Elf dropveters

Ooit, in het eerste seizoen van de Amsterdam ArenA, verscheen bij een thuiswedstrijd van Ajax ineens meer dan levensgroot het hoofd van voorzitter Michael van Praag op de beeldschermen. (Later is dat nog wel vaker gebeurd, en in een enkel geval had hij daarbij zelfs een soezafoon aan de lippen, maar het gaat nu om deze ene keer). In een zeldzame bui van deemoedigheid verexcuseerde hij zich voor het feit dat een aantal trouwe fans zijn seizoenkaart niet op tijd had ontvangen. Dat uitgerekend die mensen dus níet in het stadion zaten, was kennelijk niet tot hem doorgedrongen. Op dezelfde multimediale manier probeerde hij de kritiek op de torenhoge consumptieprijzen te pareren. De preses beloofde plechtig ‘de prijs van uw kopje koffie’ te gaan onderzoeken. Veertien jaar later wachten we nog altijd op de uitkomst van dat onderzoek. Een uitkomst die er nooit zal komen, want het gepeupel op de gewone plaatsen kríjgt z’n koffie helemaal niet in een kopje, maar in een bekertje. Maar dat weten ze in de skyboxen natuurlijk niet. In later jaren volgde ook Van Praags belofte om ‘de mogelijkheid te onderzoeken tot de terugkeer van het oude Ajax-logo’. U begrijpt: ook daar hebben we nimmer meer iets van vernomen.

Begin jaren negentig werd voormalig eerste-elftalspeler Rolf Leeser gevraagd om voor de roemruchte Amsterdamse voetbalclub een nieuw embleem te ontwerpen. Leeser rangschikte daartoe elf dropveters, en daar kijken we nu dus al twintig jaar met tegenzin tegenaan. Een van de argumenten die destijds voor het doorvoeren van de restyling werden aangevoerd, was dat het nieuwe logo makkelijk ín het shirt geweven kon worden. Wie het tenue van twee seizoenen geleden bekijkt, ziet echter dat het embleem toen óp het tricot zat genaaid. Ergo: dat had met het oude logo ook gekund!

In plaats van drogredenen aan te voeren, had Ajax eerlijk moeten zeggen dat het een ordinaire centenkwestie is. Het oude embleem, een natuurgetrouwe afbeelding van de Griekse god Zeus, naar het schijnt, waar in later jaren een FC Utrecht-schildje onder werd gemonteerd, is door iedereen kosteloos te gebruiken. Op de Leeserversie bezit Ajax alle rechten, zodat hierop het uiterst lucratieve copyright van toepassing is. Op zich niets mis mee – als er geen centjes binnenkomen, kunnen spelers als Suarez niet worden betaald – maar het zou chiquer zijn geweest als de clubleiding dat gewoon een keer ruiterlijk had toegegeven. Het had tevens een einde gemaakt aan een uiterst stroperige polemiek.

Dat twintig jaar oude gezeur gaat trouwens hand in hand (excusez-les mots) met boosheid jegens kledingsponsor adidas. Dat bedrijf presenteerde onlangs de outfit voor de jaargang 2010-2011, en dat zorgde meteen voor zoveel opschudding dat de koffiekopjes in de bestuurskamer ervan rammelden. Het nieuwe shirt, dat met z’n onderbroken (en veel te brede) rode baan en drie Duitse strepen op de schouders inmiddels lichtjaren verwijderd is van de eenvoudige pyjama’s waarin Cruijff en Keizer drie Europa Cups bij elkaar schopten, stuit een aantal supporters dusdanig tegen de borst dat ze voor de komende voetbaljaargang harde maatregelen hebben aangekondigd. Zo dreigen ze overal in de ArenA adidas-logo’s af te plakken en worden protestacties voorbereid op de stoep van de Ajax-fanshop. Dat hun ongenoegen beperkt blijft tot het logo en het shirt, toont echter aan dat het Ajax-publiek maar een beperkt historisch besef heeft. Want waarom eist niemand nou eens opheldering in de kwestie-kopje koffie?


Ja, ik weet dat er gisteren, dinsdag, een tamelijk belangrijke voetbalwedstrijd is gespeeld. Maar ‘gisteren’ was bij het ter perse gaan van dit nummer ‘morgen’. Of we in de finale zitten, is op dit moment dus nog koffiedik kijken.

import michiel blijboom