Politici aan hun jasje trekken

De periode waarin een nieuwe regering wordt geformeerd, zoals we die nu meemaken, is een aantrekkelijk Byzantijns intermezzo in ons politieke proces. We schorten de democratie als het ware even op. De koningin speelt ineens een nadrukkelijke rol. Politici voeren een baltsdans op waarin ze even makkelijk van partner als van muziek wisselen. En straks staat er toch ineens een club mensen met Beatrix op het bordes van Noordeinde en hebben we weer een regering.

Journalisten van radio en tv gaan voor de snelle quote en de mooie beelden van bekende politici die tussen de dagjestoeristen door naar hun formatieafspraak wandelen. Die quotes staan de volgende dag ook in de kranten, en in de betere kranten staan – als het even kan – meer afstandelijke analyses van de gebeurtenissen. De afstand tot de gekte van de dag is bij de weekbladen natuurlijk nog groter. Die leveren op maandag of dinsdag hun kopij in bij de drukker en moeten dus aan het begin van de week een idee hebben van wat de lezer het volgende weekend wil lezen. De betere weekbladjournalist slaagt erin deze situatie in om de actualiteit een plaats te geven in de trends van de langere termijn en het nieuws zo van een verhelderende duiding te voorzien voor zijn lezers.

Eric Vrijsen (1957) is zo’n journalist. Hij beoefent het ambacht al bijna dertig jaar, de laatste twintig jaar als politiek verslaggever bij Elsevier. Hij begon zijn loopbaan in 1981 bij het Eindhovens Dagblad en mocht direct verslag doen van de pogingen van CDA, PvdA en D66 om een kabinet Van Agt-Den Uyl-Terlouw te smeden. Ook Vrijsen ging op het Binnenhof staan om quotes te verzamelen. Hij bemachtigde een plekje in het groepje journalisten dat zich verdrong rondom Joop den Uyl toen die het pand verliet. Maar toen kwam ook Ruud Lubbers naar buiten en bestormden de journalisten hém. Een van hen trok Lubbers zelfs aan zijn jasje om hem te dwingen stil te blijven staan en zijn vragen te beantwoorden. “Wilt u niet aan mijn jasje trekken!” riep Lubbers enigszins geïrriteerd uit. Vrijsen stond erbij, zag het aan en verwonderde zich.


Vrijsen is zich altijd blijven verwonderen over dat wonderlijke Haagse huwelijk tussen politiek en pers. Hij spreekt over hun ‘onderlinge verhouding die van wezenlijke betekenis voor het systeem is, terwijl er naar buiten toe weinig ruchtbaarheid aan wordt gegeven. Den Haag staat bol van de stilzwijgende afspraken tussen politici en de pers. Tussen beide categorieën bestaan allerlei vanzelfsprekendheden’.

Die blijvende verwondering heeft tot een blijvende distantie geleid die Vrijsen in staat heeft gesteld om niet alleen de relatie tussen pers en politiek helder te analyseren, maar ook de politieke ontwikkelingen in Den Haag helder te blijven bekijken door een bril die niet was beslagen door bewondering of irritatie. Daarom is Vrijsen ook in staat voorbij de hectiek van de dag te kijken; dit voorjaar nog werd Rutte afgeschreven, heette de terugval van Balkenende slechts tijdelijk, en zou de strijd om wie de grootste werd tussen Pechtold en Wilders gaan.

In Vrijsens boek staan dertien essays over dertig jaar Haagse politiek, van die eerste zomer in 1981 tot de opkomst van Balkenende, Verdonk en Wilders. Wie wil doorgronden wat zich nu precies voltrekt in dat gewoel bij de ingang van de Eerste Kamer, doet er goed aan deze zomer het boek van Vrijsen te lezen.

Eric Vrijsen: Wilt u niet aan mijn jasje trekken! Balans. €17,95. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Bart Jan Spruyt