boos zijn op gemakzuchtige types, die thuis zitten te niksen en alleen maar kunnen zeuren, is daarentegen terecht. Die verdienen geen subsidiegeld: of ze nu Fatima of Ingrid heten.

Conversatieles voor nieuwe Nederlanders

Periode

19 maart tot en met 9 juli 2010

Subsidie

De DWI betaalt de taalaanbieder 525 euro voor een traject van zes maanden bestaande uit 26 lessen. Een cursusgroep, bestaande uit zo’n tien cursisten, kost de samenleving dus 5.250 euro per half jaar.

Subsidiebron

Dienst Werk en Inkomen. Taal- aanbieder SEZO is een stichting zonder winstoogmerk. Onbesteed subsidiegeld gaat dus terug naar de DWI.

Eigen bijdrage

Geen. Tenzij een cursist meer dan twaalf uur per week werkt, dan kost de cursus haar twintig euro. Uitkeringsgerechtigden krijgen geld toe. Zij ontvangen maandelijks dertig euro aan onkostenvergoeding van de DWI.

Doelstelling

De gemeente Amsterdam biedt taal- en inburgeringstrajecten aan mensen die onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal of onvoldoende kennis van de samenleving hebben, om optimaal te kunnen deelnemen aan de maatschappij. Niet alleen voor inburgeringsplichtigen, maar uitdrukkelijk voor álle Amsterdammers.

Opbrengst De dames worden sociaal geactiveerd en spreken twee uur per week Nederlands. Harde resultaten zijn moeilijk te bepalen.


Beoordeling

6,5

Toelichting Taal is belangrijk, maar de vrijblijvendheid van de conversatielessen maakt dat resultaten moeilijk zichtbaar zijn. Hoewel de les veel weg heeft van een theeclubje, ervaren de dames de lessen zelf als nuttig. Een eigen bijdrage zou op z’n plaats zijn.

Karen Geurtsen