Pilletje voor het brein

Mooie zin: “Stresemann zei niets, maar terwijl hij haar nogmaals kuste trokken alle mogelijke gevolgen van dit moment als een eindeloze optocht door zijn gedachten, met Daphne als majorette aan het hoofd.” De lezer weet maar al te goed dat Daphne niet degene is die hier wordt gekust; Daphne is de vriendin met wie David Stresemann al jaren samenwoont. De vrouw die wordt gekust (en meer dan dat) is Cho, een mysterieus typje dat er wonderlijk genoeg altijd is als David een wereld- idee nodig heeft. En David kan zijn carrière bij het hedgefonds Hades wel vergeten als hij niet met wereldideeën komt.

Narcissus is de tweede roman van Maarten Schinkel, in het dagelijks leven economisch redacteur en commentator van NRC Handelsblad. Zijn debuut, Drie, verscheen in 2007.

Het boek laat zich op verschillende manieren beschrijven: het is een thriller die zich afspeelt in de wereld van het grote geld, van grenzeloze hebzucht, van de ander een poot uitdraaien; het is een zedenschets die verhaalt van ijdelheid en verraad; het is een wrange klucht over de financiële crisis; het is een ideeënroman die een nieuwe klassenmaatschappij beschrijft.

De kloof wordt niet meer bepaald door afkomst, maar door talent en intelligentie. Slimme mensen brengen slimme kinderen voort, domme mensen domme. De inhaalslag die arbeiderskinderen vanaf de jaren zestig maakten op de universiteit, is niet weggelegd voor mensen met een beperkte intelligentie. Het IQ is de maatschappelijke graadmeter.

Deze tweedeling uit zich in uiterlijke kenmerken als tatoeages. Een vorm van ‘zelfstigmatisering’ volgens Stresemanns vriend Laurens. Zijn op capaciteiten gebaseerde klassenmaatschappij is er, als je het ongeluk hebt over weinig capaciteiten te beschikken, ‘een waaruit geen ontsnappen meer mogelijk is’. Tatoeages moeten dan worden gezien als geuzentekens. Laurens: “Het zegt: ik ben onderklasse, en ik ben er trots op. (-) Schijt eraan. We zijn met velen, en we krijgen die bovenklassers nog wel.”

Zo bevat het boek veel meer interessante denkbeelden. De hoofdpersoon is misschien niet eens de über-ijdele David Stresemann, maar de pil die hij van zijn chef krijgt. De overtreffende trap van de pil die de prestaties van Amerikaanse studenten verbetert en van de pil die het geheugen zou stimuleren. Deze pil maakt je slimmer dan anderen.


Ze zijn zo knap tegenwoordig, dus waarom is het medicijn dat de intelligentie verhoogt er nog niet? In Narcissus is dat er wel, met onvermoede gevolgen.

Zoals gezegd laat deze roman zich niet in een hokje stoppen. Interessante en niet zelden amusante bespiegelingen passeren de revue. Dat leidt in de dialogen soms tot een zekere houterigheid, wat niet wegneemt dat de lezer toch aan het denken wordt gezet.

Zo zou het weleens zo kunnen zijn dat de schijt aan alles hebbende onderklasse bepalend is voor de laatste verkiezingsuitslag. Maar ook over kuddegedrag en zelfbewustzijn worden theorieën gedebiteerd. Wie in gezelschap met enkele van de denkbeelden uit deze roman op de proppen komt, zal zeker voor een denker, misschien zelfs voor een visionair worden versleten.

Bij dit alles is Narcissus dus ook nog een thriller met een verrassend einde. Daarover zal ik, zoals het bij een thriller hoort, niets zeggen. Wel wijs ik op een van de vele aardige observaties. Succesvolle managers zijn autisten: “Geen zelfreflectie, zo weinig mogelijk empathie, geen al te grote gevoeligheid. (-) Keihard als het moest, joviaal en meelevend als het nodig was, maar altijd op die mechanische, ingestudeerde manier. (-) Egocentrisch tot aan de grens van het toelaatbare.”

Stresemann is trouwens geen haar beter.

Maarten Schinkel: Narcissus. Meulenhoff. €17,95. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Frank van Dijl